Verhalen uit "De Oude Doos"

VAN ONZE EREVOORZITTER (de oorspronkelijke start van deze rubriek was op 31-10-2011)

Wij hebben veel positieve reacties op de artikelen ontvangen en danken de schrijvers/inzenders voor hun uitvoerige bijdragen.

Wie is de volgende SGS'er die zijn herinnering voor ons optekent?
Wie klimt er in de pen of gaat er eens voor achter de PC zitten? Ik ben benieuwd.

Duco Ohm

De Oude Doos
 sublinks ►
19-08-2019
26-05-2019
25-05-2019
11-05-2019
28-04-2019
02-04-2019
19-03-2019
13-03-2019
09-03-2019
03-03-2019
15-02-2019
07-02-2019
28-01-2019
09-01-2019
06-01-2019
29-12-2018
11-11-2018
06-11-2018
06-09-2018
07-08-2018
01-08-2018
03-06-2018
16-03-2018
18-01-2018
18-01-2018
10-01-2018
21-10-2017
27-09-2017
23-09-2017
19-08-2017
03-07-2017
26-02-2017
10-08-2016
10-08-2016
10-08-2016
09-08-2016
03-04-2016
03-04-2016
31-01-2016
10-08-2015
06-07-2014
24-05-2014
19-05-2014
30-03-2014
20-03-2014
06-03-2014
13-12-2013
26-07-2013
31-10-2012
20-09-2012
03-09-2012
18-08-2012
15-03-2012
15-03-2012
10-03-2012
07-02-2012
06-02-2012
20-01-2012
16-12-2011
06-11-2011
31-10-2011
Doednath Awadhpersad
Geerta Alladin
Geerta Alladin
Rob de Haas en Jan Willem Heshusius
Duco Ohm en 3 VRA'ers
Duco Ohm
Mart Meerdink Veldboom
Gonny Reman
Rob de Haas
Bob Commerell
Mart Meerdink Veldboom
Bob Commerell en Ruud Ackermann
Roelof Kruijshoop
Herman van der Horst
Gerard van der Meij
Maarten Ingelse
Maarten Ingelse
Arjen van de Pol
Herman van der Horst
Dennis McCarroll
Ernst-Pieter Knüpfer en Gerrit Meijer
Rob de Haas
Herman van der Horst
Maarten Ingelse en Rob de Haas
Maarten Ingelse
Duco Ohm
Ron Fiege
Herman van der Horst
Rob de Haas
Herman van der Horst
Duco Ohm
Duco Ohm
Duco Ohm
Duco Ohm
Willy van Nierop
Duco Ohm
Duco Ohm
Duco Ohm
Miel van Hutten
Rob de Haas
Duco Ohm
Herman v.d. Horst
Gijs de Jong
Duco Ohm
Duco Ohm
Eric Booij
Eef Dunk
Maarten Ingelse
Arjen van de Pol
Ernst Offerman
Tjebbe Westendorp
Duco Ohm
Ben Teeuwisse
Ernst Offerman
Jan Nefkens
Ton Balk
Rob de Haas
Ben Teeuwisse
Willy van Nierop
Theo Offerman
Ben Teeuwisse
Cricketbelevenissen (in Suriname en Nederland)
Herinneringen aan haar eerste bezoek aan Suriname in 1965
Herinneringen
Quick Nijmegen na 1 jaar terug in klasse 1 B (1966)
Van terreinknecht tot groundsman: leven van en op een cricketveld
Nabeschouwing bestuursperiode Duco Ohm periode 1984-2019
Loeki - Loeki
Herinnering aan Fred van Erp Taalman Kip; een leuke humoristische anekdote
Mooie herinneringen uit het Nijmeegse
Letterlijk en figuurlijk met modder gooien op 11 juni 1961
Met Louk Hartong naar Duitsland (60'er of 70'er jaren)
Max Wierts - held en idool op VUC
Mixed Cricket Club "HENGELO" 1954 - 2004  (gecorrigeerd: Pdf-bestand is vervangen door Power Point bestand)
Uitnodiging voor een PW-crickettoer in oorlogstijd
"Gem-Ei-Er " verhaal uit de jeugd van Gerard
Het Dozijn Vol! 12 vragen aan cricketer Maarten Ingelse. Een artikel voor voor het blad van de Quick Reünisten
Quick 1888 - 100 jaar !
Verhaal over Jan Groen van SCHC in Engeland
Artikelen over cricket uit de NRC geplukt
RECOLLECTIES en een persoonlijk eerbetoon aan GERRIT & MARIEKE MEIJER.
Cricket- en voetbal herinneringen van Gerrit Meijer opgetekend in 2013 n.a.v. ACC verjaardag
Resultaten en cijfers van de beroemde jeugdkampen op Quick (N) in de jaren 1958 t/m 1962. 
Het OVAAL in het Van Heekpark in Enschede
Topcricket op Quick Nijmegen in 1951
Ajax Nieuws 1955 - ook cricket
Cricket en het eerste Vitesse: cricket in de jaren 40 van de negentiende eeuw
Cok Fiege wil cricket introduceren in Schoondijke (Zeeland)
Uitleg van de cricketsport in oude uitgaven
SGS in het blad Cricket - oude uitgaven!
2 werelden in 1 - Emmerson Trotman
Makkers van vroeger uit een wedstrijd Hilversumsche CC - SGS
Engeland verslaat Nederland: SGS-ers in actie: Steven Lubbers, Ronald Lefebvre, Herman Huising en Duco Ohm   
Foto's uit het verleden
Een uitnodiging van Cricket-club S.G.S. in de goede oude tijd
Lustrumviering 50 jaar SGS CC
Jubileumvoorstelling 1979 bij de viering van het 50-jarig bestaan van SGS CC
Drielandentoernooi 1987
Drielandentoernooi 1987
Historische cricketfoto's PW
Piet Rietveld en Kampong
SGS Nieuws
Een wereld vol cricket - Stef Egging
Blad CRICKET - Scheidsrechtershoekje
Historie Peter Hargreaves
Sinterklaasgedicht van George Wijnand
John (Jonathan Payn) Fellows-Smith
Cricket op Corfu
SGS Jaarverslag over 1973
Cricketvaders
Curaçaose cricketwedstrijd 1961
Cricket als spektakel
Mijmeringen van de voorzitter
Extra aanvulling cricketverhalen
Uit de fotodoos van Ernst Offerman
Verhaal Sparta met reacties EP Knüpfer
Verhalen van Ton Balk
VVV in de 50'er jaren
Aanvulling cricketverhalen
Gert Pino, markant lid uit 70'er jaren
40 jaar cricket in Limburg
Cricketverhalen
 

Herinneringen aan cricketbelevenissen van Doednath Awadhpersad op de rijstvelden in Suriname en 12 jaar cricket in NL (19 augustus 2019)


Doednath begon als jongetje bat-en-bal-cricket te spelen op de rijstvelden rond Nickerie. Dat werd allengs verdrongen toen de belangstelling voor voetbal er groeide.
De familie verhuisde naar Nederland en na meer dan 10 jaren werd, aangespoord door Bijai Jawalapersad, het spelen van "nu echt" cricket, hervat.
In 2007 werd Doednath lid van SGS.
Klik op de link om zijn herinneringen in bijgaande PDF te openen.

Herinneringen aan mijn eerste bezoek aan Suriname en mijn cricket ervaringen daar   (26-05-2019)                             Klik op de foto's en deze openen groot

In 1965 zijn Satar en ik getrouwd, na een paar jaar zijn wij met de jaarwisseling 6 weken naar Suriname gegaan.
Het zou mijn eerste kennismaking met Satar’s familie worden en ook voor mij de eerste keer vliegen.
De reis duurde toen zo’n 12 à 13 uur via Frankfurt, Madrid naar Paramaribo. Terug gelukkig alleen Lissabon als tussenlanding. Door veel vertraging kwamen wij veel later op Zanderij aan en was ik best zenuwachtig door alle nieuwe indrukken.
Gelukkig stond onderaan de trap van het vliegtuig op Zanderij Joop Abrahamse (toen voorzitter van VUC cricket), was daar voor zijn werk. Dat was een hele geruststelling.
De jongste broer van Satar’s vader Oom Hanief (ook wel Lal genoemd) was een fanatiek cricket liefhebber en speler. Hij had voor ons van alles en nog wat geregeld.
Over Hanief schrijf ik aan het einde nog iets leuks.
Het eerste wat hij regelde was de Kerstdrive bridge van het Rode Kruis. Joop Abrahamse deed ook mee. Volgens Satar heb ik de hele avond geen kaart goed gelegd, maar na afloop waren wij met grote voorsprong nummer 1.
Wij wonnen 6 kippen en toen kwam het probleem, die waren niet halal geslacht, dus hebben wij de prijs weggegeven. Later thuis zeiden Satar’s jongere broers hoe kun je zo stom zijn, dat hadden wij wel opgelost.
Met Kerst had Hanief geregeld dat wij mee konden met een crickettour naar Nickerie. Jay Rambocus was de organisator en verder speelden o.a. mee Walther Braithwaite( Rood en Wit en Ned. XI), Dikmoet (een oom van André), Rattan Oemrawsingh ( Quick Hg en Ned. XI) en nog vele andere bekenden.
Bij aankomst in NIckerie vroegen wij waar gaan wij eten. Jay dacht even na en zei toen:er is hier in de buurt een trouwerij van een ver familielid van mij en daar zijn wij met het hele elftal gaan eten. Voor mij een hele belevenis, lange houten tafels een bordje of servetje met roti en iets erbij, geen bestek.

De eerste wedstrijd was wel leuk, bij de lunch stond er op onze tafels een fles whisky in de hoop dat ze daar veel van zouden drinken en dan kon Nickerie makkelijk winnen. De captain verbood het, maar ja de whisky zat al in mijn tas en gedurende de wedstrijd kwam iedereen langs met een bekertje cola en daar moest ik dan wat whisky bij schenken. De wedstrijd duurt tot het donker wordt en in Suriname is dat binnen een half uur. Er stond een jongetje aan bat die iedereen de tuin uitsloeg…dus dat werd verliezen….maar ja de bal die hij voor 6 geslagen had kon niemand zo gauw vinden en kwam pas te voorschijn toen het donker was. Ik vroeg Satar waar was die bal, natuurlijk in iemands zak en kwam op het juiste moment weer te voorschijn (zie hieronder foto cricketveld).
Toen kreeg ik wel door dat er in Suriname iets andere regels waren.

Tussendoor werd er bij Satar thuis bijna iedere dag op het erf “bat en bal” gespeeld met de hele familie, tot groot verdriet van zijn moeder, er zijn in die tijd heel wat ruiten (shutters) gesneuveld. Ze kwam dan heel boos naar buiten……..maar ja Satar’s vader deed ook mee.
En toen kwam de cricketwedstrijd op Snellenpark. Satar deed als gastspeler mee met het elftal van Jay Rambocus, ze speelden die dag competitie tegen Politie. Snellenpark is natuurlijk een bezienswaardigheid langs en in het veld liepen kippen en geiten. Jay wist dat ik scoorde en vroeg mij om dat te doen, ik moest op de tribune zitten waar een speciale plaats was voor de scoorders. Iemand van Politie kwam naast mij zitten en ging mij uitleggen hoe ik dat moest doen.
Daarna kwamen het publiek binnen, keken naar de tribune en bleven staan, begrepen er niets van dat daar één vrouw zat en ook nog blank die de bedoeling had om te scoren. Na de 1ste innings toen mijn boek meteen klopte heeft de scoorder van Politie alles van mij overgeschreven en de 2de innings had ik geen kind meer aan hem.
En dan de wedstrijd, de umpires gaan onder applaus het veld in, halverwege draaien ze zich om richting tribune zwaaien naar het publiek en gaan dan op hun plaats staan.
Toen het 1ste wicket viel rende iemand uit het publiek zwaaiend met geld in zijn hand naar de bowler om hem dat te geven.
Daarna gaat een batsman run out, maar voor de umpire uitgeeft zien de spelers dat de andere batsman ook niet binnen is, die wordt voor de zekerheid ook run out gegooid. Dan geven beide umpires hun batsman uit, zonder naar elkaar te kijken. En ja dan komt het…beide batsmen lopen naar de kant. Het hele publiek staat met de vinger omhoog en roepen allemaal…allebei uit.. allebei uit… een heksenketel. Later werd het rechtgezet. Zo ging de wedstrijd door, heb nog nooit zo veel lawaai gehoord tijdens een wedstrijd, iedereen bemoeit zich overal mee en weet het beter, een hele belevenis.
Cricket in Suriname was heel anders dan ik mij voorgesteld had, maar wel heel leuk. Daarna begreep ik ook meer van hoe Surinaamse en andere spelers van West Indië hun sport beleefden.

Nu nog even over Hanief. Hij heeft toen hij naar Nederland kwam jaren lang voor VUC gespeeld , ook veel veteranen wedstrijden samen met Satar. Hij ging vaak naar Trinidad en Guyana en had veel contact met de spelers van West Indië. Daar vertelde hij hele verhalen over aan de spelers van VUC. Tijdens een crickettour van VUC naar Engeland (bezoek test Engeland-West Indië) ging een groepje Vuccers uit eten en zagen in het restaurant Rohan Kanhai (captain WI) en Alvin Kallicharran met hun vrouwen daar ook eten. Evert Sanders ging toen namens VUC een drankje aanbieden en de groeten van Hanief Alladin overbrengen. Toen bleek dat Hanief echt heel bekend was en ook heel geliefd. De spelers van VUC die daar waren o.a. Evert Sanders, Bob Commerell, Joop Abrahamse en André de Vries werden uitgenodigd om de volgende dag na de wedstrijd naar de kleedkamer van West-Indië te komen om voorgesteld te worden aan alle spelers, die netjes in de rij stonden. Het was een heel mooie ervaring waar men nog vaak aan terug denkt.

Geerta Alladin

SGS Herinneringen van Geerta Alladin (25-05-2019)

Na afloop van de veteranen wedstrijd VUC-ACC in 1982 vroegen de gebroeders Dukker aan mij, wanneer wordt Satar eindelijk eens 40 jaar. Ik had geen idee dat Satar gevraagd was om voor SGS te spelen. Dus ik vertelde ze dat Satar deze zomer 44 jaar geworden was. Waarop Rob Dukker zei……de smiecht…….nu pakken wij hem. Duco Ohm had een aanmeldingsformulier bij zich wat meteen ingevuld werd.
Zijn eerste wedstrijd kwam nogal onverwacht. SGS speelde op een zaterdag aan het einde van het seizoen tegen De Kievieten en stond met 10 man. Leen (Pa) Nijhuis wist dat Satar net lid geworden was en stelde voor om hem te bellen. Satar kwam snel naar het veld. Rob Rambaldo was captain en gaf de opdracht speel maar rustig je eigen spelletje, wij hebben al teveel wickets verloren.
De opdracht voerde Satar uit, maar had er wel 83 (een leuk debuut) en SGS won de wedstrijd. De tegenstanders waren daar niet zo blij mee, ze geloofden niet dat Satar al 40 jaar was.

Drie landen toernooi in Engeland in 1986, de Forty Club bestond 50 jaar.

Klaas Vervelde vertrok op zaterdag na in Alkmaar gespeeld te hebben, naar huis, zoals gebruikelijk liet hij zijn tas door iemand naar de auto brengen. Die hebben een grapje uitgehaald en zijn tas onder de auto gezet, Klaas reed altijd heel snel weg en heeft dus niets gemerkt. De volgende dag moest Klaas naar Engeland en heeft daar alles nieuw moeten kopen, alleen de broek gaf problemen, veel te lang. Een paar veiligheidsspelden brachten uitkomst, later heb ik de broek( langs het veld) wat korter gemaakt.

Ook Nol Phijffer had problemen, Hij zat in Amerika met Miesje en zou via Schiphol doorvliegen naar Engeland. Die vlucht viel uit en ze konden pas de volgende dag doorvliegen naar Londen. En daar moet je Nol dus voor zijn om het wel even te regelen. Hij ging naar de balie en vertelde dat hij absoluut vandaag naar Engeland moest. De volgende ochtend was namelijk een Interland van het Nationale Nederlandse Veteranen Cricket team dat speelde vanwege een Lustrum tegen het Nationale Team van Engeland. En hij speelde in het Nederlandse team, moest daarom op tijd aanwezig zijn. En ja hoor er werd voor hem en Miesje nog ergens een plaatsje gevonden. Zo kwam hij toch op tijd aan. En dan denk ik aan de manier waarop hij dat later vertelde……….onnavolgbaar.
De wedstrijd Denemarken-SGS
Denemarken maakte 162 runs.
Als openers begonnen Albert van Nierop en Satar. Joep Hesseling was nr 3, hij had geklaagd dat hij te weinig aan bat kwam. Hij zei als ik nu niet aan bat kom, eet ik mijn hoed op. Helaas voor hem maakten Albert en Satar samen 163 runs. Joep heeft één klein hapje van zijn hoed genomen. De Engelsen hadden deze wedstrijd ook gezien. Na de wedstrijd zag Klaas Vervelde de Engelsen een fax verzenden waarin om versterking van het Engelse team werd gevraagd. Er stond inderdaad een heel ander team op het veld.

Aan het slot van het toernooi hadden de Engelsen vanwege het lustrum iets geregeld…….ze noemden dat een BIG SURPRISE…….. waarop Ans van Weelde zei …....zeker striptease………
Het viel allemaal een beetje tegen, het bleek een grote taart te zijn met de afbeelding van een cricketveld.

Geerta Alladin                                                                                            Klik op de foto en deze opent groot

Quick Nijmegen na 1 jaar terug in klasse 1 B (1966) (11-05-2019)

Rob de Haas vond opnieuw een oude foto. Deze stond in het blad "Cricket" van de K.N.C.B. en is door Donald Noorhoff opgeknapt en Jan Willem Heshusius zocht de namen er bij.

De tekst bij de foto luidt: Quick-N weer terug in 1 B. Slechts één seizoen daalt de Nijmeegse ploeg af naar 2 A. Vooral het duo H. Kloppers met 60 voor 399 en Th. Boekhoorn met 40 voor 373 trad op de voorgrond.

Eigenlijk een unieke  foto met de wetenschap van nu. Er zullen weinig elftalfoto’s zijn waarop 6 (oud)bestuursleden van SGS staan, hoewel sommigen in 1966 niet wisten dat ze dat ooit zouden worden!! Ik niet  in elk geval!

Op de voorste rij Arthur van Lunszen, Jan van Helden, Wout Honig, Nol Phijffer en Maarten Ingelse
Achterste rij: Fred Bouwman, Rob de Haas, Jan Willem Heshusius, Theo Boekhoorn, Willem Jansen en Henk Kloppers.

Van terreinknecht tot groundsman: leven van en op een cricketveld(28-04-2019)

Natuurlijk hebben alle cricketers te maken gehad met de terreinknecht die voor ons, cricketers, de pitch moest verzorgen hetgeen betekende gravel rollen, de kokosmat van gaten voor de stumps voorzien en de creases aanbrengen. En dat iedere week in de zomermaanden. Het trekken van de boundery was na het maaien van het gras ook iedere week opnieuw te doen. Vlaggetjes waren er nog niet. En wij maar mopperen als er op donderdag gemaaid was en het gras op zondag weer ‘veel te hoog’ stond!

Mijn club ACC had op het Twentsche Bank terrein in mijn jongere jaren de heer en mevrouw Rikse, overigens de ouders van ons lid Henk Rikse die het tot Nederlands Elftal speler zou brengen. Mevrouw Rikse verzorgde de traditionele koffie en de heer Rikse het veld. En dat was altijd een plaatje. Ook hield hij de kleedkamers schoon en de douches die voor 10 cent (een duppie dus) ca 5 minuten warm water gaven en daarna overgingen op koud. Heerlijke herinneringen.

Dat ACC van dat terrein (later ABN veld) verhuisde naar Goed Genoeg (bij AFC), Pinoke, het Amsterdamse Bos en de Kalfjeslaan bracht veel veranderingen mee. Onze vriend Theo Barlag verzorgde de velden en de kunstpitches in het bos, een taak die de gemeente later overnam. Met jaloezie keek ik naar de buren in het bos: VRA, waar Paul Polak sedert 1994 tot aan zijn dood eind 2019 de graswickets en het veld verzorgde. Als umpire raakte ik bevriend met Paul en er werd menig kopje koffie of wijntje in de hoek op het terras genuttigd. Zijn grootste plezier beleefde hij met het plagen van nieuwe umpires. De gaten van de stumps goot hij vol water en de stumps liet hij op de grond liggen. De umpire die daarna de stumps in de gaten plaatste kreeg een straal water en modder in zijn gezicht…. En Paul, altijd met een sigaar in de mond, staat grijnzend toe te kijken. Met Paul heb ik jaren in de accommodatie commissie van de KNCB gezeten en wat heeft Paul afgereisd om in het land te helpen met het aanleggen en/of verbeteren van de pitches.

Paul is voor mij de eerste echte groundsman van Nederland geworden al heb ik natuurlijk respect voor de verzorgers van de graswickets op Salland (UD), Kampong, VCC, Excelsior en VOC. De pitches die hij niet alleen voor het Nederlands team opleverde maar ook voor de competitie wedstrijden van VRA waren voortreffelijk.

En dan komt het bericht dat hij in de nacht van 25 op 26 december geheel onverwacht op 67-jarige leeftijd is overleden. Niet te bevatten dat deze ras Mokumer niet meer op VRA zal zijn als het seizoen 2019 begint. Heel veel vrienden en vriendinnen uit de cricketwereld zullen hem missen. Ewout de Man, John Wories (beide SGS lid) en VRA Erelid Sieb Mulder schreven hun herinneringen in het VRA clubblad. Lees hier de herinneringen samengevat in een pdf-bestand.
Paul was (helaas) geen SGS’er geworden maar ik meen dat de drie artikelen toch als eerbetoon aan Paul bewaard moeten worden. Dat verdient deze kanjer. Het is immers deel van onze cricket historie.

 Duco Ohm.

 Nabeschouwing bestuursperiode Duco Ohm periode 1984-2019 (02-04-2019)

In 1984 werd ik uitgenodigd in het bestuur van SGS plaats te nemen. Het was het laatste jaar van voorzitter Molly Geertsema en Klaas Vervelde zou de regie in 1985 overnemen.
Mijn eerste taak was het verzorgen van het materiaal d.w.z. de bag met vijf paar legguards en evenveel bats, handschoenen, ballen, het scoringboek en de keepers handschoenen.
Dat was te doen maar moeilijker was het die bag op het veld van de volgende wedstrijd te krijgen. In overleg met de wedstrijd secretaris werd er steeds een speler opgesteld die twee opeenvolgende wedstrijden zou meedoen. Hij was dan de uitverkorene die de bag mocht inpakken en meeslepen naar het volgende veld…… Dat ging meestal zonder morren !

Werken onder Klaas was een genoegen: op humoristische wijze leidde hij de bestuursvergaderingen waarin natuurlijk Nol Phijffer, Henk van Weelde en Louis de Bruin het hoogste woord hadden. Penningmeester Max Grondhout deed zijn werk in stilte. Cees van Esveld verving toen Henk van Weelde, die eerder het wedstrijdsecretariaat van Tonny Loggere had overgenomen.

In 1993 kreeg ik het wedstrijdsecretariaat toebedeeld en zag Ferry Dukker in 1996 als onze penningmeester in het bestuur aantreden. Hij was een geweldenaar, zoals ooit zijn vader de penningmeester van Ajax dat ook was. Hij moderniseerde de boekhouding waardoor later zijn opvolger, Maarten Ingelse, in een opgemaakt bed belandde. Met zijn broers Rob en Hans was Ferry binnen SGS bovendien een van de gangmakers van gezellige en geslaagde derde innings. Jaap van Noortwijk was overigens al eerder secretaris geworden en hij zou dat tot zijn dood in 2005 blijven. Ook waren George Moon, Willem de Jonge van Ellemeet, Raimond van den Berg van Saparoea en Maarten Ingelse meerdere jaren medebestuursleden.

Het programma werd danig uitgebreid met onderlinge wedstrijden als Noord- tegen Zuid Holland, Amsterdam tegen Rotterdam en Noord Holland tegen de rest van Nederland.
In een groot accountsboek kon ik de namen van de spelers die ingeschreven hadden noteren en daarna in een agenda op datum invullen om op kantoor met behulp van Word Perfect met een persoonlijke brief spelers uit te nodigen. De postzegels werden door Tropisch Hout Nederland, de houthandel waar ik toen voor werkte, gesponsord.

Later zou Raimond van den Berg van Saparoea. een geweldig computer programma ontwikkelen waardoor het registeren van de inschrijvingen, het opstellen van teams en het uitnodigen van spelers beduidend minder tijdrovend werd. Opvallend is het ook dat steeds meer buitenlandse cricketteams graag tegen ons willen spelen. Teams uit Tasmanië, Australië, Zuid Afrika, Duitsland, Denemarken en natuurlijk Engeland mochten wij welkom heten. Diverse teams zelfs meer dan eens.

In 1999 overleed voorzitter Karel Creutzberg die in 1992 de voorzittershamer uitgereikt kreeg en een man met visie was. Ik werd toen de nieuwe voorzitter en de nu nieuwe voorzitter, Pieter van der Hammen, trad in 2001 aan in het bestuur, en bleek een aanwinst te zijn.

Ik zag erg tegen de speeches bij begrafenissen en crematies op en was blij dat Jaap van Noortwijk dat bleef doen totdat het moment kwam dat ik het moest overnemen. Dat lukte gelukkig.

Tijdens mijn ‘bewind’ stond mij een sociaal SGS voor ogen d.w.z. aandacht voor de weduwen van onze overleden makkers (zij worden uitgenodigd ‘lid’ te blijven en worden d.m.v. jaarverslag en het kleine boekje geïnformeerd over het wel en wee van SGS).
Veel aandacht was er ook voor de ziekenboeg en via onze website werd opgeroepen wenskaarten te sturen.

In de laatste dagen van Maart 2019 werd Inge van Son als eerste officiële dames lid aangenomen.

De vergrijzing heb ik niet kunnen voorkomen. Door deze vergrijzing kwamen er wel steeds meer deelnemers bij onze Senioren Onderlinge. Zij, alsmede de golfafdeling en de contactcommissie, zorgden toch voor een bloeiend SGS. Door het verlagen van de leeftijdgrens van 40 naar 35 jaar komt er gelukkig een instroming van jongere spelers tot stand.

Terugblikkend op de medebestuursleden in de periode na het verschijnen van ons jubileumboek in 2004 vallen als vicevoorzitters op : Willem de Jonge van Ellemeet (2003-2005), Raimond v.d.B.v.S. (2006 en 2007) en Pieter van der Hammen (2008-2019).
Na Jaap van Noortwijk werd het secretariaat bemand door Maarten Ingelse (2006-2013) en Pieter van der Hammen (2014-2019). Goede penningmeesters had ik ook aan mijn zijde : Maarten Ingelse (2003-2005) , Carel Hubert (2006-2017) en Rob de Haas vanaf 2018.
Wij ‘versleten’ liefst vier wedstrijdsecretarissen : Satar Alladin (2004-2009), Thijs Linders (2010-2014), Raimond v.d.B.v.S. (2015-2017) en Bas Wijffelaars van 2018 tot op heden.
“Meedenkers’ in ons bestuur waren nog : Arthur van Lunszen (2006- heden), Theo Straten (2014-heden) en Peter van Giezen (2014-heden).

Ik heb groot respect voor Ray Ingelse – voorzitter van 1948 tot 1968 – drager van ons Gouden Ereteken en ook benoemd tot Erelid en Erevoorzitter.
Ik wilde niet als de langst zittende voorzitter de geschiedenis ingaan en besloot in 2018 om tijdens de ALV in 2019 af te treden en niet tijdens ons jubileumfeest in augustus. Ray en ik zijn even lang voorzitter geweest en hebben dezelfde onderscheidingen toegekend gekregen. Een echt ‘gelijk spel’ dus.

Het was mij een voorecht met alle hierboven genoemde mannen in een zeer goede verstandhouding te hebben kunnen samenwerken. Die 35 jaren zijn, terugblikkend, omgevlogen.

Tot slot moet ik mijn Lideke vermelden en bedanken.

Zij gaf mij immers alle ruimte om veel tijd aan ‘mijn’ SGS te besteden en ging bij veel wedstrijden scoren om mij in staat te stellen contact te houden met de spelende leden.
Haar betrokkenheid bij SGS en cricket in het algemeen is groot: niet alleen het scoren maar ook , al minstens 20 jaar, de gemiddelden uitrekenen en korte verslagen schrijven voor het jaarverslag van SGS.
Ook was zij enkele jaren de secretaresse van Charles Verheyen, die jeugdzaken bij de KNCB onder zijn beheer had.
In de periode waarin ik voor de scheidsrechtercommissie de aanstellingen van de umpires verzorgde keek zij de aanstellingen na om te zien of een umpire niet te vaak, of te kort achtereen, bij dezelfde club moest ‘staan’ en of er bezuinigd kon worden op de te rijden en te declareren kilometers.
Zij zal aan het eind van dit seizoen (2019) met scoren stoppen en ook voor het laatst het cijferwerk verrichten. Peter van Giezen heeft zich reeds als opvolger aangemeld.

Natuurlijk hopen wij samen nog vele jaren vanaf de boundery van SGS te kunnen genieten.

Het was een voorrecht deze geweldige club zolang te mogen leiden en langs deze weg nogmaals dank voor uw vertrouwen.

Duco Ohm - 31 maart 2019

Loeki, Loeki! (19-03-2019)

Het cricketseizoen liep ten einde en het tweede elftal van de kon UD moest nog een uitwedstrijd spelen tegen P.S.V. Tegenbosch in Eindhoven.
Omdat men. Zoals dat gaat tegen het einde van een seizoen, een paar spelers te kort kwam die de reis naar het zuiden wilden maken, werd er een beroep gedaan op Louk Hartong en Mart Meerdink Veldboom, die al klaar waren met hun competitie.

De toss werd verloren en HTCC koos om als eerste te gaan batten. Voor de Kon UD bowlers was het even wennen om te bowlen op een klapwicket, waarbij de bails met touwtjes aan de stumps waren verbonden. Maar regelmatig vielen de wickets en maakte de captain van de Kon UD dankbaar gebruik van de bowlingkwaliteiten van zijn invallers. En toen Mart zelf wickets begon te nemen door de bal de voet van het klapwicket te laten raken kwam op 126 een eind aan de inning van HTCC.

Na de lunch mochten de Koninklijken aan bat. Na een goed begin vielen er een paar wickets en het werd steeds lastiger om de benodigde runs bij elkaar te sprokkelen.
Mart scoorde met voorzichtige eentjes en tweetjes en kreeg, toen op 119 het 8e wicket viel, gezelschap van Louk. Louk speelde zich voorzichtig in.
Plotseling klonk uit de bosjes rond het veld een luide vrouwenstem: “Loeki, Loeki kom hier!”

Louk reageerde gelijk: “Ik kom zo, maar moet nog even een paar runs maken”.
En zo geschiedde. Met 2 machtige vieren bezorgde hij de Kon UD de overwinning.
Helaas heeft de eigenaresse van stem zich niet laten zien en tot op heden weten we niet door wie en waarom “Loeki” werd geroepen en hebben we wellicht wat moois gemist.
Wel waren de punten in de pocket en tevreden reden we na de wedstrijd weer huiswaarts.

Mart Meerdink Veldboom

Herinnering aan Fred van Erp Taalman Kip (12-03-2019)

Ons jaaroverzicht wordt goed gelezen en dat riep herinneringen op bij de echtgenote Gonny van George Reman.
Zij heeft onderstaand stuk historie geschreven aan Duco Ohm als volgt:

Hoi Duco,

Ik las de herinnering aan Fred van Erp in het SGS magazine, dat gisteren/vandaag werd bezorgd en dat deed mij direct herinneren aan een leuk voorval met verstrekkende gevolgen door een vraag van hem en ik weet niet of je het leuk vindt om dit in een publicatie van SGS tzt te plaatsen. Ik denk het niet, want veel mensen zal dit lange verhaal niet interesseren, maar ik dacht dat jij en Lideke dit wel leuk zouden vinden.

Ik heb George leren kennen op een reis in 1981 en in 1982 heb ik mijn baan als de eerste hoofdverpleegkundige van de afdeling Anaesthesiologie in het toen net in bedrijf gekomen AMC in Amsterdam moeten opzeggen, omdat ik met hem ging samenwonen in Mijnsheerenland in de Hoekse Waard. Blijven werken in Amsterdam was geen optie ivm het verkeer, omdat ik een vaste begintijd had van mijn dagdienst.

Werk gevonden in Rotterdam, dus no problem.
Maar wat wel een klein “probleem” vormde,  was de sport van George: cricket. Ik luisterde destijds vaak naar Langs de Lijn  op zondagmiddag op Hilversum 1 en hoorde dan regelmatig de cricketuitslagen.  Right:  zoveel voor -tig en weet ik hoeveel runs voor zoveel wickets, enzovoort. Als ze het in het Chinees hadden gezegd, had ik er evenveel van begrepen.

Maar ja, George speelde veteranen cricket op Hilversum en ik ging mee, géééén idee hebbende wat een cricket wedstrijd inhield. Ja, ik had in 1e instantie ook de misvatting, dat er twee artsen (hhuuuh???)in een witte jas in het veld stonden, maar waarvoor???? Ze deden niets en staken af en toe hun arm op. Iemand dood verklaard of zo (close to the truth, right 🙂 🙂 🙂 🙂 🙂).

Nu komt de crux van mijn verhaal: na een paar keer mee te zijn gekomen naar een veteranenwedstrijd op destijds Be Fair, herkende Fred mij en hij had op een zekere zaterdagmiddag voor een wedstrijd geen scorer en vroeg mij of ik dit kon doen. Nou, ik zag nauwelijks het verschil tussen een 4 en een 6, laat staan, dat ik de eerste wide van de volgende no ball kom onderscheiden en zoveel runs not out­­­???  dus vroeg ik hem of hij een heel aparte/bizarre, dan wel compleet idiote, nergens op slaande score op prijs stelde, omdat ik geen idee had hoe het scoren ging 🙁 🙁 🙁 🙁. Fred, niet helemaal op zijn achterhoofd gevallen, zag, dat dit geen optie was en zei, dat hij verder ging zoeken. Niet veel later vertelde hij mij, dat het geen probleem meer was en dat hij iemand had gevonden.  Problem solved. Toen ik zag wie dit was, dacht ik: dûûûhh, als zo’n klein krullenkoppie het kan, dan moet ik het ook kunnen doen. Het was zijn eigen zoon, ik geloof, dat het Marco was. Lideke scoorde toen ook voor ACC
(???) en bij alle wedstrijden, waar zij en ik allebei aanwezig waren en ook bij de veteranenwedstrijden van de Hilversumsche Cr. Cl., ben ik naast haar gaan zitten en na een aantal wedstrijden liet zij mij scoren onder haar toezicht. I still love her to pieces for it en ik heb veel, bijna alles van haar geleerd.

Het jaar daarna stond George bijna iedere zondag als umpire en niet bij de laagste verenigingen en het is regelmatig voorgekomen, dat ik bij hoofdklasse clubs als VOC, HBS, HCC, Sparta en noem ze maar op, niet gehinderd door enig inzicht of ervaring voor die clubs heb zitten scoren, als zij zelf geen scorer hadden. Ik heb toen wel in een heel snel tempo inzicht gekregen in het wat en hoe van deze geweldige sport. Later heb ik ook nog voor het 3e van Hilv. CC gescoord en dat was eerder gezellig dan fanatiek.

Ik weet niet of je met dit verhaal iets kan doen voor een publicatie ter ere van Fred of gewoon van een leuke ervaring van een destijds ondeskundige, maar wel liefhebber van het cricket.

Groetjes aan Lideke.
Gonny Reman 

Mooie herinneringen uit het Nijmeegse(09-03-2019)

Rob de Haas tekende de herinneringen op in een leuk verhaal. 

Het verhaal begint zo: "Vanaf mijn achtste jaar ben ik al cricketer. Als ik terugkijk komt een massa aan herinneringen en anekdotes naar voren. Hier wil ik mij beperken tot gedachtes, die opkomen bij het bekijken van de elftalfoto van Quick (N) 1 uit 1963.

 

Bij de teamfoto:
- v.l.n.r. staand: Henk Kloppers, Rob de Haas, Theo Burki, Jo Ellul, Jan van Helden, Jan Hagen, Raymond de Vries.
- v.l.n.r. gehurkt: Peter van Schayk, Nol Phijffer, Willem Janssen, Wout Honig. Helaas niet op de foto: Daan Ingelse.

U kunt door te klikken op deze link het pdf-bestand openen met het mooie historische verhaal.

 

Letterlijk en figuurlijk met modder gooien (03-03-2019)

Op 11 juni 1961 speelt V.U.C. 2 tegen Sparta 3 in het V.U.C. Stadion aan de Schenkkade, te Den Haag.

 Het begint als een mooie cricketdag. Bij de stand 45 voor 3 met V.U.C. aan bat gaan plotseling de hemelsluizen open. Iedereen vlucht naar “De Wondertent” het befaamde houten clubhuis, waar Karel Lotsy zijn beroemde donderspeeches hield bij de trainingen van het Nederlands Elftal. Hier kon ’s avonds getraind worden, aangezien V.U.C. de eerste club op het vasteland van Europa was met een lichtinstallatie! Bovendien bood het stadion plaats aan 15000 toeschouwers!

Na enige tijd begint het op te klaren. De beide aanvoerders Max Wierts en Klaas Vervelde zijn somber gesteld maar besluiten af te wachten. Bob Commerell wil dolgraag spelen, ondanks dat hij met 0 bowled was gegaan. Bewapend met emmers, dweilen en een riek begint hij aan de taak de grote plassen weg te werken. Af en toe komt er iemand hoofdschuddend kijken naar de voortgang. “Wacht maar, het lukt me wel.”

Een uur later komen de beide aanvoerders, vergezeld van de speler/umpires waaronder Ruud Ackermann, aanlopen voor een veldinspectie. Natuurlijk vond Bob Commerell na de titanenklus, dat het veld prima in orde was….Hij stond nog met de laatste emmer in de hand in de buurt om te vernemen dat de wedstrijd hervat zou worden.

Daarop sprak Klaas Vervelde de beroemde worden tot Max Wierts:
“Ik laat mijn spelers niet op hun gymschoentjes in deze modderbrij rondlopen, we moeten de wedstrijd als verregend beschouwen.” Max Wierts: “Ik ben het er mee eens.”

Bob Commerell ontsteekt in grote woede: “Wat……………..????
Uit frustratie gooit hij de inhoud van de emmer in de richting van Klaas Vervelde. Aangezien er behalve water ook nog veel zand en modder in de emmer zit, komt de inhoud niet in de “gewenste” richting, maar krijgt de nietsvermoedende dichtstbijzijnd staande umpire Ruud Ackermann de volle laag over zijn smetteloze witte jas.

De wedstrijd werd inderdaad verregend verklaard. Max Wierts gelastte onmiddellijk dat Bob Commerell zijn excuses aan Klaas Vervelde moest aanbieden. Na een uur halsstarrig geweigerd te hebben, heb ik dat alsnog gedaan. Of ik de umpirejas heb moeten wassen, kan ik me niet meer herinneren. Arme Ruud, hij kon er helemaal niets aan doen. Het gelach om hoe hij er uitzag, haalde wel wat druk van de ketel.

De data en gegevens kloppen exact, want ik heb al mijn voetbal –en cricketwedstrijden in een schrift staan.

Bob Commerell. 

Met Louk Hartong naar Duitsland (15-02-2019)

Het zal ongeveer eind zestiger- begin zeventiger jaren van de vorige eeuw geweest zijn.
De koude oorlog woede nog hevig en in Duitsland waren nog Engelse militairen om over de verworven vrijheden te waken. Vlak over de Nederlandse grens, bij Laarbrug en Rheindahlen, waren 2 van die legerbasissen. En waar Engelsen zijn wordt er cricket gespeeld.

UD, nog niet Koninklijk, speelden er dan ook regelmatig oefenwedstrijden tegen. ►                                     Rechts het oude logo van UD uit 1945
Zo was er op een zaterdag weer eens een wedstrijd in en tegen Laarbrug gepland.                                                gevonden op internet (Roelof)

Bij het contact werd er dan tevens de bestelling van gewenste sterke drank en sigaretten doorgegeven, want die kon je daar tegen zeer schappelijke prijzen en belastingvrij in de officiersmess verkrijgen.
Ik reed met Louk Hartong mee in zijn Renault Dauphine vergezeld van onze gastspelers Jai Rambocus en Sheridan Gumbs, beiden lid van SCHC.

Voor het verlaten van Deventer moest er nog even getankt worden en bij de Shell pomp aan de rand van Deventer werd de tank netjes volgegooid door een behulpzame zaterdagmedewerker van het pompstation.
Bij het afrekening sloeg bij Louk de schrik om het hart. Hij moest wel bijna 80 keiharde guldens betalen. Bijna het dubbele van wat hij gewend was. Hoe kon dat nou? Was de benzinetank lek of hadden de oliesjeiks de prijzen net exorbitant verhoogd?
Een blik op de pomp gaf de oplossing. De behulpzame tankbediende had de tank volgegooid met Shellina Premix mengsmering. Hierop rijdt een Solex prima, maar een auto, en zelfs een Renault, heeft toch echt benzine nodig.
Goede raad was duur. De pompbediende belde maar eens met zijn baas en die kwam al snel. De tank werd leeggezogen en weer volgegooid met echte benzine.
Met een vertraging van drie kwartier konden we op weg naar Duitsland. De eerste kilometers kwam er wel een vette rookpluim uit de uitlaat, maar dat was over tegen de tijd dat we de grens naderde.

Er was nog geen verenigd Europa en de landen kenden nog grenzen met slagbomen en douaniers. De Nederlandse grens werd zonder problemen gepasseerd, maar bij de Duitse grens moesten we stoppen en onze paspoorten laten zien. Geen probleem, maar aangekomen bij Sheridan begon men moeilijk te doen. De Duitsers vertrouwden het niet en hij moest mee het naargeestige douanegebouwtje in. Gezien zijn afkomst en huidskleur was men bang dat hij in Duitsland wilde blijven zonder een verblijfsvergunning. Na lang praten en de garantie dat wij hem ook weer mee terug zouden nemen konden we zonder onze weg vervolgen.

De wedstrijd begon wat later en over de uitslag kunnen we kort zijn. Verloren.
Het is ook moeilijk batten als elk appeal: “How’s that Sergeant? “ , wordt gevolgd door: “He’s out, Major”.
Gelukkig waren onze bestellingen goed door gekomen en stonden al klaar in de officiersmess.
Op de terugweg passeerden we dit keer probleemloos de grens en konden onze SCHC-gasten in Deventer op de trein naar Utrecht gezet worden.
En de Dauphine heeft ons nog jaren zonder noemenswaardige problemen naar menige uitwedstrijd gebracht.

Mart Meerdink Veldboom

Redactioneel:
Er zijn nauwelijks foto’s uit die tijd. Iedereen kent Louk, maar Sheridan en Jai?
Op deze foto van S.C.H.C., spelend in 1B, zijn zij vereeuwigd.

Staand van links naar rechts:
Carl Gumbs (broer van Sheridan), Sheridan Gumbs, Auke Bloembergen, Jaap van der Bijl, Ian Marshall (Australie, speler/trainer), Alder Geensen.

Zittend van links naar rechts:
Aat Hooft Graafland, Eddie Zwier, Jai Rambocus, Jaap Leemhuis en Jeroen Zweerts.

 Max Wierts - held en idool op VUC  (07-02-2019)

Bob Commerell en Ruud Ackermann schreven gezamenlijk over deze markante persoon in het Haagse, nachtcricketer bij uitstek.

Arjen v.d. Pol

 

Klik op de foto en het pdf-bestand opent in een nieuwe pagina  

Geschiedenis van de Mixed Cricket Club "HENGELO" 1954 - 2004 (28-01-2019)

Roelof Kruijshoop vindt het hoog tijd dat ook hij een bijdrage levert aan de "Verhalen Oude Doos".
Op de SGS-website hierbij een kleine selectie uit de in 2004 door hem gemaakte Power Point Presentatie over de eerste 50 jaar in de geschiedenis van HENGELO.

Hierin staan vanzelfsprekend ook artikelen en foto's van de traditionele wedstrijden op de laatste zaterdag van augustus tegen SGS. Ook de goede relatie met PW uit Enschede staat beschreven. Er is ook gespeeld tegen Boundary uit Oldenzaal wordt genoemd. Niet vergeten zijn de K.N.C.B. Jeugdcoachtingkampen. De samenwerking met PW en UD met het gebruik mogen maken van hun professionele trainers krijgt ook aandacht. Enz., enz.. Veel teksten en oude foto's.

Veel leesplezier!
Roelof Kruijshoop

Het is een groot bestand en het kost enige tijd om te laden   

Een uitnodiging van PW cricket in Enschede voor een tweedaagse toer naar West-Nederland (09-01-2019) 

Dag Duco,

Afgezien van de beste wensen voor 2019 deze kaart uit de oorlogstijd, die ik via via heb verkregen, maar waar nog niet iedereen de waarde van schijnt te begrijpen.

Met beste groeten,
Herman van der Horst.

Naschrift Roelof Kruijshoop: er moesten bonnen worden meegebracht en ingeleverd voor de lunches! De uitnodiging is gestuurd door Antonie Stroink en Herman denkt dat de elfde speler Dr. Max Janssen was, die op eigen gelegenheid reisde.                                                                                                                    

Klik op de foto om deze groot weer te geven      

Gem-EI-er (06-01-2019)

Zoals u weet organiseert de Still Going Strong Cricket Club ook winteractiviteiten en dat gaf, al weer wat langer geleden, voor de nog actieve cricketers wellicht hier en daar wat verwarring bij ons bezoek aan het Nederlands Pluimveemuseum in Barneveld in 2007. Nu moet u weten, dat ik een zoon ben van mijn vader, dat komt wel meer voor, maar dat mijn vader met het oog op de toekomst al jaren geabonneerd was op het in kippen,- (benaming voor de hoenderrassen die door de mens uit de oorspronkelijke bosvogel Gallus gallus zijn gekweekt) kringen bekende tijdschrift De Bedrijfs Pluimveehouder. Mijn vader, hij werkte toen in loondienst op scheepswerf Wilton Feijenoord, was namelijk van plan in 1952 een klein oud huisje met een grote tuin in de Oostsingel in Schiedam te gaan kopen en hoewel hij, met als enig onderpand een schat van een vrouw en toen zo’n stuk of vijf kinderen, bij de notaris bij de verstrekking van de noodzakelijke hypotheek al een heel aardige indruk had gemaakt, was een bedrijfsplan om met 200 eendagskuikens tevens ook een kippenbedrijf te beginnen nooit weg en tevens wat meer zekerheid voor een particulier die bereid was hem op dit pandje een lening te geven.

Nu zat het mijn vader wel wat tegen, want degene die destijds zijn koopwoning toen nog als huurder bewoonde, besloot op het laatste moment en tegen alle afspraken in, om toch niet te verhuizen. Die meneer wilde, nadat hij in eerste instantie geweigerd had om bij de koop 50 gulden (!) meer te bieden, bij nader inzien, alsnog proberen om de reeds aan mijn vader verkochte woning, tóch, zelf nog aan te kopen. Kijk, en dan kom je erachter, dat als kippeneieren eenmaal in de broedmachine zitten, het moment van uitkomen niet meer is uit te stellen. 21 Dagen broeden, blijft altijd 21 dagen. Aangezien wij toen nog op een bovenwoning woonden, moest er uit nood, een kinderkamer leeg worden gemaakt om de eendaags kuikentjes die daar op datum werden afgeleverd, besteld is besteld, tijdelijk te stallen. Om ze warm te houden werden enige Philips Infraroodlampen aangeschaft en ingezet, die zoals u wellicht bekend, ook wel bij spierblessures gebruikt worden. Als 6 jarige oudste zoon kreeg ik het voorrecht en taak de kuikens van kuikenvoer te voorzien en natuurlijk steeds vers drinkwater te geven.

De slaapkamervloer werd voorzien van een dikke laag zaagsel die de ontlasting van de kuikens zou moeten opnemen. Ongelofelijk hoe snel die beestjes groeien, en na enige dagen konden mijn oudere zus en ik zelfs wedstrijden houden, welk kuiken al het verst kon vliegen. Toen de halsstarrige huurder eindelijk bereid was te vertrekken, moest mijn vader, vóór de verhuizing plaats kon vinden, uiteraard als eerste een groot kippenhok achter in de tuin bouwen. Mijn moeder kreeg de taak om de eerste jonge haantjes klassiek, dus met de kop op het hakblok en met de bijl, te slachten. Daarna gooide ze hem in de vuilnisbak om uit te laten spartelen. In die tijd hebben we heel wat dagen kip gegeten! Later moesten de eieren uiteraard verkocht worden, meestal aan oude of nieuwe buren, maar dat ging dan niet zonder dat door mij ter bevordering van de verkoop, eerst het befaamde lied: Wie levert u het roomverse ei, van der Meij, van der Meij, van der Meij gezongen moest worden. Ik zou u nog veel meer van mijn kippenavonturen kunnen vertellen maar laten we teruggaan naar ons S.G.S. uitje. Wat ons op 17 november 2007 in eerste instantie opviel was, dat het toen aardig koud was. Dat komt in een winterperiode uiteraard vaker voor, maar dus ook, toen we uit de warme auto het ijskoude museum binnen gingen; de kachel brandde daar buiten het seizoen kennelijk niet en het museum was speciaal geopend voor onze S.G.S. groep.

We werden daar verwelkomd door een oud veehouder, nu gids, Teun Zeissink. Hij had de nodige ervaring, je kunt zo’n baantje natuurlijk niet als een kip zonder kop uitoefenen, en ook onze groep zou hij wel even routineus doen. Al snel werd ons duidelijk, dat kippen en eieren eigenlijk heel weinig met cricket te maken hebben. Hoewel verslaggever Roelof Kruijshoop constateerde, alle winter evenementen van de afgelopen jaren zijn overigens prachtig en met foto’s terug te kijken op de site, dat de tentoonstelling van diverse kippenvoer samenstellingen wel wat weg had van een wicket. Uit de bij SGS steeds nauwkeurig bijgehouden scoreboeken zal naderhand wel blijken, dat ik, heel laat met cricket begonnen en met weinig talent, naar alle waarschijnlijkheid wel de meeste nullen behaald zal hebben, niet best dus. Bij eieren echter, zijn de nullen juist de kanjers, de grootsten! Je ziet dat je nooit al je eieren onder één kip, of in één mandje moet leggen, maar dat wist ik als oud penningmeester van een pensioenfonds natuurlijk al wat langer. Onlangs nog verraste mijn kleindochter mij met de vraag: Opa weet jij waarom een ei niet kan bevriezen? Antwoord: er zit een dooier in. Gids Teun gaf met een ezels,- of was het een kippenbruggetje antwoord op de belangrijke vraag: Wat was er eerder, de kip of het ei. Dames en heren, zei hij plechtig, (dat mocht toen nog), wat ze u ook mogen zeggen, ik heb nog nooit een ei een kip zien leggen!
Kiplekker en vol enthousiasme ging onze al jaren gepensioneerde kippenboer door met: Alles, alles hier in Barneveld en omgeving staat in het teken van pluimvee en eieren.

Zelfs de carnavalsvereniging hier, die heet: de dubbeldooier. Zijn er nog vragen?
Ik had nog een lastige voor hem: Teun, als de carnavalsvereniging hier de dubbeldooier heet, hoe heet hier dan de uitvaartvereniging? Teun werd opeens ernstig en mompelde zacht: De laatste eer! De laatste veer ?? vroeg ik? Ja, het blijft toch altijd uitkijken met S.G.S.!

O ja, ook nog daar, van de muur, een voor mij nieuw spreekwoord geleerd, zeker ook van toepassing op onze cricketers bij de derde innings: Als één kieken drinkt, hebben ze allemaal dorst.

Gerard van der Meij (ij met puntjes).

(foto's uit de serie van winterevenement Barneveld op 17-11-2007 - de redactie)

Het Dozijn Vol ! (28-12-2018)

12 vragen aan cricketer Maarten Ingelse. Een artikel voor voor het blad van de Quick Reünisten

Open het artikel door op de afbeeldig te klikken (pdf-bestand) ►

Quick 1888   100 jaar ! (12-11-2018)

Een bijdrage van Maarten Ingelse gestuurd aan Rob de Haas.

N.a.v. je stukje in het Reünistenblaadje over  je bezoek aan het Griekse Sparta en je herinneringen die boven kwamen stuur ik je bijgaand de foto de in 1988 van de teams gemaakt is en de namen.

Cricketwedstrijd t.g.v. 100-jarig bestaan van Sparta Rotterdam en Quick Nijmegen in 1988 klik op de foto en deze opent groot in een nieuw venster  ►►

Namen bij de foto

Achterste rij v.l.n.r.:
Jan-Willem Das, Ton Hoenderkamp, Leen van Reeven, Alfons Bouman,Rob de Haas, Jan Willem Heshusius, Arthur van Lunszen,Peter van Schaijk, Willem Janssen, Hannie Knüpfer, Maarten Ingelse, Bing Jurriëns, Hans Schmitt, Coen Burki en Cocky Hoenderkamp.

Voorste rij v.l.n.r.:
Hugo Meijers, Daan Ingelse, Louis de Bruin, Arie van der Linde, Arno Knüpfer, Peter van der Burg, Nol Phijffer, Lou Borrani, Frits d’Achard van Enschut, Floor Bouwer, Henk van der Linde, Jan Bos, Conny de Bruin en Loes van Reeven.

Ik kan me de wedstrijd nog wel heinneren, maar geen details, op één na.
Coen Burki stond op de boundary te fielden en ving met één hand een bal. Maar Coen temperde de euforie , door aan te geven , dat hij met één voet over de witte lijn stond en het dus een zes was !!

Rob de Haas

SCHC in Engeland - bijdrage van Arjen van de Pol  (06-11-2018)

Opeens verschijnt een reclame op de PC, die herinneringen oproept. Herinneringen aan wijlen Jan Groen van VOC en crickettoeren naar Engeland.

Een al in de steigers staand verhaal over deze toeren is opgepoetst en treft u hierbij aan.

Jan Groen is op crickettoer geweest met de Vrienden van het VII.
Het VIIde herenhockeyelftal van SCHC was in de jaren eind 60 en 70 fameus en berucht. De kratjes reikten na de wedstrijd vaak tot aan het plafond in het oude Blijdenstein-clubhuis van Stichtsche. In dit elftal speelden ook een aantal cricketers: mijn broer Jan, Jan Branger, Jochem en Jaap van der Bijl (zoons van Henk),
Wouter Wilton, Dick Naezer, Koos en Jan Schouwenaar. Zelfs Jay Rambocus heeft op het doel gestaan.
Men had in een onbewaakt ogenblik het plan opgevat een crickettoer naar Engeland te organiseren. Hetgeen zich daarna vele malen heeft voltrokken.
Aanvulling werd gevonden in de vriendenkring (mijn persoon o.a.) en 1 of 2 cricketers van buiten. En hier kwam Jan Groen in beeld na een zeer vochtig einde van een wedstrijd tegen VOC 2.
Hij was aan de bar niet stuk te krijgen om de volgende dag voor eerst mee te gaan naar een golfveld. Dat kon toen nog redelijk gemakkelijk. Het succes was matig.
Met het hout sloeg Jan de ballen alle kanten uit, behalve richting de hole ..................  lees verder door op de link te klikken:  SCHC in Engeland.pdf

Arjen van de Pol

Uit de NRC geplukt met dank aan Herman van der Horst en het gaat natuurlijk over cricket (06-09-2018)

Hierbij verhaal van vandaag in NRC, lezenswaardig en technisch goed.
Verder een eerder verzonden verhaal uit 1896 uit De Hooge Heeren en ’t Societeit uit Enschede uit het dagboek van een voorvader van een bekende Enschedeer.

 Groetjes, Herman van der Horst
Bij de meest rechter foto: zoek naarhet bericht van 29 september 1896: het gaat over cricket anno 1896 !

RECOLLECTIES en een persoonlijk eerbetoon aan GERRIT & MARIEKE MEIJER(06-08-2018)

Theo Straten ontving bijgaand bericht. De SGS website wordt ook gelezen in het buitenland !

Dear Theo, Good morning! I hope you are well.
It’s been some time since we last had some contact. As you are aware I read the SGS website fairly regularly with interest to follow some of my old playing colleagues and friends.

Recently I read about the sad passing of Gerrit Meijer (and his wife Marieke) who predeceased him. I had great respect for both.
Also I felt moved to pass on my sincere condolences to the family. In the attached document, as well as expressing my sadness, I’ve tried to convey the joy and inclusion of being a part of that team over 4 years. They were a great group of people who joined on the cricket field for the love of the game.

It was a special time, long gone now.  I hope that you will consider the attached in Nederlands/Engels for inclusion on the website: “oud doos”  http://www.sgs-cricket.nl.

I look foward to hearing from you.
Many thanks, in anticipation, and greetings to all. Klik op de afbeelding rechts en het artikel opent in een nieuwe pagina

Dennis.

ACC - Hermes DVS - Pinoke - Victoria en AFC zoals beleefd door de op 6 juli 2018 overleden Gerrit Meijer (10-07-2018 + 22-07-2018)

Wij schrijven 5 maart 2013 (!) (de verjaardag van ACC) wanneer EP Knüpfer Gerrit Meijer bedankt voor zijn felicitaties en voor de optekening van zijn levensloop in de sportwereld bij ACC/Hermes DVS/ Pinoke en AFC.
Hieronder de berichten met een toevoeging van Frank van der Weijden aan het eind.
Duco Ohm
-------------------------
EP (Ernst-Pieter Knüpfer) schreef toen:

Geachte heer Meijer,
Hartelijk dank voor uw email met gelukwensen aan ACC voor de verjaardag van onze club en de belevenissen die u heeft opgetekend. Ik heb ze met heel veel plezier gelezen.

Met uw goedvinden stuur ik deze email door aan de webmasters van AFC en ACC, want ik weet zeker dat deze bij de oudere garde onder de AFC'-ers en ACC'-ers mooie herinneringen naar boven zullen halen en ook zij deze met heel veel plezier zullen lezen.
Als SGS lid en trouw bezoeker van de winterevenementen samen met mijn moeder (89) en zus heb ik met grote regelmaat contact met Duco over allerlei cricketgerelateerde aangelegenheden.

SGS heeft een rubriek 'verhalen uit de oude doos' en ik heb ooit eens via Duco gereageerd op een verhaal dat Sparta aan ging. Als rasechte Spartaan (mijn inmiddels ruim 5 jaar geleden overleden vader, die u ongetwijfeld gekend zult hebben was zelfs 70 jaar lid van Sparta) kon ik een aantal aanvullingen op namen van spelers van weleer geven. Dit bracht me hierdoor tevens in contact met oud-Spartaan en oud-ACC'-er Jan Nefkens, met wie ik met regelmaat per email contact onderhoud. Hij woont al geruime tijd in Bangkok.

Ik weet dan ook zeker dat uw belevenissen dus ook op de website van SGS met veel plezier gelezen zult worden.

De namen van oud ACC'-ers die u noemt over wie u schrijft spreken tot de verbeelding, ik ken ze nagenoeg allemaal.

Zelfs de naam van Hermes legende Manus Stolk is mij niet onbekend. Ik heb hem zelfs nog gekend. Wij spraken thuis veel over cricket en de verhalen over de Damlaan ontbraken daarbij niet.

Lou Borrani (die jarenlang bij mijn vader in Sparta 3 speelde) vormde samen met Manus voor Hermes, maar zo kende ik ook namen als die van Jan Offerman en heb ik zelf Anton Keuzekamp, Dolf en Siem van der Ende, Wim van der Sloot etc. nog gekend.

Daar komt bij dat ook wij in Vlaardingen en in de buurt van Hermes woonden (mijn moeder woont nog altijd (sinds 1955!) op de Kethelweg in Vlaardingen).

Helaas kon ik vorig jaar niet bij de viering van uw verjaardag op ACC aanwezig zijn. Ik had u er nog op willen wijzen dat er in ons clubhuis nog een foto hangt van het team dat in 1948 het Flamingo Junioren tournooi won. Erg leuk.

Ik laat het hierbij en ga slapen. Ik wil u nogmaals hartelijk bedanken, ik stel het zeer op prijs dat u al die moeite heeft gedaan om uw belevenissen over ACC op te schrijven.

Ik wens u een goede gezondheid en wie weet treffen we elkaar komend seizoen op de cricketvelden.

Hartelijke groet,
Ernst-Pieter

---------------
Hieronder het bericht van Gerrit Meijer aan ACC met zijn felicitaties en zijn herinneringen.

To: Ernst-Pieter Knupfer
Subject: Fwd: 5 maart verjaardag ACC, mijn hartelijke gelukwensen!!

Naast de verjaardagen van mijn ouders, broers (4) en zussen(3) en later die van echtgenote en kinderen(2) staat die vijfde maart
stevig in mijn geheugen gegrift, geen wonder als een club zo'n groot deel van jeugd en later sportleven heeft bepaald.

Vorig jaar kreeg ik als antwoord op mijn felicitaties aan het ACC bestuur de "hint " van mijn belevenissen enkele memorabele op te tekenen en
ter lering en vermaak toe te sturen. Welnu, een poging daartoe waag ik, met moeite weliswaar, maar in de hoop dat de lezer er enig plezier aan heeft en ik dit als een cadeautje U mag schenken!

Mijn binding met de club betreft in hoofdlijn drie periodes te weten: mijn jeugd, als volwassene en na het afscheid elders.

In mijn jongste jeugd raakte ik op de lagere school bevrind met Goofje Groeneveld, we woonden in dezelfde straat en hij was altijd bezig met balspelletjes, thuis in de hal van zijn ouderlijk huis of op straat. Hoewel officieel verboden werd er toch intensief straatvoetbal gespeeld , er was ruimte genoeg en weinig verkeer.

Er was één grote dreiging, de te laat opgemerkte "juut"; een keer waren we betrapt, ernstig toegesproken maar dachten na vertrek van oom agent en een gepaste pauze, wel weer verder te kunnen spelen .........de agent had zich verdekt opgesteld en we werden met z'n twee naar het bureau "opgebracht" en enkele uren in de cel geborgen.

We komen nog regelmatig in Amsterdam en elke keer als ik de oude gevel zie van Politie en Brandweerpost diagonaal tegenover het Concertgebouw waar nu een restaurant is gevestigd dan voel ik nog een lichte huivering.......

Na straatvoetbal en een jaar padvinderij die door de Duitsers werd verboden hebben we ons aangemeld bij een "echte" voetbalclub AFC; dat was niet niks maar Goofs vader was een bekend oud speler van Hercules en had zo zijn connecties met zijn vroegere AFC-tegenstanders dus dat heeft vast geholpen door de strenge selectie te komen; het was desondanks een grondige procedure waarin opgenomen een bezoek aan ons thuis van twee in driedelig pak gestoken oudere heren namens de ballotage commissie; ik was diep onder de indruk en ik geloof mijn ouders óók.
De aandacht, begeleiding en zorg in die oorlogsjaren die AFC zijn jeugd gaf hebben we steeds als heel bijzonder ervaren; genoten hebben we van de kienmiddagen boven in het clubhuis aan de Wandelweg waar we met worsten, broden, koek en andere leeftocht als trofee het thuisfront konden verblijden en niet te vergeten de bezorging van etenswaar aan huis, midden in de schaarsteperiode van de hongerwinter '44-'45.

Bij de adspiranten herinner ik mij gespeeld te hebben met Floris Haak, Herman Hertzberger, Johnnie Werner, Jan Groenink, Hans van Hessen, Henk Kappel, de tweeling Meijer (Robbie en Paul) van de bloemenzaak hoek Parnassusweg/Stadionweg en natuurlijk Goof die één van de echt getalenteerden was.

Na enkele jaren werd er in de club propaganda gemaakt voor deelname aan de zomersporten bij de "dochters" van AFC te weten de honkballers van ABC of de cricketers van ACC. Bij ABC raakten we wel onder de indruk van o.a. Otto Sterman maar cricket trok meer met "idolen" als Wally van Weelde; mijn eerste jaren cricket vond ik het spel niet bijster boeiend maar bleef vanwege vrindjes en gezelligheid; wél heb ik toen geijverd te mogen wicket keepen om zo veel mogelijk in het gebeuren met de bal betrokken te zijn en het risico van falen aan bat en opgeborgen in het verre veld te vermijden.

Zo heb ik mooie jaren, eerst bij de adspiranten later bij de junioren van AFC en bij jeugd cricket van ACC beleefd. Hoogtepunten waren bij het voetbal de ontmoetingen bij Ajax, waar jongens als Jan de Boer en Johan Boskamp, de later beste voetballer onder de acteurs en beste acteur onder de voetballers, ons als gentleman ontvingen en we na onze wedstrijd achter het doel van Ajax mochten zien hoe de legendarische keeper met de pet, Keizer, de ballen gracieus uit de lucht plukte, maar ook voor een kopbal omhoog springende tegenstanders ontregelde door subtiel hun broekjes naar beneden te trekken. Daar genoten we ook van Abe Lenstra met Heerenveen, de kampioen van het Noorden, die keeper Keizer meermalen het nakijken gaf. En natuurlijk ook van de AROL-beker het toernooi bij AFC aan de Wandelweg, waar AFC met Dik Disselkoen, Schaaphof(?) en Gerrie Stallman onze helden waren.

Tribunes, clubhuis, kaartverkoophokjes, alle opstallen waren in hout opgebouwd. Mijn vader hield van wandelen door het "Bosplan"- het huidige Amsterdamse Bos-langs de Amstel en ook langs de Wandelweg; ik herinner me dat we daar leden van AFC zagen die als vrijwilligers het complex bewaakten tegen sloop en diefstal want hout was een gewilde brandstof in die oorlogsjaren. Wat liefde voor je club al niet met zich mee brengt....
Na de oorlogsjaren was de komst van een Schotse oud-international, Peter Dougal, als trainer een spannende periode; we oefenden intensief en ik legde me toe om van éénbenig rechts ook links zuiver en hard te kunnen schieten; de terreinknecht, geheel opgenomen in de "AFC familie" zag onze inspanningen en mislukkingen en liet zien hoe het moest; hij won een weddenschap om op zijn klompen de bal vanaf de cornervlag in de goal te krullen, 8 van de 10 raak!!

Van de cricketerij waren de prestatie's van Wally voor ons geweldig als hij de ballen uit het veld over de Wandelweg ranselde en na wéér een century als een triomfater breed lachend het veld af kwam. Ook de verschijning van Charles Lungen kreeg voor ons een bijzonder gevoel van bewondering: "die man komt speciaal elk weekend uit Engeland over om hier bij ons te spelen!" "Niet vergeten zal ik de ervaring te mogen invallen bij een van de lagere teams van ACC, we speelden tegen VVV verderop aan de Wandelweg en in ons elftal speelden en bowlden vader èn zoon Sanders, als ik me goed herinner Sanders sr. medium fast met scherpe offbreak.

De opvattingen bij AFC over jeugdcoaching en training werden wel zéér extreem in onze beleving toen wij Zaterdags niet meer op het complex een balletje mochten trappen vanwege de absolute rust die in acht genomen diende te worden de dag vóór de belangrijke Zondagscompetitie. Het heeft mij tot kennismaking met hockey gebracht, achter op de fiets bij oudere broer Henk naar Amstelveen, leuk ballen en nog gezellig met jongens en meisjes door elkaar. Heel stimulerend om Zondags vol overgave te strijden voor de eer op het voetbalveld! Het jaar daarop zelfs Zaterdags hockey jeugdcompetitie in combinatie met AFC junioren overige dagen...

Met de jeugd van ACC , Henk en Hans van Weelde, Wim Feldmann, Wim vd Hurk, Jan Bregman, Loeki Woudstra en natuurlijk Goof Groeneveld werden successen geboekt o.a. het winnen van het Flamingo-toernooi; ik was gelukkig als wicketkeeper daarin te mogen bijdragen. Achter de palen werd ik zelfs gevraagd voor KNCB jeugd; in het Nederlands jeugd XI vierde ik een triomf samen met de kortgeleden overleden Klaus Fischer van VRA toen wij als laatste batsmen op de mat in de laatste over tegen een sterk KNCB team de winnende hit sloegen, of was het een legbye?
Na mijn eindexamen verdween ik naar Delft om elektrotechniek te studeren, het voetbal hield ik voor gezien, maar s' zomers in de weekenden en met vacantie bleven we graag cricketen bij ACC dat inmiddels zijn domicilie had gevonden bij het sportcomplex in Amstelveen van de Twentsche Bank, met terrein en restauratie verzorging door de familie Rikse.

Na de jeugd mocht ik spelen in het tweede en met veel plezier want met figuren als Wim Staats en Gerrie Stallman was er veel gekkigheid; zo waren we een keer te gast bij SCHC en na afloop nog naborrelen/hapje eten in het café-restaurant van Bilthoven naast de spoorwegovergang. Daar was muziek die twee dikbuikige heren opzweepte tot een dans, ieder startend van een tegenovergelegen wand elkaar tegemoet waggelend tot de veerkrachtige buiken na de botsing de heren weer terug dreef en zo voort; de éne danser was de zeer gerenommeerde rechtsgeleerde, slowbowler van SCHC, Harry van Benthem de ander de niet minder gerespecteerde ondernemer van het Amsterdamsche nachtleven Willem Staats.
Behalve mannen als Tonnie Balk en Wim Stokking speelde in dat team Dick van Gemen behalve een hard slaand batsman lid van de elftalkeuze commissie.

Ik was inmiddels gevraagd voor de Flamingo's en uitgenodigd voor het spelen in KNCB teams, dus werd er zowel bij mij als bij Dick door "derden " wel eens geïnformeerd wanneer de plek achter de palen in het eerste van ACC voor dat veelbelovende talent beschikbaar kwam....Ik vond het spelen in ACC twee prima, maar het werd pas een probleem toen Carel Alandt als vaste wicketkeeper regelmatig moest worden vervangen en ik een paar seizoenen afwisselend per week in twee en één speelde. Carel was een jarenlang vaste kracht voor ACC I en behalve als een door tegenstanders gevreesde goede wicketkeeper had hij nog een belangrijke waarde ....zijn overheerlijke sigaren, door vriend, vijand én umpires zéér op prijs gesteld .Door het verplaatsen van de tabaksbeurs van Amsterdam naar Hamburg moest hij echter regelmatig verzuimen en heb ik tenslotte Dick van Gemen voor de keuze gesteld mij òf in ACC twee òf in het eerste op te stellen, maar niet afwisselend gedurende het seizoen.

Toch ben ik dankbaar nog een periode met invalbeurten te hebben mogen spelen in het ijzersterke ACC dat een periode beleefde van regelmatige landskampioenschappen; geen fastbowler heb ik alle jaren meegemaakt die zó precies en haarzuiver de bal zijn vlucht en pitch gaf als Piet Sanders, geen batsman zo veelzijdig in alle slagen, krachtig en aanvallend als Wally van Weelde, geen openingsbat zo steady als Dick de Baare met heerlijke late cuts tussen gully en slips, geen allrounders zo compleet als Henk van Weelde en Wim Feldmann met bowlen, fielden en batten, geen gentleman-batsman van allure met een zo mooie, intellectuele vrouw als supporter meestal op een stil plekje achter de boundery als Lou van Kranendonk, geen fielder die zo hard diep vanuit de "covers" en zuiver ingooide als Dik Disselkoen die, aan bat eenmaal op dreef in record tempo het aantal runs omhoog tilde, Jan Bregman een uitstekend bat met slechts één manco, zijn angst voor bepaalde snelle bowlers. Wim vd Hurk die een snelle en bij nieuw een vervaarlijk zwaaiende bal los liet en daarbij een hem kenmerkende kreun produceerde. Verder Jo Immig en George Wijnand, de laatste altijd onberispelijk in het wit gestoken, vaste plek in de gully of slips en bij een vang daar een schitterende act van maakte...toen voor zover ik weet de beste journalist onder de cricketers en de beste cricketer - (gully) fielder onder de journalisten. Rudi Onstein van Rood en Wit kwam een generatie later om voor deze kwalificatie geprezen te worden.

Een vaste kracht was de trouwe, gezaghebbende, nauwkeurig scorende (tante) Nel Sabelson (voorzitster van de Damescricketbond), die later "mijn" Marieke het scoren, de kneepjes van het spel, spelers en umpires leerde. Mooie belevenissen waren de ontmoetingen met Eastcote, om het jaar bij ons en vervolgens bij hen, waar ik bewondering kreeg voor mijn gastheer Gordon Snoade, steady wicket keeper op leeftijd. Met het vertrek van Wally en Hans naar VOC, het vertrek van Piet Sanders naar de houtbranche in Afrika werd de strijd in de hoogste competitie moeilijker; Henk van Weelde heeft daar vele jaren stimulerende captaincy aan gewijd, Duco Ohm verscheen als jonge snelle bowler, Hans en Kees Klinkhamer, Loek Woudstra, Hans Schooneveldt, Hans Dukker vulden opengevallen plaatsen waarbij vooral in mijn herinnering is gebleven dat het fielden in de covers en het ingooien van Hans Dukker het nivo van voorheen Dik Disselkoen evenaarde.

In de laatste periode dat ik bij ACC speelde werd de afstand Delft, inmiddels afgestudeerd, getrouwd, en in militaire dienst overbrugd met de Vespa. Ook de trainingen in de fraai door Wim Staats geregelde oefenkooi naast het Olympisch Stadion, waar ik zeer waardeerde de "lessen"van Dick de Baare, in verwondering ook Bep van Klaveren op een nabij geconstrueerde boksring zag oefenen voor een wedstrijd om de titel in het Stadion en later in de nabij opgebouwde tent de musical Jesus Christ Super Star bewonderde. Zo hebben sommige plekken een speciale betekenis, deze naast het Olympisch Stadion als ook het complex van de Twentsche Bank, waar ik jaren winters mocht hockeyen met heren I van Pinoké, 's zomers cricket met ACC , de aankomst 's ochtends op het fraai door Rikse geschoren veld met de geur van het pas gemaaide gras, met de klok van de Incassobank in de verte die ons bij de tijd hield en na afloop het bier dat er zo verrukkelijk smaakte!! Het vaste umpires duo Daan vd Ende en Gerrit Hovingh dronk geen bier maar zeker zoveel genever en dan natuurlijk de sterke verhalen....

Het achtste lustrum was aanleiding om tegen een elftal te spelen samengesteld uit alle opposing captains, aangevoerd door Wally en het deed me veel plezier daar als captain van ACC te mogen strijden, en later bij het diner in het oude clubhuis aan de Wandelweg, het woord te mogen voeren. Het voordeel als wicketkeeper al deze mannen van zeer nabij, zij als batsman, te hebben meegemaakt en daar van ieder toch op ruim één meter aan de andere kant van het wicket een kenmerkend gedrag te hebben ervaren kon het verhaal bij het overhandigen van een passende tegel ACC 40 jr. een persoonlijke tint geven.

Die tijd heb ik grote waardering gekregen voor het werk ten bate van de Nederlandse cricketerij, ACC in het bijzonder, door Dick de Baare aan cricketcoaching en training op niveau van MCC standaard. Onvermoeibaar was Dick daar mee bezig, gesteund door Jan Bregman en Hans Schooneveldt.

De komst van onze tweede zoon maakte dat de afstand Vlaardingen Amsterdam te bezwaarlijk ging worden voor regelmatige training en wedstrijden.
De laatste wedstrijd van het seizoen 1962 (?) speelde ACC thuis tegen Hermes DVS; het totaal aantal runs dat we scoorden werd door Hermes niet gehaald en het werd met de toenmalige regels dus een draw. Door opstandige Hermes lieden werd mij verweten als aanvoerder van ACC te laat te hebben gesloten en daardoor Hermes geen faire kans te hebben geboden de runs binnen de resterende tijd te kunnen maken.....sneu, want Hermes ging hierdoor degraderen. Ik heb het één van de moeilijkste opgaven voor een captain gevonden, als eerst battende partij met een matig totaal aan runs te bepalen wanneer te sluiten, om de tegenstander een niet te gemakkelijke opgave te gunnen ons totaal te passeren en tegelijk een redelijke kans te houden die zelfde tegenstander toch uit te krijgen .

Het bleek tevens mijn laatste wedstrijd voor ACC te zijn geweest, want met de tweede zoon op komst vonden we de logistieke organisatie vanuit Vlaardingen niet meer verantwoord. Velen waren verbaasd dat ik me toen bij Manus Stolk meldde met het verzoek cricket bij Hermes DVS te mogen voortzetten, voor mij een logische keuze want Harga, het complex van Hermes lag hemelsbreed nog geen kilometer van ons woonhuis, maar ook een keuze vanwege respect en waardering in de loop der jaren gekregen voor Manus als groot cricketer, sportsman en voorman van de cultuur die we bij Hermes hadden ervaren.

Hier eindigt zo mijn verhaal van direkte ACC betrokkenheid. Toch heeft de invloed van de ervaringen bij ACC opgedaan lang doorgewerkt; bij Hermes hebben we enthousiast de voorbeelden overgebracht van jeugdwerk zoals bv ook de jaarlijkse "boysday", hebben in KNCB bestuur bijgedragen aan een zeer prominent jeugd- en coachingbeleid, hebben bij een leeggezogen club als Victoria de cricketerij weer mee helpen op poten te zetten; dit laatste was wel een bijzondere ervaring om met onze beide zonen, inmiddels twintigers en met een tiental van hun hockeyvrienden, met Marieke weer als vaste score in de onderste regionen van de KNCB competitie te beginnen aan een opmars van vijf seizoenen kampioenschap en voor mij persoonlijk omstreeks 1985 te eindigen op een niveau waar ik met het tweede van ACC in 1950 was gestart. Zo verbeeld ik me een van de weinigen, zo niet de enige te zijn, die alle rangen van de KNCB competitie heeft doorlopen, zelfs nog even met de cap van het Nederlans XI-tal tussendoor!!

Tot slot memoreer ik het grote plezier dat ik jaren lang heb ondervonden bij SGS en de grote waardering voor de wijze waarop mannen als Jaap van Noortwijk en Duco Ohm daar consistent en warmbloedig jarenlang hun energie aan hebben gegeven respectievelijk nog geven.

Mijn laatste actieve cricket jaren waren bij de veteranen van Victoria o.l.v. Hans Molijn c.s., mijn laatste optreden aan bat, samen met Aat van Rossum op de mat....fini.

Mijn laatste ontmoeting met ACC is heel recent geweest; een surprise party op het nieuwe complex in Amstelveen, een geweldige verrassing tgv mijn 80-ste verjaardag, mij geboden door het stel Victoria jongelui waar ik vijf jaar mee op trok, inmiddels allemaal vijftigers! Het was een hartverwarmende ervaring met de ontvangst en verwennerij door gastvrouw Eva, dochter van Pieter van Vliet, die mij vroeger zo dienstbaar was met de aanschaf van cricketspullen in zijn winkeltje Badhuisstraat Scheveningen.

Het bestuur van ACC en allen van de club onze beste wensen voor het komende seizoen.........

Met een hartelijke groet,
Gerrit en Marieke Meijer

Van Rob de Haas ontvingen wij onderstaande cijfers en resultaten.

Het pdf-bestand opent in een nieuw venster als u op onderstaande foto klikt. Veel leesplezier!

Het OVAAL in het G.J. Van Heekpark in Enschede (16-03-2018)

Van Herman van der Horst ontvinden wij een leuke bijdrage over de historie van het bekende Van Heekpark in Enschede. Er is een aangetoonde relatie met de cricketsport.

Het verhaal is mede geschreven als bijdrage van lezers van Dagblad Tubatia in relatie tot "Het schatgraven in 100-jarig Van Heekpark".
Diverse lezers schreven hun mooiste herinneringen op en Herman schreef een van de bekroonde bijdragen.

 

 

Klik op de foto en dan opent die groot in een nieuw scherm

Topcricket op Quick (N) in 1951

Rob de Haas ontving van Maarten Ingelse een paar leuke foto's uit 1951. Eén daarvan zou best in de Oude Doos van SGS passen!

Het betreft: Cricket wedstrijd op Quick Nijmegen tussen een NCB XI en Lincolnshire Gents in 1951.
Staand v.l.n.r. Hennie Burki, Daan Ingelse, Cees Slagter, Paul Maas, E. Peereboom, Raymond de Vries (capt.), M. van Vliet, Harry de Haas (umpire).
Gehurkt v.l.n.r. Max Maas, Nico Leeftink, Lau Mulder, Hans Herklotz.

Klik op de foto en deze opent groter

 

 Ajax Nieuws augustus 1955 - ook cricket!

Tussen de jaargangen Cricket die ik van Lex Bouwes kreeg zat ook een oude uitgave van het Ajax-nieuws.

In de bijlage een PDF van het maanblad AJAX-Nieuws uitgave augustus 1955. In die tijd had Ajax nog een cricketafdeling  en op pagina 2 het cricketnieuws geschreven door “pil” (vermoedelijk Henk Pil).

Al lezende enkele bekende namen – die later ook de SGS gelederen zouden versterken - zoals Lot Lobry de Bruyn die - bowlend voor Kampong - diverse malen voor 6 geslagen werd; bowlers van ACC Ton Balk en Clair Lapierre; de gebroeders Hans, Ferry en Rob Dukker die voor Ajax regelmatig runs maakten.  

Maarten Ingelse

 Cricket en het eerste Vitesse : cricket in de jaren 40 van de 19e eeuw

Duco Ohm ontdekte bijgaand artikel in "de Sportwereld". Het gaat over cricket bij Arnhem.

Klik op de foto rechts om het pdf-bestand te openen.

 Cok Fiege wil cricket introduceren; een bijdrage van zijn zoon Ron

Geachte heer Ohm,

Naar alle waarschijnlijkheid zult u mij niet kennen. Aanleiding voor dit bericht met bijlage is een krantenartikel uit 1984 dat opdook bij het ordenen van mijn vader’s cricketarchief. Mijn vader was Cok Fiege, 1910-1992, ongeveer 42 jaar lid van SGS geweest en 72 jaar van Quick 1888 (Nijmegen).
Het betreft een artikel in dagblad De Stem van 7 september 1984 en had als strekking een “poging” van mijn vader om cricket in Zeeuws-Vlaanderen vanuit zijn woonplaats Schoondijke, waar mijn ouders een paar jaar eerder vanuit Nijmegen naartoe waren verhuisd, bekend te maken.
De aanleiding tot het initiatief van mijn vader is naar alle waarschijnlijkheid geweest het bezoek en logies van zijn vriend Baai Lubbers, die tijdens een fietstocht door Zeeland, ook Schoondijke aandeed. Zij kenden elkaar toen al jaren, voortgekomen uit de zeer vriendschappelijke contacten tussen UD en Quick in die tijd, waarbij ik verder ook Loek Hartong, Mart Meerdink Veldboom Sr. en Dries Kost kan noemen.

De inhoud van het artikel zal verder wel voor zich spreken. Rest te vermelden dat het initiatief niet is aangeslagen en dat de reacties op her artikel nihil waren. Dit was te verwachten, de provincie Zeeland was, wat betreft cricket, een witte vlek en zal dit altijd blijven. Wellicht laat de duidelijkheid te wensen over, of laat de bijlage zich niet openen, in dat geval zou ik u het originele artikel kunnen sturen, ter bewerking door de heren van de website. Mocht u het artikel niet geschikt vinden voor de Oude Doos, geen probleem en volledig begrip.

Vriendelijke groet,
Ron Fiege

Opnieuw een bijdrage van Herman van der Horst

Herman stuurde Duco 8 foto's met oude artikelen, waarin o.a. cricket wordt uitgelegd.

Een nieuwe bijdrage van Rob de Haas

Rob de Haas bladerde in oude Crickets en vond in 1971……
Liefst 11 SGS-ers worden hier vermeld. Rob schreef:

Hallo Duco,

IK heb van Maarten Ingelse (die ze weer van Lex Bouwes had) de jaargangen 1959-1975 van CRICKET ter inzage. Daarin is natuurlijk veel oude historie te vinden. O.a. een verslagje van de wedstrijd ABN - Hilversum in 1971, waarin we tegen elkaar speelden. Ik werkte toen bij de ABN en speelde (als 27 jarige veel te jong natuurlijk) met hen mee in de veteranencompetitie. Zie onderstaande knipsels. Toch nog wat cricket in de herfst....

Emmerson Trotman en zijn zoon Ryan

Herman van der Horst vond bijgaand artikel in de krant. Een belangrijk stukje geschiedenis.
Hij meldde: "FC Twente mag dan zojuist verloren hebben, maar bijgaand artikel stond vandaag bij ons in de krant en lijkt me wel het vastleggen waard."
Met beste groeten,
Herman.

Roelof Kruijshoop vermeldt hierbij dat Emmerson lid was van de Mixed Cricket Club "HENGELO" van 2006 tot 2008, speelde in het eerste elftal en hielp met de trainingen. Emmerson had toen een extreem goed reactievermogen en ving vrijwel elke bal die naar de slips ging. Roelof haalde Emmerson altijd op en bracht hem thuis voor en na de trainingen in Hengelo. Emmerson is ook de coach van het Nederlands elftal geweest.

Makkers van vroeger

Via Geerta Alladin kwam Duco aan een foto van de mannen die lang geleden elkaar op het veld van BeFair ontmoetten. Wedstrijd Hilversumse CC - SGS.

Achterste rij: Guus Hees, Frits Bodaan, Ton Klijn. Guido Abbenhuis, Albert van Nierop, Willem Kruyff, Fred van Erp Taalman Kip, Jan Aart Vlug, Jan Smit, Harry van Benthem, NN, Siebe van de Zee, Charles Verheyen, Jan van Herwaarden, Joost de Bie en Peter Witmer.

Middelste rij : Lou Borrani, Henk van der Bijl, Willy van Nierop, Harold Nightingale, Willy Rosenbaum, Rudy Tiessen, Jopie de Bruin, Max Grondhout, Jopie Uiterwaal, Hedde van Rietschoten, Ton Loggere en Henk van Weelde

Voorste rij : Willem van der Luur, Aad van Diest, Vally van Zomeren, Jack Siewe, Rob Rosenbaum, Frank Peacock, Eric Kuurstra, Jan Kapelle, NN, Casper Rosenbaum en Hans Koch

Onvoorstelbaar dat liefst 27 van deze makkers niet meer in ons midden zijn. Goede en warme herinneringen zullen wij koesteren.
Still Going Strong is een vriendenclub en zal dat altijd blijven.
Klik op de foto en dan opent die groot in een nieuw scherm. Foto Atie Bodaan

 Engeland Verslaat Nederland - SGS'ers in actie!

Bijgaand een krantenartikel uit het archief van Duco Ohm

 

Klik op de foto en dan opent die groot in een nieuw scherm.

Jubileumvoorstelling 1979 bij de viering van het 50 jarig bestaan van SGS CC

Ik was bij Willy van Nierop op bezoek en kreeg van hem documentatie uit 1979 te zien: de jubileumvoorstelling in Nijmegen t.g.v. ons 50 jarig bestaan. Natuurlijk gevraagd of ik dit stukje historie mocht meenemen om te scannen.

Link naar de bijlage met alle pagina’s over het uitgevoerde cabaret.

Duco Ohm - 09-08-2016

Foto's uit het verleden (10-08-2016)

Duco vond bijgaande foto's in zijn archief. Een leuk stukje historie!

 

 

Klik op de 1ste foto om de drie pagina's te openen (pdf).  .

 

Een uitnodiging voor het spelen van een wedstrijd van "Cricket-Club S.G.S." in de goede oude tijd

Gevonden in het archief een uiitnodiging aan J. Offerman voor het spelen van een wedstrijd voor SGS op dinsdag 21 februari 1961 om 5 uur 's middags. Per briefkaart en getypt op de typemachine.

Duco Ohm - 10-08-2016

 

Klik op de foto om deze pagina te openen (pdf).  .

 Veteranentournooi Sociaal hoogtepunt (03-04-2016)

Duco Ohm stuurde bijgaand krantenartikel uit 1987, dat melding maakt van ons Drielandentournooi dat werd gespeeld bij Bloemendaal.

Klik op het plaatje om het te lezen.

Miel van Hutten stuurde ons een link naar historische cricket foto's (31-01-2016)

Geachte redactie,

Als oud-lid van PW Cricket ben ik eens gedoken in mijn foto archief en daaruit duikelde ik een paar foto’s op uit het verleden van cricket in Enschede bij 'Prinses Wilhelmina'. Helaas bestaat de club niet meer na een 100-jarig bestaan.

Op deze foto’s zijn ook een aantal bekende (oud) SGS-leden te bekennen.
De kleurenfoto’s zijn gemaakt op 19 juni 1993 bij de 17e lustrumviering op het landgoed ’Zonnebeek’ van de familie Van Heek.
De zwart-wit foto’s zijn meer dan 40 jaar geleden gemaakt op het toen mooiste cricketveld van Nederland: Erve ’t Slagman.

Zie hier de link naar de foto’s: https://flic.kr/s/aHsktx8Ckz

Met vriendelijke groet, Miel van Hutten

Namens SGS CC heel hartelijk bedankt!

Hieronder een kleine selectie. Klik op een foto en deze opent groot.


Groepsfoto: Staand van links naar rechts:?, Hans Marseille, Haze Jannink,
Bram Deutz Ebeling, Miel van Hutten, Jan Nefkens, Hans Schnitger, Erik Leeftink,
Robert-Jan Reijntjes, Pem van Heek, Jan Scheffer, Wilco van Oven Fransz, Otto Beijer?, Jeroen van Huystee,?, Rinus Tönis, Wiebe Kloppenburg.
Zittend van links naar rechts: Onno van der Meij,?,
Willy Elkink, Ferry Dukker, Jan Jordaan, Geert Abendanon, Frank Tattersall en Lim Baak.
Liggend op de voorgrond: Dolf Abendanon
Links een foto die wij hebben ontvangen van Ferry Dukker   

 Rob de Haas stuurde ons een prachtig stuk historie van Piet Rietveld

In de jaren vijftig speelde bij Kampong Piet Rietveld. Hij en mijn zus hadden korte tijd ‘verkering’ en sindsdien heb ik nog steeds af en toe contact met hem, hoewel hij al 50 jaar niets meer doet aan cricket of Kampong.

Dezer dagen stuurde hij mij een aantal foto’s uit de vijftiger jaren, die wellicht aardig zijn om op de SGS website in de Oude Doos te publiceren. Ik heb ze gemakshalve op bijgaande pdf gezet, maar kan ze ook per stuk aanleveren.

Rob de Haas

Klik op de foto en het PDF-bestand opent.   

Even gesnuffeld

Op Kampong lagen oude Cricket bladen en daarin vond ik een door onze Jaap van Noortwijk geschreven artikel.

De tijden zijn niet echt veranderd……. en zo heeft onze Steven nog steeds materiaal te koop, maar wel op een ander adres (zie boekje)!

Duco Ohm - 6.7.2014

 Gevonden door Gijs de Jong

Voer voor fijnproevers onder de umpires!

Klik op de foto rechts en deze opent groot in een nieuwe pagina.

Veel leesplezier!

 "Een wereld vol cricket" in De Gelderlander en de Twentsche Courant Tubantia (24-05-2014)

Bijgaand artikel trof ik vanmorgen in “De Gelderlander”. Wellicht de moeite waard iets mee te doen.

Groetjes,
Herman van der Horst.

-----

En ik kreeg het artikel in de bijlage Wonen en Reizen van De Twentsche Courant Tubantia van zaterdag 24 mei.
Roelof Kruijshoop

-----

Het artikel gaat over Stef Egging, dus hebben wij het met bronvermelding erbij geplaatst (webredactie)

Klik op de foto en deze opent groot in een nieuw venster.

Bij mij stond de tijd even stil – terug naar april 1992

Ans van Weelde gaf mij de map met correspondentie tussen Peter Hargreaves en haar man Henk. Die brieven ‘vlogen’ op en neer en Henk mopperde wel eens dat Peter veel te snel reageerde en hij weer achter zijn schrijfmachine moest gaan zitten om te antwoorden. Deze correspondentie is de moeite van het lezen waard en mijn oog viel op een artikel dat ‘uncle Peter’ 12 jaar geleden geschreven heeft over de geschiedenis van het drielandentoernooi. Goed te lezen dat Theo Burki toen al als belangrijke bowler werd gezien en niet zijn broertje Coen. Ook Gerard Eikelboom wordt vermeld, een SGS-er waaraan zelfs de BBC aandacht besteedde vanwege een bijzonder hoge score!

Hopelijk vind ik nog een paar interessante artikelen eer de ordner in ons archief verdwijnt…..

Veel leesplezier.

Duco Ohm 30.03.2014

Het artikel van Peter S. Hargreaves is uitgebreid en nog beter leesbaar gemaakt door Maarten Ingelse. Dank je wel! (06-02-2016)

Om te bewaren

Ik bladerde nog eens in mijn jubileumboek en vond daarin onderstaand gedicht.
Dit werd voorgedragen door ik meen George Wijnand toen de ‘boekcommissie’ bij mij thuis het boek presenteerde.
Alweer bijna 10 jaar geleden!

17-8-2004

’t Heerlijk avondje is gekomen!
 Makkers, staakt Uw wild geraas.

 Wij hebben ruim de tijd genomen
 Maar lichten nu ’t geheimzinnig waas

 Rond ’t boek waaraan wij zò lang werkten
 Terwijl U daarvan weinig merkte

 En zich vermoedelijk zorgen maakte
 Of wij niet onze plicht verzaakten

 Maar……. vragen stellen wekte
 Uw schroom. Immers wij werkten autonoom!

 Doch wees gerust, geacht bestuur
 Want ruimschoots voor ’t verjaardags-uur

 Heeft de commissie, als verwacht
 Uw opdracht en haar werk volbracht

 Het eindproduct stemt ons content
 Als U nu ook tevreden bent

 Dan kunnen wij vrijdag tezaam
 Ontspannen ter receptie gaan

Duco Ohm - 20.03.2014

 John (Jonathan Payn) Fellows-Smith

Ik correspondeer met een Zuid Afrikaans lid van de Hilversumsche CC uit de Jaren 50 en attendeerde hem op de SGS website en speciaal op de Oude Doos. Prompt kwam van hem een m.i. interessant verhaal over Pom Pom.

Eric Booij.

Hiermee het beloofde verslag over John (Jonathan Payn) Fellows-Smith die ik van jongs af goed gekend heb, maar eerst wilde ik eventjes zeggen dat ik Gerard Eikelboom een paar keer ontmoet heb (weet niet meer bij welke gelegenheden), en de naam Lobry de Bruin werd ook in mijn tijd bij Hilversum genoemd. Een naam die ik ook in mijn tijd als clublid kende was Jaap Kwist; hij had een zoon die ook clublid was.

Ik moet je zeggen, dat ik stomverbaasd stond toen ik dat artikel van Eric Booij over John Fellows-Smith in Uit de Oude Doos van SGS las. Ik heb hem van kinds af goed leren kennen. Al was hij iets jonger dan ik, waren we samen in hetzelfde jaar op hoge school (high school), ofschoon niet in dezelfde klas - hij heeft Latijn geleerd en ik wetenschap. Op school toonde hij dat hij een zeer goede sportsman was: 1e cricket elftal, 1e rugby XV, school tennis span en op universiteit waar hij de rechten bestudeerde, precies hetzelfde.

Zoals Eric meldde had John een sterke fysiek en sloeg hij hard en ver. In die dagen toen we nog jonge knapen waren en thuis woonden, had ons huis een oude tennisbaan in de tuin aangelegd die in geen jaren meer voor tennissen gebruikt werd. Ik wist het over te nemen en als cricket, net' voor mij en verschillende schoolvrienden te gebruiken om onze bowlen en batten te beoefenen, 's middags nadat school uit was. Ik heb zelf de wicket met zware rol en besproeiing voorbereid (we hadden geen mat) en met witkalk geverfd. Met de heining om de baan heen leek het precies als een groot, cricketnet'.

Ik moet even vertellen dat ons huis destijds op ca. 0.5 Ha. stond met een heel behoorlijke helling, dus was de oude tennisbaan ca. 15 meter beneden de vlak van het huis gelegen, ongeveer 30 meter ervan af. We hadden een mooi uitzicht over de stad Durban als je door de zitkamer raam keek, en daar beneden kon je heel vroeger de spelers zien tennissen.

Op een prachtige middag waren we op de baan aan 't oefenen en op een gegeven ogenblik heb ik aan Jon, die aan 't batten was, gebowled. Een harde klap van John en de bal zeilde de lucht in, de heining over, en BOEM! de grote ruit van de zitkamer ca. 2 x 1.5 meter, doorheen! Glas overall, over de meubels, tafels en stoelen! Ik zal niet verder over ingaan, maar je kunt je wel indenken wat gebeurd is toen vader van het kantoor thuiskwam. Ik zei dat ik ervoor schuldig was, anders hadden we nooit meer op de oude tennisbaan mogen cricketen.

Na mijn studieperiode bij de universiteit van Natal ging ik zes jaar naar Europa, eerst om praktische ervaring in de elektronica 3 jaar bij Philips in Hilversum en Eindhoven en toen 3 jaar bij Pye en Marconi in Engeland op te doen. Net voor mijn retoer naar Z.Afrika in 1960 ontmoette ik weer John Fellows-Smith die met de Z. Afrikaanse team op toer naar Engeland ging om tegen Engeland te cricketen. Ook in dezelfde team waren Roy McLean en John (Jonathan Payn) Fellows-Smith Trevor Goddard (aanvoerder?) met wie in de laatste jaren op school was. Of de team naar Nederland kwamen weet ik niet meer.

Om zijn loopbaan te bevorderen ging John naar Engeland en was hij een hele tijd bij Guinness (bier) werkzaam. Hij heeft Britse nationaliteit aangeschaft en trouwde toen met Joy: ze kregen drie zoons. Vaak waren zijn zakenreizen naar Nederland en hij begon aardig wat Nederlands te leren, schrijven en spreken. Af en toe ontving ik een (oefen)brief in 't Nederlands (meestal) en bezocht hij ZA frika waar zijn moeder (op leeftijd) nog woonde.

Toen de jongste zoon onafhankelijk verdiende (hij werd arts), is John van Joy gescheiden. Hij is in Dulwich gaan wonen, heeft Guinness verlaten en op een plaatselijke college les gaan geven; na een tijdje afgetreden en toen in Harpenden gaan wonen. Helaas door een verlamming (stroke) overkomen en mocht daarna alleen beperkte afstanden chauferen en lopen; anders moest hij in de trein reizen.

Sindsdien ontmoette ik hem twee keer, eerst toen ik naar Engeland vloog na het overlijden van mijn eerste vrouw, en de tweede keer bij afscheid nemen van alle vrienden en kennissen die wij beiden gekend hadden. Beide keren gingen John en ik een dagje naar Lords om de cricketen aan het einde van het seizoen te genieten.

Ettelijke jaren daarna horde ik (weet niet meer van wie) dat John overladen is. Zo eindigde een kleurrijke en belangrijke hoofdstuk in de geschiedenis van Z. Afrikaanse cricket.

PS. Misschien heeft Eric Booij enige commentaar of kan hij in enkele plaatsen corrigeren waar ik 't fout heb. Enfin, Duco, maak ervan wat je wilt (of niet); ik laat het aan jou over.

Groeten, Frank

Natuurlijk werd dit bericht naar Eric Booij doorgestuurd en die reageerde omgaand als volgt:

Voorzitter, Dank voor de mooie brief over meneer Fellows-Smith. Zoals gememoreerd, ik speelde in de jeugd van Alkmaar CC. Dat hij een oud Testspeler was, was voldoende introductie. Wat de goede man in het dagelijks leven deed, ik dacht jurist, wist ik niet. Wellicht dat Jan Hoep of een andere oude gardist van Alkmaar meer weet. Hoe hij hier terecht kwam? Geen idee. Een serieuze trainer, die alle skills wist over te brengen.

Wij wonnen toen de aspiranten-competitie van Noord-Holland, boven ACC, VRA, Bloemendaal, Rood&Wit. En alle uitwedstrijden met de Meermanskaart van de NS en dan bus of lopen. Met de teambag. Hele expedities waren dat in mijn herinnering. En dan boften wij nog dat we niet zo'n warhoofd als leider hadden als Joop Prins van Den Helder, die steevast 3 haltes te vroeg uitstapte.

Met sportieve groeten, Eric Booij

------

Naar aanleiding van het overlijden van John Fellows-Smith

Ditmaal een reactie van Eric Booij, ooit lid van het helaas niet meer bestaande maar oh zo roemruchte Alkmaar.

Even een reactie van een voormalig lid van Alkmaar CC, naar aanleiding van het overlijdensbericht van John Fellows-Smith.
Ik heb de cijfers niet paraat (wie wel, Leo de Man/John Blommert?), maar in mijn herinnering heeft Pom Pom, bij ons Boem-Boem F-S, het clubrecord van de hoogste runscore van Alkmaar CC in handen.

Een innings in een veteranenwedstrijd op een van de postzegelveldjes van Rood&Wit. Tegenover een fieldende partij, die de manschappen alvast in de tuinen van de omwonenden plaatste om have en goed te beschermen. De man had een sterke fysiek en sloeg hard en ver. Hoeveel wedstrijden en in welk elftal hij voor Alkmaar heeft gespeeld, kan ik niet vertellen. Het Eerste en de Veteranen, vermoed ik. Ik heb nooit met hem gespeeld. Volgens mij logeerde hij bij de familie Offerman in Uitgeest.

Meneer Fellows-Smith kwam als een geschenk uit de hemel vallen voor ons jonge spelers. Alkmaar CC, kleine club in de provincie, had opeens een jeugdafdeling in de jaren 70, gevuld met zonen van gerenommeerde spelers, hun vriendjes en hockeyers. Allemaal amateurs, die in de zomer graag op de prachtige velden aan de Hoeverweg vertoefden. Trainingen voor de getalenteerde aspiranten werden verzorgd door 1e XI coryfee Carlton Joseph.
"A West Indian batsman, can bat all day." Die had echter altijd een belangrijke wedstrijd in het vooruitzicht en liet daarom de eerste 20 minuten van de training op zichzelf bowlen. Daarna deed hij veel voor hoe hij een slag maakte. Assertiviteit stond nog niet in ons woordenboek èn.... Carlton had met Garfield Sobers voor Barbados gespeeld. Ga daar maar eens tegenin. Bowlen was bijzaak en fielden een paar ballen vasthouden. Afgezien van een weekje spoedcursus op cricketkamp, moest je the Sport of Kings zelf ontdekken. Al doende leert men, maar je bleef hangen in oude fouten en modderde vrolijk verder.

Ach ja, die Goeie Ouwe Tijd, waar zoveel op af te dingen valt.
Midden in de zomer van 1977 (?) kregen wij een oproep dat er een Zuid-Afrikaanse testspeler door de weeks 's middags op de club zou zijn om trainingen te verzorgen. Ter verhoging van de feestvreugde werden ook onze speelvrienden van Den Helder uitgenodigd, waarmee we samen een team vormden in de competitie. Een gedreven groepje cricketers bij elkaar. In het Afrikaans werden wij serieus bijgeschoold over hoe de crickettechnieken in elkaar staken. Met bowlen een "sideways on" actie en "Appeltjie eten" (bowlinghand begint voor de mond, linkerhand over rechterschouder). Bij het fielden: mandje maken met je handen. vlak ingooien, etc. Allemaal drills, die meteen effect sorteerden. Er ging een cricketwereld voor je open!
Beheersing van het spel ging met sprongen vooruit in die paar weken.

Het meest heb ik gehad aan de throw-downs. Met engelengeduld gooide F-S een heleboel tennisballen op een lengte. Die ballen moest je dan tussen hoedjes doorslaan middels een drive. Zowel aan de off- als aan onside, tussen point en mid-wicket. Voetjes voorgetekend op de mat.
En waagde je het om een tennisbal met een scheve hak over cow corner te maaien, soms was de verleiding te groot, dan suisde de volgende bal voor je neus langs. De humor van een echte professional, wat een verademing toentertijd. "Je ziet het pas, als je het door hebt." ©J.C.

Wanneer houden we nou eens op met de passanten In Nederland? Zet de gedreven vakidioot, met pedigree, voor de club. Daar wordt het cricketwereldje alleen maar beter van.

Met dank aan John Fellows-Smith. R.I.P.

Naschrift: hopelijk komen er reacties van tijdgenoten van deze John en ik denk aan Klaas Vervelde, Jan Hoep, Leo de Man en/of Auke Bloembergen
Duco Ohm - 6.3.2014

 Maarten Ingelse vond in zijn archief het jaarverslag van 1973. Keurig met de hand getypt door J.M.A. (Ton) Loggere.

Klik op het de afbeelding om het verslag van 3 bladzijden te lezen. Veel bekende namen. Peter Entrop werd als meest belovende jeugdspeler verblijdt met een bat. En namen van clubs die niet meer bestaan en SGS dat 30 wedstrijden tegen andere clubs speelde.

Verrassend genoeg ook toen een crisis, al was dat de energiecrisis en gedachten hoe de deelname door de leden vergroot kon worden.

 Bijdrage van Eef Dunk vanuit Engeland

Het is denk ik in 1960 dat ik besloot op vakantie naar Corfu te gaan.

Bij de slurf op Schiphol ontdekte ik twee lange figuren vooraan in de rij die ik meende te herkennen. Toen de man zich omdraaide waren het inderdaad Ans en Henk van Weelde. Toen Henk mij ontdekte riep hij “waar ga jij naar toe?” Om het verhaal kort te maken, we kwamen aan in hetzelfde hotel op Corfu.

Op gehuurde scooters ontdekten wij later een cricketpitch midden in Corfu stad. Na enig onderzoek vonden wij in een tabakswinkel in de galerij de cricket-secretaris die ons uitnodigde op Zondagmorgen om 7.30 uur (!) te komen spelen. Wij hebben dat gedaan tot de politie kwam om het cricket te stoppen omdat het te gevaarlijk bleek te zijn voor mensen die genoten van hun Zondagmorgen koffie onder de bomen aan de rand van het veld.

Het is vanaf die ervaring dat Henk begon met het inzamelen van oud cricketmateriaal om het vervolgens naar Corfu te verschepen.

Tot slot wil ik jullie bedanken voor de genomen moeite om mij in de Eregalerij te plaatsen en wens jullie allen een fijne Kerst en een goed nieuwjaar toe.

Eef Dunk - 13-12-2013

Cricketvaders

Op de wintersport dit jaar kregen we een jobstijding: “ Rob is overleden na een aanrijding op de fiets in Westbroek.” Naast een vol gemoed schieten je dan allerlei herinneringen door de geest. Rob Hofman, die je al kende van 12 jaar af en waarmee je lief en leed deelde binnen en buiten hockey en cricket. De ouders van Rob kwamen na WOII uit Indonesië en dus voor het eerst echt Indonesisch eten met zijn ouders in de Herenstraat in Utrecht, keurig bediend in het wit. Het legendarisch verhaal van Harry van Benthem. Staat met 10 man tegen een sterke tegenstander. De vader van Rob, toevallig even vroeg op het veld, wordt gevraagd mee te doen. Kan nauwelijks cricketen. Harry maakt de tegenstander wijs, dat ze nu een Zuid-Afrikaan in de gelederen hebben: groot, gebruind en mooie volle witte haardos. Maar hij gaat 11 in en zal niet bowlen…… Volgens de overlevering is de tegenstander snel uit en Harry cs maken gemakkelijk het totaal.

Zelf nu 65, een trouwe en dankbare lezer van Uit de Oude doos, niet alleen die van SGS, en belangstelling voor historie en het nut van vastlegging. Dus beloof ik in een onbewaakt ogenblik Duco een bijdrage.

Hoe kom je tot cricket, afkomstig uit een socialistisch en door voetbal betaald milieu. Mijn vader was typograaf, vakbondsman en begenadigd voetbalscheidsrechter, die door de toenmalige afdeling Utrecht van de KNVB werd gevraagd voor administrateur van het bureau. In huidige termen manager. Zijn houten fluit, gebruikt door hem o.a. voor de WOII in het Olympisch stadion te Amsterdam bij DWS – Ajax, bewaar ik nog steeds. We dienden wel “dichterbij” Utrecht te wonen en zo verhuisden we in 1950 van Hilversum (“over het spoor” voor insiders) naar Bilthoven Noord, dat toch niet bekend stond en staat als rood bolwerk. Het huis (2-onder-1-kap) werd gehuurd door de KNVB.
Het zal duidelijk zijn dat het wel en wee van het Nederlands voetbal dagelijkse kost was aan tafel.
Van de 1ste betalingsperikelen, “geheime” gesprekken met de toenmalige staatssecretaris i n de Biltse Hoek over de legalisering van de Toto, de fusie in Utrecht tussen Velox, DOS en Elinkwijk, de moeizame weg voor een CAO voor het personeel bij de KNVB, enz. Meegaan met trips met het afdelingselftal met illustere namen zoals Adelaar, Van Hanegem, Mijnals. Maar mijn vader heeft slechts 1x een stap gezet op de hockey- en cricketvelden. Het “milieu” dus, maar mijn broer Jan en ik zijn door hem altijd gesteund, ook bij onze bestuurlijke activiteiten in onze sporten.

Mijn broer en ik dus naar school in Bilthoven-Noord. Na de lagere school naar Het Nieuwe Lyceum met de toen nieuwe velden van SCHC naast Het Nieuwe Lyceum. De enige voetbalclub in Bilthoven was RKSV, niet direct een socialistische aanbeveling. Het speelveld van de RKSV lag naast het hoofdveld van SCHC en zo trok de RKSV regelmatig horden toeschouwers in de rust en na afloop van SCHC I (hockey). Uit op sensatie en soms ook een bijdrage leverend daaraan. Er werd nog al eens gevochten bij RKSV en ook de eigen grensrechter van de RKSV was “bijzonder” in het vlaggen. De plaatselijke diender in een VW had het er druk mee. Eigenlijk niets nieuws nu vergeleken met toen. De pastoor kwam toen soms in “vol ornaat” kijken. Dat zal je nu niet meer meemaken.

Iedereen ging hockeyen, dus wij ook. Mijn opa uit Hilversum vond het zo bijzonder, dat hij een golfbal gaf aan mijn broer, die hij gevonden had op zijn tocht naar Bilthoven langs het fietspad bij de Hilversumse golfclub. Hij gaf ook zijn wandelstok en vroeg alvast wat te laten zien. Jan had nog geen stick en eigenlijk ook nog niet gehockeyed. Prompt verdween het balletje door de grote voorruit van het huis.

SCHC staat voor Stichtsche Cricket & Hockey Club. Dus wij gingen ook cricketen ’s zomers bij een club, die toen van 2A promoveerde naar 1B. In de huidige benaming van Eerste Klasse naar Hoofdklasse. Uit de jeugdperiode staat mij menige tour naar het Oosten voor de geest. Slapen met Rob in een twijfelaar bij een slager in Nijmegen, waarvan de zoon speelde bij Union. Een bezoek aan een “nachtclub” in Deventer. Daar leerde je ook de Lubbersen en Hartongs kennen. Op een Schiedamse tour naar het Oosten (o.a. Bilthoven ver achter Utrecht) werd Ruud Ackermann een goede vriend. Al vroeg mee als scoorder met Iste of IIde als er plek was in de schaarse auto’s. Een happening altijd. Gepropt in 2 of 3 auto’s door het ganse land met duidelijk minder snelwegen dan nu. Daar ken ik PW van : met een biertje onder de hoge bomen in de ondergaande zon. Zelf invallend in het Iste met in Schiedam bij een net gebowlde bal een boerende Stolk achter het wicket (‘je let toch wel op”) en langs de drukke boundary: “Laat ‘m vallen jochie”. Dat in vergelijking met de stille serene door brem omzoomde boundary in Bilthoven met nauwelijks een toeschouwer. Indisch eten in Scheveningen o.l.v . Henk van der Bijl. Een omstreden en niet makkelijk figuur, maar hij leerde je wel cricketen en altijd bereid tot hulp. Een rit naar Groningen werd altijd onderbroken in Staphorst om koffie te drinken en te kijken naar folklore, die ter kerke ging.

O ja, omdat je zelf ook de bar deed met in de rust eieren bakken ed. staat in het geheugen gegrift welke umpires in IB een “kouwe jonge” na afloop op prijs stelden. Die moest dan speciaal worden ingekocht op zaterdag, ook al was je nog geen 18. Het bleef meestal niet bij 1 glaasje toentertijd. De enige keer tot op heden dat in mijn umpirecarrière echt rekening werd gehouden met zo iets, was in een van mijn eerste wedstrijden, tezamen met Baay Lubbers en 2 islamitische clubs, in de buurt van Haarlem. Na afloop bleek dat de ontvangende club speciaal voor de 2 niet-islamitische umpires 4 biertjes had ingeslagen. Een welkome traktatie na een lunch met toch wel zeer hete kip.

Op Stichtsche kon je in mijn beginjaren niet om Chris Neerbosch heen, de toenmalige terreinknecht.
De pruimtabak kauwende Chris, altijd op klompen, woonde in een bijhuis van een lege villa, waarvan de tuin en de villa steeds verder in verval raakten. Maar Chris en zijn vrouw mochten tot hun dood wonen in het bijhuis als dank van de overleden eigenaar.
Je moest bij Chris de sleutels van het clubhuis halen en brengen, zodat je getuige was van een veelvuldig gebruik van de kwispeldoor onder de keukentafel. Met Chris in menig uurtje veld- en pitchonderhoud geleerd en gedaan: met een mesje weegbree wegsteken, met de zeis de kanten maaien van de wal rond het veld (wie leert nu nog met een zeis omgaan incl. slijpen met steen), rollen, kunstmest strooien, waterpijpen regelen voor de beregening vanuit de eigen bron en met de motormaaier het veld maaien. Soms ‘s zondags om 10 uur nog even rond de pitch. Als het veld droog was natuurlijk. Een goede leerschool toen ik zelf verantwoordelijk werd op de club voor de velden. Wat ik niet leerde was op kousenvoeten pijprokend van de wind af met de schop in de hand op mollenjacht gaan.

Chris werd aangestuurd door Teddy Dubru, de penningmeester en terreincommissaris van SCHC. Menig jaar Teddy in Zeist geholpen met het witten van de clublegguards. In een vage herinnering zie ik Teddy nog wel achter het wicket staan keepen. Een anekdote van mij over Teddy is op hockeygebied. Met Gerard Overdijkink ging ik de in omvang groeiende hockeyjeugd van Stichtsche, meer professioneel zou je nu zeggen, volgen in de jeugdelftallen. Daartoe schaften we een groot postzegelalbum aan, zodat we met kaartjes de jeugd konden indelen, met aantekening van voorkeuren, spelplekken, enz. In 1962 een revolutie. De declaratie werd eigenlijk niet geaccepteerd door Teddy: een onzinnige en volledig onnodige uitgave. En met Teddy rol ik nu echt de titel van mijn stuk binnen: cricketvaders.

Hans Blijdenstein, de legendarische voorzitter van Stichtsche, zelf geen cricketer, maar wel een fervente supporter, ook als verdediger t.o.v. het steeds professioneler wordende hockey, en altijd vanaf 4 uur langs de boundary. Hans was ook de founding father van de county-gedachte: Stichtsche en Schaerweijde samen. Met hockey lukte dat niet, met cricket wel voor enige tijd: SSCC.
De Stichtsche Schaerweijde Cricket Combinatie met 5 teams en 2 complexen.

Schaerweijde, opgericht door Hans Koch met steun van de hockeyvoorzitter Jan Wever, begon van af nul met een halve oefenpitch onder de dennen. Een aantal jaren heb ik Hans geholpen met trainen, waarvoor het contact ontstond in de toenmalige Stichtsche Cricket Bond. Bij de SCB zwaaide toen Cees Schriek van Hercules de scepter. Nog spelend voor SGS uit die tijd Peter Achterberg (& zoon bij Kampong). En vorig seizoen speelde Robbie (voor mij) van Boeschoten nog in VRA II. Verder zelf daar ook gespeeld met Rene van Ierschot, die toen een paar jaar in Zeist woonde. Daar in Zeist ook mijn “gecombineerde” eerste en laatste century (124 runs!) in mijn carrière gescoord . U gelooft het niet waarschijnlijk gezien mijn huidige battingprestaties. Hans werd een goede vriend op den duur, maar ging in de begintijd ook met ons broekies (16-17 jaar) op tour naar Engeland. Een actie, die een jarenlang vervolg kreeg in Bilthoven. Maar daarover in een volgende bijdrage. Maar Hans ging ook iedere zondag met “jeugd” op pad naast zijn drukke baan als plv. hoofdredacteur van het Utrechtsch Nieuwsblad.

De “godfather” was voor mij Harry van Benthem. Klein, gedrongen, hoge witte leren schoenen aan, verleidelijke “boogjes” bowlend met huppende aanloop en met dodelijk effect, kraaiend en zingend na afloop onder de douche. Uiterst aimabel en had geen moeite om op latere leeftijd met jongeren op pad te gaan. Bij winst altijd een extra kratje om vervolgens opgehaald te worden door zijn vrouw en daarna gewoon nog een halve nacht door te werken voor zijn advocatenkantoor of rechtertaak. Werd op handen gedragen door oud en jong, incl. tegenstanders. Zoals Duco al eerder vertelde en zelf ook heeft meegemaakt. In stofjasje thuis aan de vleugel in Weense sfeer was een bijzondere ervaring.

De laatste competitiejaren was hij altijd vergezeld van zijn huisvriend Cees Gravendaal. Die kwam dan vrijdagavond met eega uit het Hoge noorden naar Utrecht. ’s Zaterdagsochtend waren ze altijd samen aan te treffen in Cafe De Neut naast het voormalige Vlear & Kol gebouw aan de Oude gracht in Utrecht. Het cafe verkoopt nu kinderboeken en het V&K gebouw is nu een bekend grand-café onder de naam Winkel van Sinkel. Ze zaten dan achter een zo’n ouderwets hoog groot glas bier als de dames aan het winkelen waren. Je kreeg er altijd 1 als je toevallig langs kwam. De kelner nog keurig in het zwart. En dan ’s zondags samen cricketen, waar Cees dan even gemakkelijk weer naar Groningen op en neer reed voor een wedstrijd aldaar en dan ’s maandags weer terug naar huis in het Hoge noorden. In zijn Volkswagen kon meer dan in een Eend: 6 mensen met bags! Cees bowlde altijd een betrouwbare bal; zeer plezierig voor een jonge wicketkeeper.

Op de foto nog net in beeld rechts het café.

Een betrouwbare bowler is ook een zegen voor de oude wicketkeeper, de boekhandelaar Willem Kruyff uit Utrecht, die ongeacht de snelheid altijd direct achter het wicket stond. Lange man met eveneens hoge witte lederen schoenen. Na iedere wedstrijd wel een of meer blauwe plekken. Hij kon aardig boos worden als de jonge bowlerij wat slordig werd of als je een vang miste. Willem was de vader van Erik en de helaas overleden Chris.

Bijzonder waren de laatste 2 speeljaren van Ad van Benthem, de broer van Harry. Zijn ogen werden zeer slecht, zodat hij geplaatst werd tijdens het fielden op mid-on. Iedereen wist bij een bal in zijn buurt: “Ad, naar links, naar rechts, naar voren. “ Zijn bowlen leed er ook onder natuurlijk als je het wicket nauwelijks ziet. Dus: “Ad, lengte oke (dat was nooit een punt!), wat naar off nu. “ En Harry souffleerde wat soort bal nodig was op de batsman. Maar net zoals zijn broer een aimabel en gezellig mens.

Van en met zo’n stel “oudjes” leer je de klappen van de cricketzweep. En dat je ook als oudere met jongeren een leuk pot kunt spelen, tijdens en na de wedstrijd.

Op de foto voor het oude”clubhuis ziet u zitten van links naar rechts:
Hans Koch, Ad van Benthem, Cees Gravendaal, Harry van Benthem(zoals altijd in het Flamingo-jasje en hoed op), Willem Kruyff.
Staand van links naar rechts:
Ron van den Broek, de schrijver (met “wat” meer haar dan nu), de overleden
Rob Hofman, Job Blijdenstein (zoon van Hans), Frank Vermeer en Ad van Dorp

Ron van den Broek uit Amersfoort, in jongere jaren een goede cricketer, speelde wat mank lopend enige jaren voor SSCC en Schaerweijde. Job, Frank en Ad zijn in cricketvergetelheid opgegaan

Als we in Hilversum waren blijven wonen, waren we zonder twijfel lid gemaakt van VV ’t Gooi en opgenomen in de voetbalwereld. Of we dan cricket en hockey zouden zijn gaan spelen? We zullen het nooit weten.

Een volgende bijdrage gaat over SCHC.

Arjen van de Pol - 22 oktober 2012

Cricket als Spektakel

Bij het Veertigjarig Jubileum van de Senioren Onderlinge - Tjebbe A. Westendorp

John Major noemde cricket “better than politics”, want, schreef hij als fanatiek speler en toeschouwer, het beoefenen van deze sport onderdrukt de slechte kanten van de spelers, versterkt goede eigenschappen, stimuleert zelfbeheersing, en staalt de spieren. Een vriend die we ontmoeten op het cricketveld is een vriend voor het leven. Mooie frases natuurlijk, maar zijn idealistische benadering doet in mijn ogen geen recht aan de ook vaak negatieve energie en aan de dramatische wendingen die bij cricket horen. Dat zagen de oprichters van UD in 1871 beter, vind ik, toen zij meenden dat hun cricketclub werd opgericht ter bevordering van de gezondheid van de spelers en tot vermakelijkheid van velen. Die benadering is vandaag mijn uitgangspunt, waarbij vermakelijkheid, in de context van een verhaal bij een jubileum diner van de SGS Onderlinge een aantrekkelijker onderwerp is dan het fenomeen dat cricket ons aller welzijn, in brede zin bevordert.

Als ik gemakshalve de tijd van de oorsprong van de sport, ergens in de 18e eeuw, tot het 40-jarig bestaan van de onderlinge in 2012, in drie tijdvakken verdeel, dan kom ik na de eerste periode, waarin duidelijke en onmisbare regels ontbraken, bij de tijd van dr W.G. Grace (actief van 1865 tot 1895), een fase die onder andere gekenmerkt wordt door de ontwikkeling van steeds meer op ervaring stoelende, praktische regels. In de derde periode van mijn verhaal valt het jaar van de oprichting van SGS, 1929. Hier kunnen we spreken van het moderne cricket ongeveer zoals we dat nu spelen, zonder natuurlijk de ontwikkelingen sinds die tijd te bagatelliseren: cricket is altijd onderweg.

Al in de jaren 1760 werd gecricket in Hambledon, Hampshire, op Broadleaf Penny Down. De nog bestaande bijhorende pub is The Bat and Ball, en menig cricketer geïnteresseerd in geschiedenis is daar geweest, of heeft daar mogen spelen. Het veld loopt nog steeds sterk af, zodat van de fielders op deep square slechts het bovenstuk te zien is. Ik heb Henk Hebels daar eens zien fielden waarbij we konden zien dat hij de bal boven zijn hoofd ving. Maar alleen hij kon zien dat hij achter de boundary stond. Hij gaf onmiddellijk aan dat het een 6 was. In het vroege cricket werd zonder een boundary gespeeld, en het zal niemand verbazen dat als de bal eenmaal de heuvel was afgelopen en een flink eind doorrolde, de fielders moeite hadden de bal te achterhalen en terug naar het wicket te krijgen. Er is een geval bekend van een batsman die met een enkele verre slag de bal zo ver weg van de heuvel naar beneden sloeg dat hij meer dan 100 runs kon lopen. Niet alle onderlingers zouden hem dat nadoen.

Boundaries kwamen pas later maar de omvang van het bat werd al in 1771 vastgelegd. De aanleiding was een slimmigheidje van Thomas White die dacht te kunnen profiteren van het ontbreken van een regel over de maximum grootte van het bat. Hij verscheen met een bat zo breed als de stumps. Dat ging dus niet door, want terwijl White door de verontwaardigde fielders werd vastgehouden, schaafden anderen zijn bat tot het acceptabele proporties had bereikt. In het vervolg werd het een tijdlang gebruikelijk de omvang van een bat te controleren met een gietijzeren frame.

Ook onduidelijke regels rond de lost ball zorgden voor bizarre situaties. Soms was er een diepe vijver in de buurt van het veld, een mooi mikpunt voor een batsman. Als de bal in het donkere water terecht kwam, konden vele runs worden gelopen terwijl de fielders de bal moesten zoeken. Een vrij zeldzaam geval leverde batsman Cardigan Costleton een century op toen een schaap de “cherry” aanzag voor een lekker hapje. Terwijl het hele team (er is altijd wel een medicus of een slager bij) fanatiek probeerde de bal aan de ingewanden van het arme schaap te ontfutselen, bleven de batsmen lopen. Pas toen de batsman zijn century had bereikt kreeg een van de fielders de geest: hij tilde het schaap op, rende naar het wicket en smeet het schaap, inclusief de bal, tegen de stumps. De umpires vonden dit niet rechtsgeldig, maar lieten verder spelen met een andere bal.

Een apart hoofdstuk zou eigenlijk gewijd moeten worden aan zekere Willam Beldham (Silver Billy, 1766-1862), een professional, die het begrip “spelen zonder boundaries” op zijn eigen manier uitgelegd zou hebben. Beroemd omdat hij dertig jaar lang als bowler en batsman de held van zijn tijd was, zou hij ook nog tijd en energie gevonden hebben om 29 kinderen op de wereld te zetten: 18 bij zijn eerste vrouw, de andere 11 in een tweede innings. (Nadere studie heeft evenwel uitgewezen dat de juiste cijfers zijn 1 dochter bij zijn eerste vrouw, en 8 bij zijn tweede.) Tot op hoge leeftijd speelde hij een belangrijke sociale rol. Op zijn 95e werd hij nog steeds uitgenodigd voor wedstrijden, want zijn aanwezigheid zorgde voor veel publiek. Uit die vroege tijd dateert ook nog een toeschouwer record. Zekere Bradfield Archer zat al op zijn 16e op de tribune bij Middlesex, en bleef dat zijn leven lang doen. Rond zijn 120e verjaardag werd hem een fraaie beker toegekend als erkenning hiervoor. Hoewel bij de uitreiking op de tribune bleek dat hij al 30 jaar geleden overleden was, werd zijn prestatie erkend als record.

Toen de medicus William Gilbert Grace op het cricket toneel verscheen, rond 1860, waren de meest opvallende zwakke punten uit de cricketpraktijk verdwenen en volgens zijn tijdgenoten hield Grace zich aan de toen geldende regels. Wel zei men dat het wonderbaarlijk was hoeveel hij binnen het reglement nog voor elkaar kreeg. Een paar voorbeelden: Als een bal in zijn legguards bleef hangen, liep hij snel naar de boundary om een vier te laten noteren. Als captain gebruikte hij bij de toss een munt met aan iedere kant een vrouw. Bij het opgooien riep hij al snel: “I will take the lady.” Dan ging hij altijd eerst batten. Als hij soms niet zeker wist of dat een goede keus was, vroeg hij advies aan zijn teamgenoten, daarna ging hij eerst batten. Captain Grace declareerde eens toen hij een torenhoge bal had geslagen. Hij liep een snelle run, en voordat een fielder de bal had kunnen vangen, declareerde hij.

Een zekere excentriciteit was hem niet vreemd. Een andere keer declareerde hij, tot ieders verbazing maar wel volgens de regels, op een persoonlijke score van 93. Die score, verklaarde hij, ontbrak nog op zijn lijst van persoonlijke scores. Tot de 100 had hij ze toen allemaal. Dat hij lastig weg te krijgen was als hij aan bat was ondervond menig bowler. Een favoriet commentaar van hem was: “Dat was een bump ball.” Hij moest dus echt gebowled worden wilde hij vertrekken, dit tot ergernis van menige bowler. Toen een keer twee van zijn stumps ontworteld waren, vroeg een sarcastische bowler eens aan Grace: “Waarom loop je nu al weg? Er staat nog een stump!”

In de twintiger jaren van de vorige eeuw was de lost ball regel ongeveer zoals nu. De batsmen konden niet blijven runnen zoals in de begin periode. Toch wist George Thwaites in 1923 nog eenmaal een mooie score te maken met een enkele slag. Hij sloeg namelijk de bal in een ondoordringbaar struweel van brandnetels binnen het veld, en begon aan zijn record run van 189 (zijn eigen telling). Toen de fielders lost ball riepen, kwam hij tussen het runnen door even de bal aanwijzen. Deze was inderdaad duidelijk zichtbaar was, en dus, vond hij, er is geen sprake van een lost ball. Er moest een zeis aan te pas komen voordat de bal vrij kwam.

Toen SGS werd opgericht in 1929 lieten de reglementen veel minder toe dan tijdens de hoogtijdagen van Grace en daarvoor. Toch is de essentie van de cricket sport uit die tijd bewaard gebleven, en kunnen we ons met die pioniers verbonden voelen. Zo heb ik, toevallig of niet, alle oprichters van onze club ooit ontmoet, of in ieder geval een keer gezien, met een enkele uitzondering. Maar juist August J.H. Eijken wiens fraaie naam ieder jaar weer de erelijst in het SGS boekje siert, verbindt de club met de oude tijd. Eijken, geboren in 1871,
maakte een cricket toer mee naar Engeland in 1892, en zette met J.C. Schröder een openingstand tegen Engeland neer van 123, in Scarborough. Hij voetbalde bij Hercules. Tegen Amersfoort scoorde hij eens 14 goals in een 15-1 zege, 1898). Hij zal zijn medeoprichters zeker tot lichtend voorbeeld zijn geweest. Tijdgenoten van hem, uit de jaren 30 zoals Jan Offerman (zijn zoontje speelde bij Groen Geel, vader coachte) en G.A.F. Stenger (VOC, Groen Geel, die mij altijd toeriep “Schuiven, jongen, schuiven!”) hebben tot de jaren 70 een rol voor mijn generatie gespeeld, en ons verbonden met vroegere generaties.

Alle veranderingen in de laws hebben curieuze incidenten niet uit kunnen bannen. Vermakelijke situaties zijn nog aan de orde van de dag. Hier enkele voorbeelden uit onze tijd. Zo bowlde Philip van Dok superslowe spinners, waarbij hij een keer de batsman bowlde met een bal die eerst achter het wicket landde en de stumps van achteren raakte. Van Dok schijnt ook regelmatig achter een gebowlde bal te hebben aangelopen om deze weer in te nemen voordat deze het wicket bereikte. Hij was dan niet tevreden over de flight. Een andere SGS-er (laten we hem B. noemen) was op weg naar het wicket om te gaan batten toen er van regeringszijde een dringend telefoongesprek voor hem binnen kwam langs de lijn. De beller kreeg te horen dat B. zojuist op de pitch was aangekomen om te gaan batten. Kennelijk op de hoogte van de gemiddelde (korte) duur van B’s innings meldde de beller laconiek: “Dan blijf ik wel even aan de lijn.”

De vader van een SGS-er, een late roeping voor cricket, werd in zijn eerste wedstrijd opgeroepen voor een run. Hij begreep dat het urgent was, lag snel op tempo, maar tot ieders verbazing rende hij als een haas in de richting van fine leg. Verder schijnt er een SGS-bowler geweest te zijn die een black-out had op het moment dat hij de bal los zou laten. Hij verstijfde, was even van de wereld, kwam weer bij zijn positieven, voelde dat de bal in zijn hand zat, en appelleerde luidkeels voor een vang. Zelfs een eigen SGS-umpire kon dit appèl niet toewijzen. Een ander sterk verhaal betrof mijzelf. Op HCC stond ik ooit te fielden bij het clubhuis tegen een Engels team. Een keiharde bal door de lucht op weg naar dat clubhuis bleef volstrekt toevallig in mijn rechterhand plakken. De gouden opdruk stond in mijn hand, en was goed te lezen, in spiegelschrift. Maar geen verhaal over SGS is compleet zonder een avontuur van de onvergetelijke Hans Ligthelm. We speelden in Gouda. Nu is het al ongebruikelijk dat een toeschouwer te paard naar Olympia - SGS komt kijken, en als hij dan ook nog verkleed is als Floris V (net terug van de jaarlijkse parade) maakt dat nog meer indruk. We waren aan bat, en als bezoekende captain deed ik een natuurlijk niet geheel serieuze suggestie dat hij vast wel even op square leg wilde umpiren. Hans zag geen probleem, en gaf zijn paard de sporen. Maar toen hij de woedende reactie zag van de Olympia captain, galoppeerde hij even snel het veld weer uit. Kennelijk had Hans zijn reputatie tegen.

Graag zou ik de rol van vrouwen in de cricket wereld nader toelichten. In het bovenstaande, spelen alleen de vrouwen van William Beldham een kleine rol, maar zelfs voor de moeder van Grace is hier vandaag geen ruimte. Ik had ook graag meer onderzoek gedaan naar de vrouwen die figureren op oude team foto’s van SGS. Vaak luidt het onderschrift, licht suggestief: “Een onbekende dame.” En als de namen van vrouwen er wel bij staan, weten we nog niet veel, maar we worden wel nieuwsgierig. Wie zou niet meer willen weten over roepen deze vragen op. Wie zou niet meer willen weten over bijvoorbeeld Jet Jibben of Molly Haalmeier?

Rudyard Kipling vond dat voor een cricketer het mooiste grafschrift luidt “OVER IS UP”. Maar het is ook een mooie term voor het eind van dit cricket verhaal.

Tjebbe Westendorp - 03-09-2012

 Uit de Oude Doos van Ernst Offerman

  In 1961 speelde Ernst regelmatig cricket op Curaçao waar hij voor de Shell werkte.

Ook waren er internationale kontakten met Venezuela.

Op Bloemendaal kwam Ernst met zijn Emily een collage brengen van foto’s en een krantenknipsel uit die tijd.

Donald Noorhoff bewerkte het voor ons en dit is weer een stukje cricketverleden van een van onze SGS leden geworden.

Het lezen zeker de moeite waard.

Duco Ohm - 20.09.2012

Klik op de foto links en het artikel opent groot op een nieuwe pagina.
Het kan ook worden gedownload.

Hetzelfde artikel als pdf-bestand opent u HIER! Het is nog beter leesbaar.

Sorry!

Het is natuurlijk nooit mijn bedoeling geweest ACC, waar ik cricket leerde spelen en dat nog steeds mijn club is, te schofferen met onderstaande mijmeringen.
De Amsterdamse Cricket Club leeft en speelt in de competitie met 4 senioren teams, 2 zaterdag teams en liefst 5 jeugdteams.
Het gehele seizoen was ACC 1 lijstaanvoerder in de topklasse maar verloor uiteindelijk van Dosti en Excelsior en een landskampioenschap (voor het laatst behaald in 1954) gaat net als vorig jaar aan hun neus voorbij.
Mijn mijmeringen waren bedoeld als steun voor Daniel Eldering die zich zo zeer inzette om de band tussen SGS en ACC te behouden en kort voor de speeldag zijn team pas kon completeren.
Mijn verontschuldigingen aan de ACC-ers die mijn mijmeringen onterecht of misplaatst vinden of vonden.

Duco Ohm - 03.09.2012


Die goede oude tijd………….. Mijmeringen van de voorzitter.

Nog niet zo lang geleden speelde ik bij de veteranen van ACC en hadden wij traditioneel op de laatste vrijdag van augustus de wedstrijd van het jaar tegen SGS.

Toen speelden wij met twee ACC teams tegen twee teams van SGS.

Toen brachten de ACC-ers allemaal een taart mee die tussen de innigs werden aangesneden.

Toen was het druk op de vrijdagmiddag en waren er veel oudere ACC-ers en SGS-ers die dit ‘feest’ wilden meemaken. Een feest waarover Rob Dukker, Paultje Meijer en Jacques Diepeveen de leiding hadden.

Toen hadden wij veteranen niet alleen bij de thuis- maar ook bij de uitwedstrijden meer belangstellenden dan het eerste team nu heeft.

Toen waren er supporters die snel naar de Kalfjeslaan gingen om een schaal haringen te halen voor bij de derde inning.

Toen waren er na afloop bijna evenveel dames als heren aanwezig en was de kring erg groot.

Toen beëindigden wij die Vrijdag vaak met een groep van 30 man bij een Chinees in Buitenveldert.

Toen gingen de veteranen op toer naar PW en waren er meer oudere supporters aanwezig dan spelers.

Toen waren er op het clubhuis regelmatig recepties t.g.v. een jubileum van een ACC-er maar ook SGS-ers vierden er hun feesten.

Toen was ACC eigenlijk het thuishonk van SGS

Toen speelden wij door de week vele friendlies op ACC en werden er ook onze drielandentoernooien verspeeld.

Toen was helaas toen en de tijden zijn veranderd en ik vrees dat de tijd van toen niet meer terugkeert.

Respect voor Daniel Eldering die zoveel moeite heeft gedaan om een team van ACC op de been te brengen want het jaarlijkse treffen tussen ACC en SGS mag nooit verloren gaan.

Duco Ohm - 18.08.2012

Nog meer uit de oude doos van Ben Teeuwisse (15.03.2012)

Links: Ben op de foto te midden van ‘zijn’ Hippo vrinden.
 De foto opent groot door erop te klikken en kan worden gedownload

Als je eenmaal begint te woelen in het oude brein, komen er aldoor nieuwe herinneringen op. Ook mijn regelmatige, telefonische contact met de door Rob de Haas al genoemde VVV-er Lex Bouwes helpt daarbij. Met Lex zat ik destijds in het bestuur van de ACB. Toen ik in 1960 naar Eindhoven verhuisde ontdekte ik dat hij daar al woonde. Sindsdien zijn wij in contact gebleven, zij het nu door telefoon en e-mail.


Als je een maal bezig bent over het verleden dan kijk je vooral naar de verschillen tussen toen en nu. Toen mijn gedachten terug gingen naar de eerste oorlogsjaren, kwam ik op enkele wedstrijden tegen Rood en Wit. We reisden niet per openbaar vervoer, maar op de fiets. We speelden niet alleen in De Hout, tijdens het jubileum van Rood en Wit waar ik eerder over geschreven heb, maar ook een keer in Bloemendaal. We konden toen om een of andere reden niet op het aloude terrein van de Koninklijke HFC terecht. Tegenwoordig is er ander transport beschikbaar. Het leek mij wel interessant voor de lezers van nu dit te vermelden.


De eerste tweedaagse
Het moet in 1946 geweest zijn dat wij, met het jonge CrIC, dat zijn intrede had gedaan in de zondagcompetitie van de toen nog NCB, onze vleugels zogezegd uitsloegen. Ondernemend als we waren, hadden wij een tweedaagse afgesproken met Kampong We zouden op de eerste dag (door de week) spelen tegen het Utrechts Jeugdelftal en de volgende dag tegen Kampong.
Er was ons verzekerd dat er voor slaapgelegenheid zou worden gezorgd. Toch bleef het wel een avontuur: we moesten niet alleen iets van nachtkleding maar ook van voedsel voor die dagen meenemen. De bag moest trouwens ook mee! Er was toen nog veel op de bon en behalve op thee hoefden wij, wat consumpties of eten betreft, op niet veel te rekenen. Ik denk dat er destijds geen winkels, laat staat supermarkten erg dicht bij het veld te vinden waren. Trouwens, supermarkten bestonden toen niet eens.
Na de wedstrijd tegen de jeugd van Utrecht, die we wonnen, werd ons een kleedlokaal aangewezen. Daar aangekomen bleek ons bedje gespreid: er was rijkelijk stro gespreid! Bovendien was er water (warm (?) en koud ). Het was niet wat we verwacht hadden, maar kennelijk waren we destijds meer aan ontberingen gewend dan thans. Van de junioren wonnen wij, de uitslag van de dag erna weet ik niet meer, maar ik herinner mij wel dat een ouder (dan wij tenminste) Kamponglid ons uit mededogen, met zijn auto naar het station bracht. Achteraf bezien denk ik dat het Gerard Eijkelboom moet zijn geweest.

Eén keer heb ik meegespeeld in het Flamingo Juniorentornooi 1941 en wel in het VVV-team. CrIC zou pas later gaan deelnemen. Na mijn eindexamen in dat jaar zou ik toch naar VVV gaan. De aanvoerder van dat team was Pim Tholen, zoon van de gelijknamige cabaretier. die met ene Van Lier een populair duo vormde.
Op zeker ogenblik nam Pim de bal ter hand. en hij zette mij ergens tussen mid-on en silly mid-on. De man aan bat was een geduchte hitter, zoals we merkten. En zeker ik merkte dat want al gauw kwam er een raket hoofdhoog langs mij.. Natuurlijk stak ik mijn linker hand uit. De bal was te hard om te vangen - ik was al blij dat mijn hand er nog aan zat – maar, o wondert!, de bal sprong van mijn hand in een boogje naar de bowler. Hij hoefde geen stap te verzetten…Helaas, hij was zo verbouwereerd dat de bal uit zijn vingers glipte….


In 1941 werd ik voor het eerst uitgenodigd voor het Amsterdams-Utrechtse jeugdelftal dat in Bilthoven zou aantreden tegen Rotterdam-Schiedam. In het bericht stond dat de reiskosten zouden worden betaald. We verzamelden in het Amstelstation. Tot mijn schrik bleek daar dat ik zelf een kaartje moest kopen. Nu had ik maar heel weinig geld bij mij, niet genoeg voor een kaartje. Gelukkig was Cees Slagter daar en hij leende mij het geld.
Rotterdam-Schiedam ging eerst aan bat en kwam tot 112 runs.
Een Utrechtse speler was captain en hij ging, in overleg met enkele Utrechters en Amsterdammers de order of going in invullen. Ik was voor de Utrechtenaren een volkomen onbekende, want ik had daarvoor alleen maar in de ACB-jeugdcompetitie gespeeld, terwijl Wally van Weelde en Cees Slagter al bekendheid genoten.
Toen de eerste vier of vijf plaatsen waren ingevuld, dacht ik dat ik wel aan de beurt zou komen, maar dat leek niet te gebeuren. Wel hoorde ik de captain met Wally en Cees discussiëren. Dank zij die twee sterren mocht ik als nummer 7 in en niet als 10 0f 11 zoals de captain van plan leek..
Ik was teleurgesteld, maar ook extra gemotiveerd: ik zou wel eens laten zien wat ik kon.
Daarvoor kreeg ik de kans. Met de score tegen de 90 ging ik in. Wally had dat aantal bijna helemaal alleen op zijn naam. De nummers 8, 9 en 10 vielen snel en daar verscheen nummer 11.
Die nummer elf was de latere voortreffelijke wicketkeeper en batsman van HTCC en het Nederlands Elftal, Robby Colthoff. Hij was pas veertien jaar maar te elfder ure opgetrommeld omdat hij vlak bij het veld woonde. Een Utrechter bleek namelijk ziek of plotseling niet beschikbaar te zijn.
Robby toonde absoluut geen angst en sloeg al gauw een 4. Om kort te gaan, we gingen gestaag door en passeerden het totaal van Rotterdam-Schiedam. We mochten zelfs doorspelen tot 131. Robby ging uit met 14 uitstekende runs op zijn naam. Ik keek vanaf dat ogenblik waarschijnlijk enigszins vanuit de hoogte naar de Utrechters.
De zondag daarop moest ik aantreden bij VVV. Anton van Stuivenberg wist dat ik in Utrecht meegespeeld had. “Jullie hebben gewonnen, hoorde ik.”vroeg hij. “Wat heb jij gemaakt?” “22 Not out, ” zei ik. ”Meer niet?” was zijn commentaar.
Dat jaar speelden we met een Haarlems-Amsterdams jeugdelftal tegen een bondselftal. De overs telden toen 8 ballen.
Helaas voor ons was de eerste bowler niemand minder dan Broer Sodderland, een van de allerbeste bowlers toen. Met de eerste bal van de tweede over viel het eerste wicket. Met de achtste bal van die over viel nummer 3. Dat was ik.
Sodderland werd gauw daarna afgezet om de jeugd niet verder te ontmoedigen.


Van 1965 tot en met 1973 werd de Knock Out competitie gespeeld, een toernooi vergelijkbaar met het bekervoetbal van de KNVB. Het waren wedstrijden van 40 overs waarbij bowlers niet meer dan 9 overs mochten bowlen. Je kon het treffen met je tegenstanders, maar er ook met de eerste wedstrijd uitgeknikkerd worden. HTCC trof in de derde ronde U.D., een club die je normaal niet gauw in jouw klas zou treffen. Bij de lagere klassen waren de afstanden tussen de clubs meestal beperkt gehouden. U.D. was dus een aparte belevenis. Nu luidt de kreet Çatches win matches’, maar in deze wedstrijd had het weleens heel anders kunnen gaan.
Het openingspaar van U.D. was zeer taai. De twee starters waren zeer, zeer degelijk en namen geen enkel risico. Dat ging over na over, zonder dat het totaal noemenswaard steeg
Natuurlijk kon dat niet zo doorgaan. Dat beseften de batsmen ook en een van hen waagde zich eindelijk aan een enorme klap richting mid on. Toevallig stond ik daar en hoe vreemd dat ook mag lijken, ik in een flits dacht ik de catch te moeten missen. Maar je laat een catch niet met opzet vallen, zeker geen betrekkelijk makkelijke. Meteen na de vang vroeg ik dan ook aan mijn medespelers of ik de bal wel had moeten vangen.
“Onzin, ” was het commentaar. Het was “well caught” en je moest nooit een catch bewust laten vallen. Helaas, helaas, de volgende batsman was een zekere S. Lubbers en er waren ook andere UD-ers die het hout deskundig konden hanteren, met alle gevolgen van dien.
Had ik die bal dan toch moeten laten vallen?


Zoals bekend hebben de Engelsen in de loop der eeuwen de halve wereld veroverd, meestal gemeen, maar ze vonden het zelf best. Vandaar het ‘Gemenebest’?
Onbewust heb ze er wel voor gezorgd dat ze thans een heleboel tegenstanders op het niveau
van hun cricketteam hebben. Met de verspreiding van sport hebben ze tevens het wedden, een Britse hartstocht, verspreid met kwalijke praktijken als gevolg. Je schijnt hier en daar te kunnen wenden op: “de zesde bal zal een ‘no ball’” zijn of iets dergelijks.
Eens heb ik een andere weddenschap horen aangaan: een oudere speler zei, vόόr de wedstrijd, tegen een clubgenoot: “Wedden dat we verliezen. Ik zet een tientje? Het voorstel werd verontwaardigd afgewezen, hoe kon je willen verdienen door verlies van je eigen club?
De man in kwestie legde het mij later uit: “Het is me best een tientje waard als we winnen. Verliezen we, dan heb wat om mijn verdriet te verdrinken!.”


HTCC had destijds goede banden met MOP en het was waarschijnlijk daaraan te danken dat ik twee keer uitgenodigd ben als gast bij hen mee te spelen. Een keer werd mij gevraagd met nog een speler van HTCC te komen tegen het touring team van Dick Griebling c.s. (De Lepelaars?) Mop had toevallig, het was vakantie, een tekort aan spelers. Er waren meer van die teams als de Lepelaars, zoals de Travellords, de Sprinkhanen, van de vermaarde Wim Staats en andere ACC-coryfeeën. (Ook wel genoemd “Drinkhanen”). Ze waren half onafhankelijk van hun clubs en speelden in de vakantieperioden.
De tweede keer mocht ik aanwezig zijn bij een, naar ik hoorde, jaarlijks evenement, dat de ‘Bikkelbotsing’ heette. Al jaren vraag ik mij af of ik dat goed heb onthouden. Zijn er nog Moppers die dat kunnen bevestigen?
Er werd op die dag een autorally gehouden waarna er ook nog werd gecricket. Het was een onvergetelijke dag en daar denk ik met veel plezier, en dankbaar aan MOP, .terug.


Eind negenenveertig ging ik voor het eerst naar een Bondsvergadering onder het voorzitterschap van de grote Hugo van Manen. In de pauze verscheen een heel bijzondere gast, te weten Peter May, de toenmalige captain van het Engelse Testteam.
Na de gebruikelijke plichtplegingen vertelde de heer May het volgende verhaal. Hij opende altijd maar hem overkwam wat iedere batsman vreest, namelijk uit gaan voor NUL Dat is extra pijnlijk als captain en opener in een uitwedstrijd, zeker in Australië. Veel cricketers hebben meer ervaring met zulk uitgaan dan de heer May. Die liep met gebogen hoofd richting kleedkamers. Helaas week hij bij zijn terugkeer iets af van de rechte lijn daarheen. We hebben allemaal wel genoeg wiskunde geleerd dat je, als in een cirkel in het midden iets van de middenlijn afwijkt, bij de rand van de cirkel ver aankomt van de middellijn. Met van schaamte gebogen hoofd liep hij door om tot zijn schrik dan ook te bemerken dat hij een uiteindelijk een flink stuk van de uitgang de boundary bereikte. Hij moest dus nog een aantal meters langs de van vreugde joelende menigte gaan om het paviljoen te bereiken. Het was een verschrikkelijke ervaring.
Het getuigde wel van gevoel voor humor dat hij ons dat verhaal heeft willen vertellen.


De laatste wedstrijden waaraan ik heb deel genomen vonden plaats op de dag waarop de zeventigste verfjaardag van Hilversum grote man Willy Rosenbaum werd gevierd. Dat was 10 augustus 1980. Duidelijk bleek welke plaats Willy in de harten van talloze cricketers had veroverd. Een uitgelezen gezelschap was uitgenodigd en ik voelde mij zeer vereerd dat ik daar ook aanwezig mocht zijn.


Er is veel veranderd sinds ik in 1937 kennis maakte met cricket.
Het was toen nog de tijd van beschaafd handgeklap dat van tijd tot tijd uit de ligstoelen opsteeg. Thans kunnen we nu en dan (op de buis) getuige zijn van de wilde Twenty20 matches met vuurwerk bij de zessen en huppeltutjes langs de lijn als er wickets vallen of ander oponthoud ontstaat. …Ach, waren er nog maar die lange dagen aan de buis van de aloude Test Matches.

Einde

Ben Teeuwisse - 15.03.2012

Meer uit de Oude Doos van Ben Teeuwisse (20.01.2012)

Pas onlangs realiseerde ik mij dat er nog maar weinig S.G.S.-ers zijn die herinneringen kunnen hebben aan 1940-1945 en de jaren daarvoor. Ik vond verder dat mijn eerste bijdrage aan deze rubriek te weinig was voor vijfenzeventig jaar cricket en ben daarom aan het graven gegaan.
Het is ondoenlijk om te vertellen hoe het leven in die crisisjaren en in de oorlog was. Er zijn cricketers in het verzet of mogelijk ook door oorlogshandelingen omgekomen. Er waren helaas ook cricketers fout.
Als de moffen werkkrachten zochten, vonden ze ook cricketers en ik was een daarvan. Van eind november 1942 tot mei ‘45 heb ik in Essen en in de omgeving daarvan gezeten. Laat ik erbij voegen dat het mij niet slecht vergaan is. De groep waartoe ik behoorde bestond uit kantoorbedienden en die werden beduidend beter behandeld dan fabriekspersoneel, niet alleen bij Krupp, dat ons had geronseld, maar ook de firma bij wie ik daarna terecht kwam toen de lokomotievenfabriek van Krupp, waar ik had gewerkt, totaal in de as was gelegd..
In die zomer van 1945 leefden we op, speelden onderlinge wedstrijden en potjes tegen in Nederland gelegerde teams.
Langzamerhand begon het normale leven weer en in ’46 startte de zondagcompetitie weer.
Zoals iedereen wel weet kregen we toen het probleem Indonesië. De Dienstplicht was weer ingevoerd, maar de jaargangen 1921 en 1922 werden niet meer opgeroepen, die hadden in de oorlogsjaren genoeg narigheid beleefd. De jaargang 1923 was voorlopig vrijgesteld, maar daarvan is niemand meer opgeroepen.
Voor CrIC, en waarschijnlijk ook ander clubs, had dit geen plezierige gevolgen Enkele CrIC-ers moesten naar Indië zoals dat toen nog heette. Een aantal spelers van ons eerste team besloot de snorren te laten staan totdat onze makkers waren teruggekeerd. De snorren hebben het doorgaans niet overleefd, onze Indiëgangers gelukkig wel.
CrIC werd waarschijnlijk zwaarder getroffen dan andere verenigingen (na het vertrek van de Meikevers in 1949) want slechts enkele leden waren toen net 18 of enkele jaren ouder., We hadden slechts een paar leden boven de 22 jaar. Als gevolg daarvan was ons team elke veertien dagen danig verzwakt: juist onze aankomende cracks waren in dienst en hadden maar om de zondag een vrij weekend Waren wij de ene week opgewassen tegen de sterkste tegenstander, de week daarna konden wij van de zwakste teams verliezen.


Zoals eerder verteld moesten we vlak na de oorlog zeer zuinig zijn met ons materiaal. We trainden op de gemeentelijke velden waar VVV zijn thuishaven had. Op die velden speelden de ACB-jeugd en de zaterdagcompetitie. Aan de kant van de Wandelweg was een stevig soort heg die het zicht van de wandelaars aldaar op de velden beperkte. Het terrein was omringd door sloten en vooral de sloot aan de achterkant was minder goed beschermd. Veel ballen belandden in de sloot aldaar die wel zo’n tien meter breed was. Meestal konden die ballen met een lange stok of hark gered worden, maar nu en dan was zo’ n bal niet aldus bereikbaar. Er zat dan niets anders op dan… de sloot in! Ik heb de zwempartij verscheidene keren ondernomen en als ik daaraan denk, heb ik het gevoel dat ik de gore lucht van het slootwater weer ruik. En dan bedenk ik ook weer dat de sloot verderop grensde aan de begraafplaats Zorgvlied.
Je kon het beste plat voorover het water inglijden want, als je trachtte te lopen, dan zakte je onmiddellijk in een weeë brij waaruit je je been moeilijk kon lostrekken. Maar het moest gebeuren, de ballen waren duur!
Aan de zijde van de Wandelweg werden de buiten het veld geslagen ballen gestopt door de heg en het welige, stugge gewas daaromheen. Nu was dat vrij dicht en omvangrijk: niet elke bal werd snel gevonden. Zo geviel het een keer dat een bal onvindbaar leek.
Nu weet iedereen dat de oude Grieken en Romeinen hun goden hadden die elk zogezegd hun eigen gebed beheersten. Zo had Mars de oorlog en Venus de liefde. De katholieke kerk heeft waarschijnlijk gemerkt dat dergelijke figuren gemist werden. Derhalve kregen de heiligen hun taken. Van Sinterklaas weten wij dat hij er niet alleen voor de kinderen is, maar ook voor de zeevaart en Amsterdam. Zo is er ook een heilige aangewezen als hulp bij verloren zaken. Als zoeken niet helpt, zegt de gelovige een versje op om hulp. Toen we weer eens lang tevergeefs aan het zoeken waren, zei een van onze jeugdige spelers dan ook: “Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik die bal weer vind.” Het hielp niet, maar een van de andere zoekenden riep: “GXYXYTWTUVD!” en zie: hij schopte tegelijkertijd tegen de verloren gewaande bal!


Het lot van de Meikevers, de dwarsliggers die zich in 1949 van CrIC hadden afgescheiden, stond bij voorbaat vast: ze zouden het slechts een paar jaar zouden redden. Sommige spelers gingen naar andere clubs en slechts enkele keerden terug naar CrIC. Dat had het moeilijk in die eerste jaren, want al hadden we steun van het Ignatius College, we moesten zelf voor materiaal en andere kosten opkomen. We hadden toen slechts enkele verdienende leden, want het merendeel bestond uit studenten en tieners (dat woord bestond destijds nog niet).
Gelukkig hadden wij Herman Menting als penningmeester. Hij had verstand van geld, werkte bij de A.B. Hij schoot vaak de centjes voor materiaalaankoop voor en hoopte dan zo spoedig mogelijk de contributies te ontvangen. Penningmeesters zullen beseffen hoe dat voelt. (Hij was mijn beste vriend. Helaas is hij op zestigjarige leeftijd aan kanker overleden.) Soms ook moesten wij enkele jeugdleden te elfder ure oproepen waarbij de verdienende leden wel eens voor de reiskosten opdraaiden. Het was eigenlijk verbazend hoe CrIC weer overeind krabbelde en het heeft wat later zelfs een jaar in de tweede klasse A gespeeld.


Ronselen
Wat mij destijds ten zeerste ergerde was dat er een club was die duidelijk veelbelovende jongens trachtte te ronselen. Zo’n club nodigde dan heel vriendelijk een jonge ster uit om als gast mee te spelen in een tour of wedstrijd in de vakantieperiode. Ik heb mij bij zo’n club beklaagd en het is tot een uitvoerig onderhoud gekomen met een vooraanstaand lid van die club. Hij verklaarde dat veelbelovende spelers bij een grote club betere kansen kregen om zich verder te ontwikkelen.
Daar was ik het natuurlijk niet mee eens en heb een stuk ingestuurd naar Cricket, ons bondsorgaan. In die tijd was HCC oppermachtig. Het speelde met twee teams in de eerste klas en een van de twee ging dikwijls met de titel strijken. Zouden veelbelovende knapen allemaal naar HCC gaan om zich verder te ontwikkelen, dan zou de eerste klas spoedig het volgende deelnemersveld tonen: HCC 1, HCC 2, HCC 3 enz. stelde ik.
Er zou bijvoorbeeld in Den Haag, Rotterdam of Amsterdam steeds maar één club overblijven terwijl andere clubs, die naar promotie streefden, geen kans daarop kregen.
Ik had een sterke troef want ik kon wijzen op ACC, dat, met o.a. de Van Weeldes en de gerenommeerde bowler Piet Sanders, in opkomst was, met lieden uit eigen gelederen.


Collapse en de Kwispelstaart
Et verschijnsel collapse zal iedere cricketer bekend zijn. Hoe komt het dat soms de val van enkele wickets leidt tot knikkende knieën en snelle val van de volgende batsmen? Onlangs (november 2011) werd Australië uitgekegeld voor 47 runs in de tweede innings tegen Zuid-Afrika. Slechts de nummers 9 en 11 haalden net dubbele cijfers. Hier hebben we zowel de collapse als de kwispelstaart. Dat laatste verschijnsel komt wel vaker voor. Soms maken we immers ineens mee dat een van de staartbatsmen in een opwelling van moed of wanhoop met een aantal flinke halen nog een pittig aantal runs slaat. Raar spel, dat cricket.


We gaan weer wat terug in de tijd. Ik moet toch wat van vroeger tijden vertellen, ook al heeft het niets met cricket te maken. Er zullen maar enkele mensen nog weten, of gezien hebben, dat de agenten in Amsterdam (ik neem aan dat het elders ook zo was) op Koninginnedag helmen droegen.
Wat men mogelijk wel weet is dat tegenwoordig de jaren vijftig en zestig in de vorige eeuw werden afgeschilderd als saai . Er gebeurde niks wordt vooral gezegd door lieden die in de merkwaardige wilde jaren daarna als studentjes begonnen, zonder veel levenservaring. Het blijft mij verbazen als je denkt aan de snelle wederopbloei van Nederland dat zo veel schade te herstellen had en met Indië in de problemen kwam. Ondanks dat het voor ons verloren ging, brak er desondanks geen rampspoed uit. Er moest wel het een en ander veranderd en verbeterd worden, maar zo overdreven revolutionair als de verdedigers van de oprispingen in die jaren beweerden, hoefde het niet. Op vallend was dat enkele vooraanstaande oproerkraaiers al snel op het pluche belandden.
Het ergste was dat toen de basis werd gelegd voor de huidige onbeschoftheid waarvan de geheven middelvinger wel het symbool is. Er werd immers toen gepreekt dat we geen gezag zouden moeten dulden en meer assertief moesten zijn. Je hoefde van niemand iets te pikken. Begrijpelijk dat aan de basis werd begonnen: de juf en de meester werden juf Ingrid en meester Henk. Zijn we niet ook minder fatsoenlijk geworden op de pitch, waar umpires het slachtoffer zijn geworden?
Deze (te) lange inleiding heb ik even nodig om een probleem te schetsen toen ik in 1942 bij VVV 1.mocht aantreden. Vóór de jaren zestig en zeventig zei je als tiener, en doorgaans zelfs in het algemeen, tegen personen boven de 25 ‘juffrouw’, ‘mevrouw’ of ‘meneer’, en ‘u’, geen ‘jij’. Nu was de stap van de junioren- en zaterdagmiddagcricket. naar de ‘eredivisie’ voor mij al geducht, de stap naar VVV 1 was nog moeilijker. De captain van dat team, Jan Grootmeyer, had mijn grootvader kunnen zijn, Anton Stuivenberg (oud international) en Hein van Wermeskerken waren ongeveer twintig jaar ouder dan ik (19). Tegen de laatste twee heb ik me wel verstout ze in de loop van de tijd te tutoyeren, maar Grootmeyer bleef ‘meneer’ voor mij, Dat waren zogezegd Andere Tijden!

Ik meen dat het 1953 was dat het Australische testteam Nederland bezocht. Er werd ook in Den Haag tegen Nederland gespeeld. Veel van die match herinner ik mij niet meer. Van ons elftal maakten Nico Leeftink en Wim Feldman, mijn medespeler in de ACB-jeugd, deel uit. In het team van Australië speelden de geduchte allrounder Miller en de toen nog aankomende grootheid Richie Benaud. Benaud was vele jaren de populaire presentator van cricketmatches op tv.


Klik op de foto's en deze openen groot in een nieuw venster

 

Bovenstaande foto's zijn ontvangen van Rob de Haas uit zijn eigen archief en van Fred Reman. M.b.t de foto links weet Maarten Ingelse te melden dat dit de scorecard is van de wedstrijd op 27 juni 1957 op Rood en Wit. De foto in het midden betreft het 'Souvenir Tour Programme' van het Australische Testteam dat in 1964 in en tegen Engeland speelde en op 29 augustus op H.C.C. tegen Nederland de historische, door Nederland gewonnen, wedstrijd speelde. Rechts hiervan de scorecard die is ontvangen van Fred Reman. Allemaal bedankt voor de informatie!!!

En ik denk nog met weemoed aan de vele uren, die ik, na mijn pensioen, in de jaren tachtig en negentig, aan de buis heb gezeten zowel bij testmatches als ‘one day’-wedstrijden. Zo heb ik Graham Gooch 333 runs zien slaan! Helaas, sloegen eensklaps de betaalzenders toe.


Ongeveer midden jaren vijftig verscheen een heer uit Engeland met een eenvoudige, maar voortreffelijke trainerscursus.. Het was de heer Crabtree die, met zijn uitstekende methode verscheidene trainers hier heeft opgeleid. Zelf heb ik een aantal van zijn lessen bijgewoond maar geen examen gedaan. Ik heb er veel van geleerd. Wordt er nog met zijn methode gewerkt en zijn er nog oud-leerlingen die ervan kunnen getuigen?


Na de oorlog hebben er enkele Engelse soldatenteams aan de Nederlandse Competitie deelgenomen. Zelf heb ik met CrIC gespeeld tegen het Garrison Hoek, uit Hoek van Holland en later troffen wij met HTCC het team van Grobbendonk.
Toen wij tegen Garrison Hoek aan bat gingen, opende onze beste batsman en ik ging als nummer twee. Nog zie ik de verbijsterde uitdrukking op het gelaat van onze nummer een. Nauwelijks had hij zijn bat opgetild of de gehele off stump lag een eindje verder. We waren nu wel gewaarschuwd maar een erg hoog totaal bereikten we niet. Achteraf hoorden wij dat hij de snelste bowler was van de B.A.O.R. Voor onze jeugdige lezers: dat was de British Army On Rhine.
Toen ik bij HTCC speelde troffen we de Grobbendonkers, ook een eenheid van de Britse strijdkrachten, aan. Wat deze tegenstanders zo aantrekkelijk maakte was het feit dat de consumpties in hun kantine, tot grote vreugde van allen, uiterst betaalbaar waren. Daar heb ik voor de eerste keer een screw driver gedronken, whisky met sinaasappelsap. En ook voor de tweede en derde keer…


We gaan weer even terug naar mijn eerste cricketjaren. Eenmaal bij de ACB in 1938 ging ik naar de wedstrijden van VVV dat speelde op de veldenwaar ik in de ACB-jeugdcompetitie speelde. Ook ging ik wel eens naar de training van VVV op donderdag- avond. Ik was al blij als ik een bal kon teruggooien als die uit het veld geslagen was. Toen speelde de bekende Nederlander Wim Schoevaart, het oudste lid van Ajax, nog bij VVV. In 1942 was hij weer vertrokken, waarschijnlijk naar Ajax.
Ik had er natuurlijk nog geen idee van dat ik in 1942 in het. eerste van VVV zou debuteren. Het was een bijzonder jaar voor VVV want het bestond veertig jaar. Dat werd gevierd met eerste een voetbalwedstrijd tussen de hockeyers en de voetballers. In dat voetbalteam speelden enkele zeer goede spelers, maar de hockeyers – enigszins bijgestaan door de scheidsrechter Jan Grootmeyer-- weerden zich goed al verloren zij.
Helaas begon het ’s middags ontzettend te regenen. Andere feestelijkheden op het veld gingen natuurlijk niet door, maar men slaagde erin voldoende ruimte te vinden bij het restaurant van de bekende biljarter Jan Sweering, dat lag waar nu de Nederlandse Bank is gevestigd. Het werd dus toch nog een geweldig feest, zij het niet voor mij. Bij een van de feestelijke onderdelen kwam ik hoogst ongelukkig te vallen en raakte zwaar geblesseerd aan mijn rechterknie. Ik heb drie weken plat gelegen alvorens ik weer aan de slag kon. Het was geen sportblessure, maar een sportfeestblessure!


Vóór dat feest speelde VVV 1 tegen Quick Nijmegen en dat was de duizendste wedstrijd van de toen nog NCB- competitie. Een foto van dat team bevindt zich nog in het VVV-clubhuis.
Ook de uitwedstrijd tegen Quick-N bood nog iets bijzonders. Naast het veld was een perenboomgaard. Toen er een zes werd geslagen die tussen de bomen aldaar belandde, togen enkele spelers naar de boomgaard om de bal te zoeken. We vonden niet alleen de bal, maar ook peren. Toen ik een peer wilde plukken, voelde ik dat die nog te hard was. Er lagen echter wel enkele pas gevallen peren die ongeschonden en rijp bleken. Daar heb ik er een paar van meegnomen. Mijn medezoekers hadden die gevallen peren niet vertrouwd en er dus een aantal van geplukt. In de trein terug genoot ik van mijn oogst. Mijn makkers, keken, met hun onrijpe peren en schuine ogen naar mij.


 Toen ik nog in Eindhoven woonde trok ik een keer, met dochters, naar Utrecht waar SGS tegen Kampong aantrad. Toen ik inging moest ik Cees Tettelaar bijstaan. Hij was op weg naar en century bleek later, maar voordien kreeg ik een bal op leg. Of het de bounce van de bal was of mijn onhandige poging de bal op adequate wijze naar de boundary te transporteren weet ik niet, maar wel voelde ik dat mijn linker wenkbrauw was getroffen. Het deed nauwelijks pijn en ik wilde mij weer opstellen voor de volgende bal toen men van alle kante riep: “Stop! Stop!.” Toen voelde ik dat er iets over mijn wang liep. Mijn wenkbrauw lag open.
Nu had mijn dierbare echtgenote mij en mijn dochters rijkelijk voorzien van proviand, handdoeken, zeep en wat dies meer zij . Er was een van de handdoeken knalrood en juist met die kwam een van mijn dochters aangesneld. Zo bleek het een veel bloederiger geval te zijn dan het was en de toeschouwers schrokken dienovereenkomstig. Een van de aanwezige dames (die ik nog steeds zeer dankbaar ben) bracht mij naar het ziekenhuis. Aldaar werd ik toevertrouwd aan een vrouwelijke arts. Zij had kennelijk ook ooit uitstekend borduren geleerd, want de wond werd zeer fraai dichtgenaaid. Je zag er al gauw geen bal meer van.
Terug op het veld. kon ik weer meedoen, zij het dat Kampong aan bat was. Ik heb, geloof, ik zelfs nog één wicket genomen Op mijn cricket-VC kon ik nu eenmaal ‘retired hurt’ vermelden.
“Hurt, not retired’ is mij ook eens pijnlijk overkomen. Dat gebeurde in Eindhoven en ik stond er als eerste slip. We hadden een zeer snelle bowler die een bal aan leg gooide die zowel door de batsman als de wicketkeeper werd gemist. Aangezien ik het tijdig zag aankomen startte ik meteen en trachtte de bal met mijn hand te stoppen. Helaas, de bal trof een klein hobbeltje en de bal spoot keihard precies op het knobbeltje aan de binnenkant van mijn linker enkel. Het deed behoorlijk pijn en ik heb in de kleedkamer een stroom koud water over de plek laten gaan. Dat hielp en ik heb verder gespeeld. s’‘Avonds ging de plek steeds erger pijn doen, zo erg dat ik naar bed ben gegaan. Toen ik mijn sok uittrok zag ik een voet die tot boven de enkel helemaal zwart was! Bij een bezoek, de volgende morgen, aan arts, specialist en ziekenhuis bleek dat het gelukkig niet meer was dan een enorme bloeduitstorting.


In onze gelederen bevond zich ooit de grootste promotor van IJshockey in Nederland. Dat was Frans Henrichs. In die tijd kreeg deze sport, dank zij hem, veel meer bekendheid dan thans. Bij een wedstrijd op de velden van de Twentsche Bank, waaraan ik veel dierbare herinneringen heb, stond Frans in het verre veld toen een zeer snelle bal te ver van hem vandaan richting boundary schoot. Van ergens in de buurt van het wicket klonk prompt uit de mond van de grote VRA-er Wim Kummer: “Frans, Icing!” Voor het geval dat u niet weet wat dit betekent: Het is de overtreding waarbij de puck in geval van nood met een enorme klap uit het verdedigingsvak naar de andere kant van het veld wordt geslagen..


Het Mirakel van Rotterdam
Bij een van de eerste wedstrijden tussen Rotterdam/Schiedam en Amsterdam kwam Wally van Weelde aan bat. Hij speelde toen nog bij ACC en dus voor Amsterdam. Later zijn hij, en zijn broer Hans, verhuisd naar Rotterdam en VOC. Op zeker moment ging Arie Terwiel, de gevreesde bowler van VOC, op silly mid on staan om Wally uit te dagen. Die trok zich daar niets van aan en toen er een geschikte bal aan kwam, sloeg hij toe. Tot grote schrik van iedereen stortte Arie neer, de bal had zijn hoofd keihard getroffen. Gelukkig kwam hij overeind, maar hij werd zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht. Nog vrij snel kwam hij terug, hij had geluk gehad en kwam met de schrik, en waarschijnlijk nog wat hoofdpijn, vrij. Het had net zo goed ernstig fout kunnen gaan.
Elk team, vooral in de lagere regionen, telt vele spelers die niet vaak aan hun trekken komen. Zij zijn enthousiaste cricketers, maar noch aan bat, noch aan bal zeer bedreven. Soms, maar bepaald niet altijd, zijn zij goede fielders. Soms maken zij een vang, soms stoppen zij een moeilijke bal, maar vaak ook komen zij niet aan bat en bowlen geen bal. Toch horen zij er helemaal bij. Soms zijn er uitblinkers, zoals wijlen Piet van het Noordende die je gerust een matchwinner kon noemen. Hij heeft, volgens mij, de catch van de eeuw op zijn naam. Ik heb daar al iets over geschreven dat in het jaaroverzicht van 1909 is opgenomen. Voor wie dat gemist hebben: in het veld, met CrIC tegen Kampong 2, sloeg de vermaarde Jan Offerman, lang topscorer van het Nederlandse cricket met 240 not out, tegen de wind een enorm hoge en verre bal. Piet snelde in de richting waar de bal zou neerkomen. Door de wind moest Piet iets van richting veranderen, draaide zich al om de bal te pakken, stapte in een kuil en sloeg stijl achterover. Vóór dat hij hellemaal plat lag, schoot zijn hand uit en vlak boven het gras greep die hand de bal klemvast. Dat doet niemand hem ooit na!

Voor mij staat vast dat cricket besmettelijk is; al heb je totaal geen aanleg voor batten of bowlen, je bent besmet met het cricketvirus.
Aan die trouwe cricketers zonder pretenties maar met echte cricketharten breng ik hierbij hulde

Ik laat het hierbij en groet u allen zeer.
Ben Teeuwisse - 20.01.2012

P.S. Wie leest leert, geniet en verrijkt zijn geest: In een nieuwe biografie van George Washington, de generaal van de Amerikanen in hun vrijheidsstrijd en daarna president lees ik dat hij, tijdens een betrekkelijke rustperiode halverwege die oorlog, , met jonge officieren cricket speelde. Hebben de Amerikanen, na de thee uit Engeland overboord te hebben gegooid en door koffie vervangen, ook cricket weggedaan?. Wat hebben ze er aan overgehouden: koffie (tot voor kort een niet te drinken vocht en honkbal…


Naar aanleiding van het verhaal 'Meer uit de Oude Doos van Ben Teeuwisse' waarin twee
kaarten worden getoond het volgende:

De gedeeltelijk zichtbare kaart (links) is de scorekaart van de wedstrijd Nederland - West Indië op 27 juni 1957 op Rood en Wit in Haarlem.
De andere kaart is een 'Souvenir Tour Programme' van het Australische Testeam dat in 1964 in en tegen Engeland speelde en op 29 augustus op H.C.C. tegen Nederland de historische, door Nederland gewonnen, wedstrijd speelde. Zie de scorecard
Er wordt in het verhaal ook melding gemaakt van een wedstrijd tegen Australië in 1953 . Dat klopt. Ook die wedstrijd was op H.C.C.
Op de website van CricketEurope kun je onder Netherlands 'StatsZone' alle gegevens vinden van de wedstrijden van het Nederlands XI.

Vriendelijke groeten,
Fred Reman - 31.03.2012

De eerste bijdrage van Ben Teeuwisse voor deze rubriek is (31.10.2011)

In 1936 kwam ik op een vreemde manier in contact met cricket. Het toeval speelde ook een zeer grote rol in het vervolg van mijn cricketleven. In datzelfde jaar kwam er een jonge pater, die Engels studeerde en in dat land al een deel van die studie had gedaan op het College.. Dat was pater Tonino Op het Ignatius College kregen de aankomende jezuïeten bepaalde taken zoals leiding van voetbal, hockey, de verkennerij en soortgelijke activiteiten waarmee men de leerlingen ook buiten de schooltijd bezig hield. Men streefde naar een gezonde geest in een gezond lichaam en cricket was wel de aangewezen sport waar sportiviteit en goede manieren hoogst belangrijk waren.
Al spoedig bleek Tonino een man die zich zo mogelijk met meer dan 100% voor zijn taak inzette.
Aan het eind van het voetbalseizoen, in 1937, begon hij meteen knapen te ronselen die hij geschikt achtte voor cricket.
Het toeval was CrIC, de Cricketclub Ignatius College in wording, behulpzaam: dat jaar werden in Amsterdam voor het eerst (en ook voor het laatst) schoolwedstrijden uitgeschreven. Voor voetbal was dat al lang gebruikelijk.
Tonino schreef meteen in. Hij had maar enkele jongens over van het jaar ervoor, maar hij verzamelde er een flink aantal bij.
Hij was heel stoutmoedig want hij had nauwelijks geschikt materiaal: slechts één behoorlijk bat, een zeer gammel exemplaar en een dat was samengesteld uit het blad van een bat waarin een deel van de steel van een hockeystick was aangebracht. Waar hij de legguards en keepershandschoenen vandaal gehaald had, weet ik niet, maar het was allemaal zeer primitief.
Desondanks werd fanatiek met trainen begonnen. Daartoe moest op het hockeyveld van HIC een pitch gefabriceerd worden. Gelukkig waren er een zware roller en een maaimachine, allebei met de hand te bedienen. Voor voetbal en hockey huurde het College enkele stukken hobbelige grond van een boer in Amstelveen.
Aangezien de tijd kort was moest alle tijd goed worden benut. Brutaal besliste Tonino dat we dan maar niet alleen op woensdag- en zaterdagmiddagen moesten trainen, maar ook op de avonden. Het is duidelijk dat het College dat verbood, wanneer moest het huiswerk worden gemaakt? Tonino schijnt een flinke schrobbering te hebben ondergaan, maar hij had toch wat avonden getraind voor het verbod kwam.
We hebben twee wedstrijden gespeeld die we natuurlijk met innings verloren. Onze tegenstanders hadden enkele al behoorlijk vaardige spelers die hun weg naar de eerste klas zouden vinden.
Wij hadden slechts één speler die wat meer opleiding had gehad. Zijn pa zat in het bestuur van VVV. Hij maakte in de eerste wedstrijd 12 van de ongeveer 30 in een van de innings. Ongeveer 30 bleek onze limiet te zijn. Deze ster, die toch al niet zeer geliefd was, liep vanaf die 12 naast zijn schoenen
Ik ging eerst aldoor in als nr. 2, maar in de tweede innings van de laatste match wilde onze nummer 1 graag met mij ruilen. Nu was daar als umpire de heer A.J. van Wermeskerken, de jeugdleider van de Amsterdamse Cricket Bond. Hij was daarnaast een geduchte leg spinner van VVV. Voor ik in ging als nr. 1, riep hij mij bij zich. Dat bat dat ik had was niet geschikt vond hij en hij gaf mij een iets kleiner bat dat lichter was en dus voor mij heel wat beter.. Het gevolg was dat ik met 15 van onze ‘ongeveer’ 30 runs duidelijk topscorer werd..
De vreugde was groot, niet zozeer voor mij, maar omdat onze ‘ster’ van de eerste match een toontje lager moest zingen. Dat werd hem dan ook na de wedstrijd zeer duidelijk gemaakt.
Wat echter het allerbelangrijkste voor mij was dat Van Wermeskerken (algemeen bekend als Hein) mij vertelde dat ik het volgende jaar bij hem in de ACB zou komen. Bij de ACB konden destijds jongens twee jaar gratis trainen en spelen in de ACB jeugdcompetitie. Daarna moest je kiezen voor een club in Amsterdam.
Nu was helaas de regel van het College dat je alleen in de collegeclubs mocht spelen tenzij er gegronde redenen waren om elders te voetballen, hockeyen of andere sport die op het College beoefend werd. Mij is echter geen strobreed in de weg gelegd.
Van het eerste jaar kan ik mij niets herinneren, van het tweede jaar iets meer., Van Wermeskerken maakte mij toen aanvoerder en als onderopperhoofd werd Karel Prior (ja, die) aangewezen. Hij moest echter om gezondheidsredenen voorlopig stoppen met cricket.


Aan de. Amsterdamse Zuidelijk Wandelweg lagen verscheidene sportterreinen. ACC/AFC had velden vlak tegen de begraafplaats Buitenveldert, meer naar het oost en waren er enkele gemeentevelden waarop VVV speelde en de wedstrijden van de Amsterdamse Cricket Bond plaats vonden.
Ik denk met plezier terug aan de avonden op het VVV-veld waar ’s avonds al vroeg jongelui in de kooi aan de slag gingen en enkel oudere leden bij mooi weer zaten de luieren. Er waren daar later zeer bekende lieden bij: Louis van Gasteren, de filmer, en Henk Ruhling, de grote bokspromoter, die meestal in een ligstoel zat en grote sigaren rookte. Wie als laatste aan bat kwam, kon in de duisternis op de pittigste fastballen rekenen.


In die tijd stelde ik vast dat het gebruikelijke schoolprogramma helemaal fout was. Het cricketseizoen begon op een ogenblik waarop de overgangsexamens werden voorbereid. Veel beter ware het geweest als die examens in december zouden zijn gehouden. Je had dan minder de neiging naar buiten te gaan en ging dan maar studeren. In het nieuwe jaar ging je naar de volgende klas. Bleef je zitten, dan kon je in de warme sfeer van het Kerstfeest getroost worden.


In dat tweede jaar met het ACB-team speelden we natuurlijk tegen de jeugd van VRA, ACC en VVV. De aanvoerder van VRA was toen Huib van Weelde en ik denk een van de weinigen te zijn die tegen, of met alle vier Van Weeldes van die generatie gespeeld te hebben,
Wat mij van VRA vooral is bijgebleven is de herinnering aan de mat: die was bijna tweemaal zo breed als die elders gebruikt werden. Ik voelde mij daarop veel zekerder en het lag misschien daaraan dat ik op die mat, in 1940, mijn eerste 50 heb gescoord.
Ik weet niet meer hoe het nu is, maar je had nog wel eens velden waarop de rand van de mat nog leunde tegen het gras naast de gravelpitch. Een slechte bal, op de rand van de mat, kon zo dodelijk worden.


In 1939, mijn tweede jaar in de ACB, verscheen er in een krant (Ik meen de Telegraaf) een foto van een jeugdige bowler in actie, met achter hem de umpire, de heer Van Wermeskerken. Het was een juist ontdekt talent namelijk Wimpie Feldman, die de beste was in mijn team. Hij heeft dan ook later enkele keren in het Nederlands Elftal gespeeld. Dat speelde toen nog maar sporadisch.
Heel langzaam kwam daardoor bij mij de herinnering boven dat ik nu en dan op verzoek van Van Wermeskerken een envelop met de uitslagen van cricket in de bus gooide van een journalist (Ik geloof van de Telegraaf). Een heel vermaarde cricketer uit het begin van de twintigste eeuw, J.C. Schröder, was journalist van de Telegraaf.)
Voor velen zal het een openbaring zijn dat er toen regelmatig berichten over cricket in de kranten stonden. Achteraf bezien niet zo vreemd want ongeveer in het midden van de jaren vijftig vierde de Amsterdamse Cricket Bond haar zestigjarig bestaan. Er werd toen dus waarschijnlijk al geruime tijd meer gecricket dan thans. Toen ik mijn intrede deed, was er een flinke zaterdagmiddagcompetitie met twee klassen! In die competitie namen o.a. banken deel, de Amsterdamse, Rotterdamse en Twentse bank, als ook de Nederlandse Handelmaatschappij. Ook Rood-Zwart, het team van de gemeente Amsterdam nam deel. Verder was er een club RIO (Run It Out) een sterke tweedeklasser in de NCB, die ook in de zaterdagcompetitie speelde. Er waren er waarschijnlijk meer maar ik ben niet zeker van de namen.


Het lijkt vreemd dat er in die jaren van werkeloosheid en armoe toch zoveel cricket was. Ik meen te kunnen verklaren hoe dat mogelijk was.
Voetbal was natuurlijk de belangrijkste sport. De uitrusting daarvoor was nog wel te bekostigen. Hockey had nog een elitair karakter en was ook al duurder omdat je sticks nodig had en die waren waarschijnlijk voor velen te duur. Bovendien kwam je niet gauw met hockey in aanraking, voetbal zag je overal op straat.
Tennissen was geen sport voor de massa, rackets en ballen kreeg je ook niet bij de boodschappen cadeau. Maar cricket dan? De bekende oude voetbalclubs hadden haast allemaal ook een cricketafdeling: de nog niet Koninklijke HFC had Rood en Wit, HVV had HCC, Sparta-cricket was ook Sparta, VOC dito, evenals Hermes DVS, AFC had ACC om er een aantal te noemen. Leden en supporters kwamen zo in aanraking met cricket. Veel topspelers waren ook topcricketers.
Laat ik Ajax niet vergeten. Het heeft ook gecricket en ik herinner mij nog een wedstrijd op het veld vóór het stadion in de Watergraafsmeer. De Ajaxieden stelden ons een keer voor de lunch later te houden. We konden dan samen op de eretribune de vriendschappelijke wedstrijd Ajax-Heerenveen bijwonen. Daar hadden we natuurlijk niets op tegen.
In Amsterdam, zoals hierboven al is verteld, namen banken en de NeHamy deel aan de cricketcompetitie. De spelers hadden om mee te doen slechts een wit shirt, dito broek en gympies nodig, de bank stelde de bag, met al het overige materiaal beschikbaar. De Twentsche Bank had een eigen complex, waar velen, denk ik, nog met veel plezier aan terug denken. Toen ik begon te spelen hadden er maar weinig spelers eigen bats en handschoenen, om van legguards nog maar te zwijgen. De verhouding lonen-prijzen van die tijd was beduidend ongunstiger dan nu, zeker voor zulke luxe importartikelen. Pas met de groeiende welvaart na 1950 konden zich veel meer cricketers het zich veroorloven een bat of nog meer aan te schaffen.
Over de bag gesproken: het was een heel gesjouw met dit zware geval als het veld van de tegenpartij ver van het dichtstbijzijnde openbaar vervoer was gelegen. Auto’s waren nog zeer schaars. Niet gauw zal ik een lid van Kampong en SGS vergeten die klaagde dat hij nog pas als jongste de bag had moeten dragen., want hij was pas…61.


Hein van Wermeskerken verdient wel enkele regels apart. Aan de zijkant van de grote kleedkamers van het VVV-terrein zat een aparte ruimte waarin Hein haast elke dag te vinden was. Hij had, of werkte voor, een sportzaak. Bij hem kon je alle cricketspullen bestellen en hij had altijd bats in voorraad. Werd er een verkocht, dan werd het, voor het geleverd werd, deskundig ingeklopt met een harde bal (geen cricketbal) op een korte stevigste stok. Ik heb heel wat afgeklopt en. daarmee heb ik de kennis opgedaan toen we voor CrIC zelf bats moesten aanschaffen. Hein was dan wel zo vriendelijk na het kloppen nog wat balletjes op me te gooien in de kooi. In een boek van de KNCB, ‘Een eeuw georganiseerd cricket in Nederland’ staan natuurlijk veel cijfers. In de lijst van bowlers met de meeste keren 7 of meer wickets in een innings staat Hein vermeld met 33 keer, waarvan 2x9 en 7x8. In 1927 en 19929 oogstte hij 93 wickets in één seizoen! Ik meen te weten dat hij in vroeger jaren een snelle bowler is geweest, maar in ‘mijn’ tijd was hij een zeer gevreesde leg spinner!. Niet alleen ik heb veel van hem geleerd, ook veel leden van het jonge CrIC hebben zijn waardevolle lessen genoten. Hein en zijn ouders zijn helaas in de Hongerwinter overleden.


We gaan even naar Haarlem. In 1941 vierde Rood en Wit het zestigjarig bestaan. Ter opluistering van dat feit nodigde de oudste club, R&w, CrIC, de jongste, uit. Ook Haarlem (thans Bloemendaal) werd uitgenodigd. We verloren beide wedstrijden, maar sloegen lang geen gek figuur In een Haarlemse krant (op het de Oprechte was, weet ik niet maar men deed oprecht verslag) stond een uitgebreid verhaal van onze match tegen Rood en Wit. (Ik ben zo onbescheiden om te vermeden dat ik een pluim kreeg voor mijn stijlvolle 25 runs.) Het is dus duidelijk, zoals ik eerder meldde, dat er toen meer over cricket in de krant verscheen dan thans. In die jaren kwam je met dubbele cijfers, zelfs 10, al in Cricket, het blad van de NCB. De totalen waren in het algemeen toen bescheidener dan thans.


In 1949 was CrIC een club in opkomst in de zondagcompetitie. In 1947 was de secretaris van ons jonge bestuur ook als secretaris van de ACB begonnen. In het jaar ’49 heeft hij zich, met een groepje leeftijdgenoten, afgescheiden van CrIC en de Meikevers opgericht. Dat groepje wilde met twee elftallen aan de zondagcompetitie deelnemen. De rest van het bestuur besefte dat ons ledental te klein was, aangezien je ’s zomers afzeggingen kon verwachten door de vakanties. Hij moest aftreden bij de ACB en ik ben hem als secretaris opgevolgd.
Het toeval wilde dat ik op het kantoor waar ik kort na de oorlog heb gewerkt als collega Hans Thon aantrof. Hij (HFCer en Rood en Witter) zat in het bestuur van de Haarlemse Cricket Bond.
Van hem hoorde ik dat er jaarlijks werd gestreden om de Zilveren Bal tussen de Amsterdamse en Haarlemse jeugd. Het was leuk om die elftallen te begeleiden.
Door Hans Thon en, mogelijk ook Marinus van der Eb, trad ik toe tot de Propaganda Commissie van de toen nog NCB. Van der Eb heeft, op verzoek van Tonino, het College bezocht, toen wij nog niet zo lang bezig waren, en enkele Engelse filmpjes over cricket vertoond waarin testcricketers hun kunsten vertoonden.


Ongeveer halverwege de jaren vijftig trad de voorzitter van de ACB af na zich jaren voor vele sporten in Amsterdam te hebben ingezet. Ik volgde hem op. De ACB vierde toen ook haar zestigjarig bestaan. Er werden drie feestwedstrijden op het programma gezet: een juniorenwedstrijd Amsterdam-Haarlem, een tussen spelers van de zaterdagmiddagcomtetities van Amsterdam en Den Haag, en een voor spelers van de zondagscompetitie: Amsterdam-Rotterdam/Schiedam.
Dat was een succes. Het jaar daarop vierde de Rotterdamse Bond haar vijfentwintigjarig bestaan.
Ik weet niet of er andere wedstrijden gespeeld zijn, maar de ACB kwam met de zondagsspelers
uit tegen Rotterdam/Schiedam, bij welke gelegenheid ik heb voorgesteld er een jaarlijkse ontmoeting van te maken. Omdat er afzeggingen kwamen heb ik enkele wedstrijden meegespeeld als invaller, omdat ik uit hoofd van mijn functie toch mee moest.


Tegen het eind van de jaren vijftig ging het langzamerhand slechter met de zaterdagmiddagcompetitie. Andere sporten, makkelijker dan cricket, zoals basketbal, kwamen op en er was niet voldoende aanwas uit het nageslacht van de deelnemers van voor 1940. Een grote handicap bleken ook de zondagse wedstrijden die, zeker bij verre uitwedstrijden, hele zondagen vergden. Men ging nog met openbaar vervoer dat zich nog aan het herstellen was van de oorlog. Op zekere zondag misten drie spelers de trein naar Deventer. Van UD mochten we, heel vriendelijk, beginnen met batten. Na één uur arriveerden ze gelukkig, we hadden gelukkig pas één wicket verloren.
Een even grote handicap voor cricket was zeker de liefde! Veel aankomende cricketers zijn afgevallen omdat hun geliefden hen niet voor hele zondagen wilden afstaan, of geen zin hadden de hele dag aan de boundary te vertoeven..
Het bracht mij er dan ook toe in de ACB voor te stellen de zaterdagcompetitie te propageren. Cricketers die ook tegen de lange zondagen opzagen, om wat voor reden dan ook, voelden misschien wel wat voor die competitie. Hoewel ik het zelf niet lang heb meegemaakt (in 1959 vertrok ik vanwege een nieuwe baan en verhuisde in 1960 naar Eindhoven) sloeg dat aan en zelfs VRA en ACC, die eerder, voor zover ik mij herinner, niet in de zaterdagmiddagcompetitie uit kwamen, gingen deelnemen. Gelukkig bleef de zaterdagmiddagcompetitie zo bestaan.


De oorlog was in alle opzichten een ramp. Er werd nog wel normaal gecricket zo lang het kon, maar de benodigdheden kwamen niet meer uit het buitenland. We waren dus uiterst zuinig met bats, ballen e.d. en we hebben zelfs met witte ballen gespeeld, hockeyballen, want die waren er nog wel. Waarom en wanneer ertoe werd besloten weet ik niet meer, maar er werd ooit overgegaan op overs van acht ballen.
Toen we na de oorlog weer materiaal beschikbaar kwam, poetste ik, na elke wedstrijd, de ballen met witte was. Ze gingen echt langer mee.
Een vriend van mij, die ook kort in CrIC had gespeeld, uit een familie die niet alleen uitstekend van hersens was voorzien, maar ook de handen kon roeren, heeft met zijn vader een uitstekend blad gezet aan de nog goeie steel van een niet meer bruikbaar bat. Daarmee is kort na de oorlog zelfs nog een century gescoord.


Ik verhuisde, zoals aangegeven, in 1960 naar Eindhoven .Ik was toen al afgetreden bij de ACB en uit de Propaganda Commissie. Bij de laatste bijeenkomst van die commissie waaraan ik deel nam, ten huize van de voorzitter, de heer R.G. Ingelse - die toen ook zijn functie neerlegde – vroeg deze mij of ik al lid was van SGS.. Ik was nog geen veertig, zei ik (maar 37). Dat maakte niets uit, hij zou wel zorgen dat ik lid werd. Op dat ogenblik wist ik nog niet dat ik naar Eindhoven zou gaan, maar wel dat ik uit Amsterdam zou vertrekken. Als ik lid was van SGS zou ik in elk geval kunnen blijven cricketen. Pas toen ik echt veertig was heb ik voor het eerst gespeeld in een onderlinge van 4 elftallen op VOC. Het was mijn succesvolste optreden ooit bij SGS.. Molly Geertsema was toen nog minster of lid van de Tweede Kamer en had daar nog vergaderd die ochtend, maar deed mee!) Wegens regen begonnen we wat later.


Als we in de Oude Doos rommelen komen we natuurlijk uit bij de DRAW. Die is er nog wel, maar niet bij de matches van 40 of 50 overs. DE TIJD UITPRIKKEN was echt iets uit het verleden van de van vaderlandse competitie. Het was destijds: zes en een half uur speeltijd en de eindtijd werd bepaald bij het tossen. Als ik mij niet vergis heette het ook: Regentijd is speeltijd! Het was een bijzonder genoegen tegen een veel sterkere tegenstander nog een punt te veroveren hoewel jouw totaal bij lange na niet in de buurt van dat van je tegenstander kwam. Hoe spannend ook als je het totaal van de tegenpartij naderde…
Dat uitprikken is CrIC helaas niet gelukt in de enige wedstrijd waarin ik mijn bat door de innings heb gedragen. Het was een regenachtige dag en ons batten werd enkele malen kort onderbroken.
Met nog weinig overs te gaan kwamen onze laatste twee batsmen in. Nu had de tegenpartij een goeie keeper en de (Engelse) coach van onze tegenpartij was umpire op square leg. Hij was ofwel zo enthousiast over het stumpvermogen van de wicketkeeper, ofwel tranende ogen van ingespannen kijken, dat zijn wijsvinger prompt omhoog schoot bij appeals, ondanks de letterlijke standvastigheid in de crease van de laatste batsmen.


Als je met cricketen begint wordt er toch doorgaans verteld dat uiterste sportiviteit en bijbehorend gedrag onverbrekelijk bij cricket horen. Doorgaans werd er destijds weinig tegen gezondigd. Het kostte soms moeite zonder tekenen van verontwaardiging van het wicket te vertrekken, maar men trachtte met de stiff upper lip de terugtocht te aanvaarden. Is dat niet wat minder geworden tegenwoordig in de hoogste klassen?
Mij is het een keer zelfs met een glimlach gelukt. Ik werd namelijk ‘hit de ball twice’ uit gegeven. Inderdaad had de bal even heel licht gestuiterd bij een harde hit hoog en ver de lucht in. Onze umpire stak de vinger op want hij had de stuiter ook gehoord. Op point bij de tegenstander kwam prompt een luid protest. Die point bleek bondsumpire te zijn en hij legde uit dat de dubbele hit in één zwaai gebeurd was. Zeer sportief gedrag want hij had kunnen zwijgen. Ik had op dat ogenblik al bijna 40 runs! De bowler was zo teleurgesteld en geschokt dat ik, om gezeur te voorkomen, naar de kant ben gegaan. Hst is toch wel heel bijzonder om ‘hit the ball twice’ uit te gaan. Hoe velen hebben dat in hun cricket-CV staan? .


Iedere cricketer herinnert zich wel voorvallen die hem lang zullen bij blijven. Zo trachtte ik eens een snelle korte run te lopen en rende naar het dode wicket. De bal kwam ongeveer tegelijk met mij bij de bowler en ik werd uit gegeven. Ik betwijfelde de beslissing, maar vertrok zonder morren. Na de strijd zat ik naast een oude coryfee die mid on had gestaan naast het dode wicket. Onder het genot van de pils vertelde hij mij vriendelijk dat ik not out was geweest: het wicket was al licht beschadigd toen de bowler de ingooi ontving. Hij had dus een stump moeten uitrukken. Ja, jammer voor jou, zei de coryfee.


Heel anders verging het mij jaren ervoor. We speelden uit met een zwak elftal tegen een sterkere tegenstander. Ik stond te umpiren aan het dode wicket toen de laatste over begon. Onze nummer 11 overleefde enkele ballen maar na een van de laatste voor het einde klonk een luid appeal voor ‘been voor paaltje’ zoals het in Zuid-Afrika wordt genoemd. Er was geen twijfel mogelijk en ik stak dus de vinger omhoog.
Nooit is er met meer verbazing naar mij gekeken dan vanaf dat moment totdat we huiswaarts trokken. Uit hun reacties bleek dat ze mij voor gek hadden versleten omdat ik niet ‘not out’ had geroepen.


Een heel moedig blijk van sportiviteit vond plaats kort na de oorlog. Er lag een Engelse eenheid in Amsterdam waartegen we hebben gespeeld als ook tegen een eenheid uit het oosten van het land die toevallig had ontdekt dat er in Amsterdam werd gecricket. In welke van de twee matches het is gebeurd weet ik niet meer. Er stond een kapitein aan bat. De umpire aan het dode wicket was niet zo hoog. Deze ongelukkige moest .het oordeel vellen toen de bal een officiersbeen trof. Men zag hem aarzelen, maar toen klonk het oordeel: “Sorry Sir, out.” Wat deze wedstrijden vooral zo bijzonder maakte was het feit dat de Engelsen bijzonder vrijgevig waren met hun Players en Navy Cut sigaretten.


Op zekere dag stond ik te bowlen op de captain van de tegenpartij. Ik riep triomfantelijk: “How ’s that!” en prompt ging de hand van de umpire omhoog. Ik was er echt zeker van dat de bal geraakt en in de handen van onze keeper beland was. De umpire, van de tegenpartij, kennelijk ook. Tot mijn verbazing kwamen mijn point en wicketkeeper protesteren: de batsman had de bal echt niet geraakt. Zoals het hoort heb ik de umpire gevraagd of hij zijn beslissing wilde herzien. De umpire kon dat vriendelijke verzoek niet weigeren, De vijandelijke captain was niet meer uit te krijgen en we verloren. Dat is de prijs van sportiviteit… soms.


Een voorbeeld van sluwe onsportiviteit is mij jaren geleden verteld. De captain van het team waarin ik speelde was een echte oude rot in het vak, uiterst slim en gewiekst. Het verhaal gaat dat hij een enorme vuurpijl sloeg waarbij een bail van het wicket viel. Terwijl iedereen keek of de verwachte vang werd gemaakt, raapte de batsman snel de bail en plaatste die op het wicket. Tot afgrijzen van de veldpartij werd de vang gemist. Rustig zette de batsman zijn innings voort!


Of het altijd waar was, weet ik niet, maar er waren destijds clubs die een uitstekende bowler hadden altijd vergezeld van zijn eigen umpire. In sommige gevallen kwam enig wantrouwen bij zeer velen op. Maar natuurlijk zal ik geen namen noemen, het is trouwens al zo lang geleden.…


Tot besluit het volgende. Ik weet niet of ik het al eens heb verteld, maar toen destijds de Meikevers CrIC hadden verlaten, waren er slechts betrekkelijk weinig senioren over en niet al te veel junioren. Ik dacht dat we het beste konden stoppen met CrIC. Het College vroeg mi evenwel, tot mijn verbazing, door te gaan met CrIC. Wij zouden op alle mogelijke manieren gesteund worden zowel door meer junioren te werven als het ons financieel makkelijk te maken. Dit alles vooropgesteld dat ik zou blijven. Natuurlijk besloot ik toen door te gaan. Financieel ging het College zo ver dat wij per seizoen slechts f 10, - hoefden te betalen. Had ik toen ‘Nee’ gezegd, CrIC zou in ’49 zijn gestorven… en het zou nooit tot een Hippo en bijgevolg ook nooit tot een Hippo-SGS zijn gekomen!

Ben Teeuwisse - 31-10-2011


Leuke reactie van Rob de Haas

Leuk stuk van Ben Teeuwisse!
Hij schrijft o.a. over Hein van Wermerskerken, oud VVV speler. Laat hij nou mijn peetoom zijn! Ik ben in 1943 geboren en Hein was een goede huisvriend van mijn ouders (Harry en Lucy de Haas) en werd prompt tot mijn peetoom gemaakt. Helaas heeft hij het einde van de oorlog niet gehaald. Uit verhalen hoorde ik, dat hij niets te eten had in de hongerwinter. Hij liet daar niets van merken en was te trots om hulp te vragen of aan te nemen. Zodoende heb ik hem nooit gekend. Van mijn ouders heb ik wel begrepen dat Hein een groot cricketer was geweest. In het jubileumboek 50-jaar VVV (1952) kom ik zijn naam veelvuldig tegen, vooral met prima bowlingprestaties.

Dit soort berichten geven je toch weer het goede cricketgevoel: ook mensen die 70 jaar geleden een cricketverhaal hadden blijken ook nu nog niet vergeten te zijn en zelfs in staat een oude band weer even op te halen!

Met vriendelijke groeten,
Rob de Haas - 20.11.2011


Duco Ohm schreef: Uit Thailand kregen wij een bijdrage van Jan Nefkens met de opmerking dat bij hem, na een lange periode van 40°C, weer hard was gaan regenen. Veel actieve fraaie vogels in zijn tuin en een slang maakte van de gelegenheid gebruik om van jas te wisselen. Een grote slang zoals op de foto te zien is.
 

(klik op de foto om deze groot weer te geven)     

Hier komt :

Uit de Oude Doos van Jan Nefkens Toen ik dat eerste verhaal had gelezen in de rubriek “Oude doos” was ik vol bewondering voor de schrijver, ene Ben Teeuwisse en ik dacht dat ik nog nooit van die man had gehoord. Ik keek in het SGS boekje en vond zijn naam daar en ik stuurde hem een email om hem te feliciteren met die mooie bijdrage. Nadat Ben had uitgevonden dat ik bij Sparta was begonnen met cricketen vroeg hij me of ik een heel goede vriend van hem had gekend t.w. Hans Sonneveld. En toen opende het verleden zich heel langzaam want deze Hans Sonneveld was een van een aantal spelers die van het cricket bij Sparta een heel speciale en haast romantische aangelegenheid maakten.

Toen ik als 12-jarige jongen bij Sparta mocht gaan voetballen had ik nog nooit van cricket gehoord. En de groep jongens met wie ik daar begon en waar Tinus Bosselaar en Andries van Dijk deel van uitmaakten ook niet. Ik was helemaal geen groot voetballer maar toen we later, misschien een jaar of zo bij het eerste mochten trainen, of misschien moet ik zeggen tegelijk met het eerste mochten trainen werd dat anders. Want tegen het voorjaar gingen een paar van die eerste elftal spelers trainen voor cricket.Toen ik als 12-jarige jongen bij Sparta mocht gaan voetballen had ik nog nooit van cricket gehoord. En de groep jongens met wie ik daar begon en waar Tinus Bosselaar en Andries van Dijk deel van uitmaakten ook niet. Ik was helemaal geen groot voetballer maar toen we later, misschien een jaar of zo bij het eerste mochten trainen, of misschien moet ik zeggen tegelijk met het eerste mochten trainen werd dat anders. Want tegen het voorjaar gingen een paar van die eerste elftal spelers trainen voor cricket.

Het was in de tijd dat Sparta goed speelde met Landman en Terlouw. Hans Wenneker, Arie van der Linde en Hans Sonneveld waren altijd heel trouw op die trainingen aanwezig en later kwam Harrie Meeken daar bij. Het enthousiasme waarmee die mensen trainden was zo aanstekelijk dat een deel van onze groep werd overgehaald om te komen spelen. Het werd eerst juniorencricket. Hermes DVS, Excelsior, VOC. Daarna invallen in het tweede en treinreizen naar Voorburg, Roggewoning, Quick Hg. etc.

Cricket werd op Sparta gespeeld op het veld achter de eretribune. Het was een klein veld maar zo mooi en zo special. Op Sparta waren twee broers terreinknecht. Cor en Karel Pieterse. Voor hen was het cricketveld hun visitekaartje. Hoe zij ieder jaar van een volkomen zwart-gespeeld veld een prachtige groene oase wisten te verwezenlijken is nog steeds een gesprekspunt.

Een pitch moest natuurlijk ook worden gelegd, het scoreboard en de witte boundery-borden geplaatst en dan zat je daar als team met supporters (vrouwen en kinderen) en scorers in die mooie hoek met boompjes en bloemen. Soms echter werd de stilte ruw verstoord als de toenmalige wicketkeeper Jan van den Avoort een appèl losliet. Nooit nadien heb ik iemand zo hard horen appelleren. En het appèl werd volledig uitgesproken, niet zoals je tegenwoordig vaak hoort.

Kort nadat ik lid was geworden emigreerde v.d. Avoort naar Afrika. Ik heb nooit met hem gespeeld maar ik kan me zijn appèls nog herinneren alsof het vandaag was. Onze captain was Roy Wilson die zeer geliefd was en ook altijd zijn vrouw meebracht en die ons jongetjes altijd op ons gemak probeerde te stellen. Wij spraken de spelers nog met meneer aan. Wij gingen wel altijd trainen. Dat was geweldig behalve wanneer Harry Meeken ballen naar ons begon te gooien om ons vangen te leren. Hij wilde ons alleen maar pijn doen leek het wel.

Van Hans Sonneveld herinner ik me nog dat zijn ballen altijd leken te snorren Van Lou de Bruin kan ik me herinneren dat zijn ballen voorbij waren voor je ze had kunnen slaan. Maar we waren natuurlijk nog maar klein. Jammer genoeg heb ik heel weinig kunnen spelen daar ik van 1954-1960 in het buitenland was. Maar wat te denken van onze lunches in het restaurant onder de hoofdtribune. De mooie gedekte lange tafel. Of van het drankje in de bestuurskamer na de wedstrijd. Ik heb na mijn terugkomst in 1960 nog een paar wedstrijden voor Sparta gespeeld maar had toen al een baan die regelmatig spelen of trainen onmogelijk maakte. Ik had toen een baan in Amsterdam en ben naar ACC overgestapt.

Iemand die Sparta uit de jaren ’50 kende, kende ook Dr. Vuilsteke. Deze man was altijd de belangrijke figuur als tegen SGS moest worden gespeeld. Sparta was dan altijd zo goed als volledig met eerste elftal spellers en vooral Lou Borrani wilde graag meedoen want bij SGS speelde Jan Offerman.

In de wedstrijd waar Jan Offerman 175 n.o. maakte mocht ik invallen voor iemand die niet kon komen. Een hele eer. Na afloop mocht ik mee om te gaan dineren ergens op de Binnenweg denk ik me te herinneren. Ik weet nog zo goed dat Jan Offerman me toen vertelde dat ik daar “Riz de veau” moest bestellen. Dat was de beste schotel die ze daar hadden. Ik had er toen nog nooit van gehoord.
Ik heb geen enkel bewijs meer van die tijd, dacht ik. De termieten in India hebben mijn bezittingen waarschijnlijk erg lekker gevonden. Maar na nog eens door diverse albums te speuren vond ik nog een foto van Sparta 1960 waarop ik wel maar Hans Sonneveld niet stond.

Jan Nefkens - 10 maart 2012


EP (Ernst-Pieter Knüpfer) reageerde op het artikel van Jan Nefkens

Ha Jan,

Ik heb echt genoten van je stukje over Sparta. Mijn vader kon als geen ander vertellen over de vroegere tijden en had een bijzonder goed geheugen. Dat moeten inderdaad bijzondere en mooie tijden zijn geweest. Cricketen op het veld naast het Kasteel en dat het feestelijke bijeen zijn na afloop. Vele tegenstanders van Sparta houden daar nu nog mooie herinneringen aan over. Ik heb als kleine jochie nog wel meegemaakt dat vaders op dat veld achter de Eretribune moest voetballen met het tiende (dat voornamelijk uit cricketers bestond) en dat vond ik toen al heel leuk. En dat we op het Kasteel, bij de administratie, op maandagavond de Sparta weekly, het clubblaadje voor Sparta cricket, maakten. Stencilavond noemden we dat.

Wij zijn eigenlijk groot gebracht op het cricketveld en overal waar we kwamen kende men de Knüpfertjes, zoals ik me kan herinneren Wim van Koten, die kleine Sparta umpire ons altijd noemde. Wat dat betreft had Sparta best een aantal goede umpires, Leen van Reeven, Hans Frenkel en genoemde Willem van Koten. En iedereen noemde je Oom, al zeiden we dat natuurlijk niet tegen de oude heer Rijnbende of de heer (Gerrit) Van Leeuwen, die zaten altijd keurig in pak langs de lijn, of zoals bij het voetbal de heer Kleingeld. Van Roy Wilson kregen we altijd een waterijsje. Bijzonder dat dat soort herinneringen je bijblijven, want ik praat nu toch over de (tweede helft)jaren '60. Goh, wat leuk eigenlijk om over die jeugdherinneringen te mijmeren en wat jammer dat die tijd nooit meer terug zal komen. Na afloop altijd een grote kring met de tegenstander en met de vrouwen van de spelers erbij. Wat was die tijd gezellig.

Zelf ben ik nog wel actief. Ik heb eerst bij Sparta nog een paar jaar in het eerste gecricket en ben in 1985 naar ACC gekomen. Heb daar ruim

20 jaar in het eerste gespeeld en ook veel in de Zami (zaterdagmiddag). Inmiddels sinds twee jaar uitsluitend nog Veteranen (2x kampioen), waar het batten me nog bijzonder goed afgaat. Vorig jaar nog 1 wedstrijd in het tweede gespeeld en toen maakte ik er toch ook nog 64, dus 't lukt me nog wel. En ik ben al bijna 10 jaar secretaris van ACC en voor komend seizoen ook manager van het eerste.

De betrokkenheid bij het cricket is er dus zeker nog. En ook de banden met Sparta zijn er uiteraard nog. Tot voor kort gingen we elk jaar nog op crickettour met de Sparta Veteranen (Peter van der Burg, Leo de Jong, Aad Spuy, Jaap van der Steen, Leo Hartog, Rene Pattinasarani om er een paar te noemen). Nu is dat omgezet in af en toe een paar daagjes golfen en dat bevalt eigenlijk ook heel goed.

Goed Jan, geniet van je oude dag en blijf de verrichtingen van SGS en ACC volgen via de websites.

Hartelijke groeten,
Ernst-Pieter - 15.03.2012

Vervolg op het verhaal over SPARTA(14.03.2012)

EP (Knüpfer) mailde als volgt

Ha Duco, Mooi stuk op de SGS site van Jan Nefkens, dat me bekend in de oren klinkt van de verhalen uit de overlevering. Echter, de naam Hans Solleveld moet natuurlijk wel heel snel veranderd worden in Hans Sonneveld (red.: hetgeen direct gedaan is), een technisch begaafd voetballer en dito cricketer die in beide takken van sport jaren lang in het eerste elftal van Sparta heeft gespeeld. Later ook een bekend bestuurslid, die furore maakte als hoofd scouting bij Sparta en daarmee pionier was in Nederland. Misschien is het aardig om aan Jan onderstaand stuk van Johan Derksen door te sturen, met voor hem ongetwijfeld nog meer bekende en spraakmakende namen uit het roemruchte Sparta verleden. Groet, EP

Duco vroeg Ernst-Pieter Knüpfer of onderstaand artikel geplaatst mocht worden op onze site, mede uit respect voor de oer Spartanen Arno Knüpfer, Harm Meeken, Max Grondhout en Klaas Vervelde en een hommage aan Sparta, cricket en voetbal.
Prompt een reactie van EP “Dat mag uiteraard. Hans Sonneveld is op 19 februari 2004 overleden, mijn vader op 10 augustus 2004. Klaas Vervelde, Hans Wenneker en Floor Bouwer zijn voor zover mij bekend de enigen van de echte oude Sparta garde die nog in leven zijn."

Hier dan het vervolg op het Sparta (cricket) van Jan Nefkens maar nu van de hand van Johan Derksen en toegespitst op Hans Sonneveld. Een kijkje achter de schermen bij Sparta voetbal.


Bijna veertig jaar ervaring in het betaalde voetbal heeft me duidelijk gemaakt dat ik ongelimiteerd kan luisteren naar mensen die zinnig over het spel en eventuele randverschijnselen praten. Willem van Hanegem, Johan Cruijff, Co Adriaanse, dokter Rein Strikwerda, George Knobel, Arend van der Wel, Wiel Coerver, Gaston Sporre, Cor van der Gijp, Barry Hughes en Joop Brand kan ik eindeloos aanhoren. Ook oer-Spartaan Hans Sonneveld hoorde daarbij. Sonneveld was een onberispelijke heer van stand, every inch a gentleman. Maar tevens een voetbaldier, een man die inhoudelijk heel goed over voetbal kon praten, iemand met een duidelijke visie. Hij raakte er nooit over uitgesproken, publiceerde diverse boeken en kon helemaal niet meer kapot toen ik in zijn boek 50 Kasteeljaren over zijn scoutingbelevenissen las: ‘30 november 1975, rapport N23: Johnny Metgod, Haarlem. Rechtshalf, nummer 10. Sterke jongen, degelijk, goede pass en overzicht. Niet briljant, erg jong.

Opvallende spelers: Rob de Kip, linksbuiten, redelijk goed, en Johan Derksen, een behoorlijke linksback met goede linkertrap en vinnige tackle.’

Sonneveld ergerde zich altijd aan het gekrakeel van trainers die zelf nooit hadden gevoetbald. Dat deed hij op zijn eigen ingetogen en beschaafde wijze. ‘Ik heb mijn hele voetbalcarrière in het eerste elftal van Sparta gespeeld, altijd in de hoogste afdeling, maar ik heb geen trainersdiploma. Rob Baan heeft even in het derde elftal van Sparta gespeeld, hij heeft wél een trainersdiploma. Maar zou hij dan meer verstand van voetbal hebben dan ik?’

In de herfst van 1945 speelde Sparta de eerste na-oorlogse competitiewedstrijd tegen het Haarlem van sterspeler Kick Smit. De oorlog had voor Hans Sonneveld de definitieve doorbraak als voetballer ietwat vertraagd, maar na de bevrijding groeide hij in recordtempo uit tot een van de vedetten op Het Kasteel. Sparta won met 2-0 van Haarlem, Sonneveld scoorde en dat leverde hem een pakje Amerikaanse sigaretten op. Ondanks de overwinning toonde hij veel respect voor zijn tegenstander. ‘Wat een voetballer, wat een clubman! Kick Smit, de beste linksbinnen die ik ooit heb gezien. Hij kon alles, koppen, schieten, passen en zwoegen. Alleen was hij volkomen eenbenig, links als Ferenc Puskas.’

Sonneveld speelde op Het Kasteel met de legendarische Spartanen Piet Verheul, Tonnie van Ede, Lou Benningshof, Koos Verbeek, Jaap van de Water, Wim Landman, Rinus Terlouw, Tinus Bosselaar en Jacques Heyster.

Als een van de weinigen voelde hij niets voor profvoetbal. Hij was te veel Spartaan om geld te accepteren voor geleverde prestaties in het traditionele rood-wit gestreepte shirt. In verband met zijn werk verhuisde Sonneveld in het begin van de jaren vijftig naar Brabant.

Hij trainde bij Eindhoven, maar bleef Sparta trouw, zelfs toen zijn geliefde club in november 1954 beroepsvoetbal ging spelen. Sonneveld was er principieel op tegen, maar had begrip voor het standpunt van voorzitter Jos Coler, die de overstap noodzakelijk vond omdat betaling van voetballers niet langer tegen te houden was. Steeds meer spelers vertrokken naar buitenlandse profclubs en vooral in Brabant en Limburg werd al jaren grof betaald. Sonneveld: ‘Mij interesseerde het helemaal niet. Iedereen moest maar doen waar hij zin in had. Maar langzamerhand was ik er wel op gebrand om tegen die zogenaamde profs te voetballen.

Al die halleluja-verhalen over het niveau van de wilde profclubs, ik wilde weleens zien of ze beter waren dan wij.’ Sonneveld speelde nog twee jaar als amateur tussen de profs. Hij kwam nog uit voor het Nederlands amateurelftal, op 18 maart 1956 tegen Frankrijk, en voor De Zwaluwen, tegen Middlesex Wanderers. Sonneveld was nog even de gelouterde routinier tussen de jeugdige talenten Hans de Koning en Piet de Vries, voordat hij in 1956 afscheid nam als voetballer.

Vervolgens werd Sonneveld bestuurslid technische zaken en scout.

Sparta was in zijn tijd de eerste Nederlandse club die de waarde van scouting inzag en Sonneveld was de eerste scout die internationaal opereerde. Hij haalde de Spanjaard José Vidal van het grote Real Madrid naar Spangen, evenals de Deense midvoor Ole Madsen, de Ier Johnny Crossan en later Jørgen Kristensen, Janusz Kowalik en Willy Kreuz. Sonneveld zag Johan Neeskens bij RCH schitteren, maar Ajax was hem voor, en hij slaagde er ook niet in Jan Mulder naar Sparta te krijgen. ‘Op 1 maart 1963 ging ik naar Coevorden, naar de wedstrijd tussen Germanicus en WVV om Jan Mulder te bekijken. Hij deelde uitstekende passes uit, maar van zijn productiviteit zag ik niet veel.

Zijn techniek, balcontrole en koptechniek waren goed, hij was tweebenig, al nam hij de vrije trappen en corners met zijn rechterbeen. Hij speelde veel direct, maar ook met trucs. Ik was nog niet overtuigd, ik wilde hem nog een paar keer aan het werk zien.

Vervolgens is trainer Bill Thompson hem drie keer gaan bekijken. Hij vond Jan Mulder volkomen ongeschikt voor Sparta. Toch ging ik op 16 december 1964 met de trein naar Leeuwarden om hem in het Nederlands amateurelftal aan het werk te zien. Daar ontdekte ik Jacques Roggeveen van CVV. Jan Mulder was echter het grootste talent. Anderlecht loste het confict tussen de trainer en mij op door Jan Mulder te contracteren.’ Vervolgens wist Sonneveld wel Emmen-keeper Jan van Beveren vast te leggen.

In Limburg ontdekte Sonneveld de jeugdige Willy Dullens, maar de eigenwijze Bill Thompson gaf de voorkeur aan Jan Klijnjan van DFC, terwijl de bij OSV gescoute Rob Rensenbrink voor DWS koos. Op 9 december 1973 viel het oog van Sonneveld bij het Duitse Wattenscheid op middenvelder Hannes Bongartz. ‘Hij was volgens mij een mix van Piet Keizer en Günter Netzer. Op 3 februari 1974 ontdekte ik Manfred Burgsmüller; tweebenig, redelijk snel en technisch goed. Die jongens konden we echter vergeten, want tegen de Duitse handgelden was Sparta niet opgewassen. Dat hadden we eerder al meegemaakt toen we een paar Denen wilden aantrekken. Toch bleef ik zoeken. In Aken zag ik Kalle Del’Haye, een rechterspits, maar ook hij was al te duur.’

Sparta verplaatste de aandacht naar Engeland. Sonneveld ging praten met zijn Engelse contacten en kwam terug in Rotterdam met drie namen:

Terry Lees, Ray Clarke en Tony Woodcock. Nadat Lees en Clarke een contract tekenden, wilde het Sparta-bestuur geen derde Engelse speler.

Maar uitgerekend Woodcock zou later international worden. Stuart Parker van Blackpool was een miskoop, maar Trevor Whymark functioneerde uitstekend bij Sparta. De volgende Engelsman moest Alan Ainscow worden, maar trainer Mircea Petescu kwam met een andere naam.

Hij wilde Louis van Gaal. Sonneveld: ‘Ik heb hem een keer bekeken. Hij was technisch goed, had voldoende ervaring, maar hij was wat langzaam voor een aanvallende middenvelder.’

Hans Sonneveld kon boeiend vertellen over zijn avonturen langs de velden. De speurtocht naar talentvolle voetballers voor zijn grote liefde Sparta was zijn levenswerk, zijn obsessie. Hij speelde voetbal en cricket op topniveau, was beleidsbepaler en scout. En amateur in hart en nieren. Hij was op zijn plaats bij het ietwat elitaire Sparta, tussen de intussen gedateerde klassieke bobo’s op het ereterras. Hij overleed op tachtigjarige leeftijd.

Johan Derksen

 VVV in de vijftiger jaren - een verhaal van Rob de Haas (06-02-2012)

In zijn artikelen in de rubriek UIT DE OUDE DOOS heeft Ben Teeuwisse al diverse herinneringen en anekdotes over V.V.V. opgehaald.
Aangezien V.V.V. een dominante rol in mijn jeugd heeft gespeeld, ben ik eens in mijn herinneringen en archief gedoken en doe ik hier verslag van.
Ik beschik niet over een compleet archief met wedstrijduitslagen, scores e.d.. Onderstaand relaas is dan ook niet meer dan een beschrijving van de club in die tijd, door mijn ogen. Het geeft wellicht toch aardig de sfeer van deze echte familieclub weer.

Met dank aan Lex Bouwes, Bas de Gaay Fortman, Hans Dukker en mijn zus Edith voor de correcties en aanvullingen!

Een paar eerste reacties:
Lex Bouwes: Tjonge, dat begint al aardig op een boek te lijken! Leuk voor VVVers en hopelijk ook voor anderen die toch iets herkennen.
Bas de Gaay Fortman: Een mooi stukje geschiedenis.
Hans Dukker: Bij het lezen van je “verslag” komen er ook bij mij vele herinneringen naar boven.

Voor het complete, geïllustreerde verhaal: open het pdf-bestand HIER.

Rob de Haas, 6 februari 2012

Verhalen uit de oude doos van Ton Balk   (07-02-2012)

Mijn vader werd omstreeks 1910 lid van A.F.C.. De dochtervereniging A.C.C. werd in 1921 opgericht, ik in 1927.
Een en ander leidde er toe dat ik vóór en in de oorlog regelmatig met mijn vader op de zondagen op de sportvelden aan de Zuidelijke Wandelweg aanwezig was. A.C.C. speelde ’s zomers op het “Tweede Veld” van de voetbalclub. Achter het derde veld stond aanvankelijk de cricketkooi waar ik de cracks van A.C.C. kon zien oefenen. Mannen als vader en zoon Piet Sanders, de topvoetballer en cricket allrounder Charles Lungen, Dick de Baare, Wally van Weelde, Lou van Kranendonk, de broers Immig en Prent, Willem Staats en nog een heleboel anderen. Dat alles onder het toeziend oog van terreinknecht Dirk en zijn altijd lawaai makend werkpaard, die samen de terreinen in orde moesten houden.
Dat was vaak moeilijk in de maand mei. De voetballers en cricketers wilden dan tegelijkertijd het Tweede Veld bezetten en bovendien moest in het voorjaar het dikwijls afgetrapte, voor een deel zwart geworden veld worden omgetoverd tot een aanvaardbare cricketground. Maar gelukkig konden wij het veld van de Twentse Bank gebruiken als reserveveld.

In 1941 werd ik lid van A.C.C..
Eerder was ik al als scorer bezig. De toenmalige gezaghebbende voorzitter van de N.D.C.B. (Nederlandsche Dames Cricket Bond), mevrouw Sabelson, had mij niet zonder bijbedoelingen vertrouwd gemaakt met de geheimen van het scoringboek.
Ook had ik toen al een verleden in de cricketstad Schiedam door logeerpartijen bij mijn neef Victor. We speelden daar cricket met tennisballen en zelfgemaakte bats met jongens uit de buurt op door de crisisjaren ongebruikt gebleven bouwterreintjes. Hoogtepunten waren natuurlijk de bezoeken van wedstrijden op het toenmalige veld van Hermes D.V.S. Er werd daar vanwege de geringe omvang van het veld van één kant gebowled en de zessen vlogen nog al eens hoog tegen de gevels van de huizen van de Damlaan.

In de oorlogsjaren waren er voor mij verschillende mogelijkheden om te cricketen. De eerste was natuurlijk het juniorenteam op woensdagmiddag. Alle leeftijden tot 18 jaar bij elkaar. Ik speelde toen met de broers Van Weelde, Schatens, Van der Hurk, met Pierre Eskes, Hans Schooneveldt, George Zeegers, Herbert Kuyper, Wim Feldmann, Fred van Soomeren en vele anderen. Onze belangrijkste concurrent was meestal Cr.I.C. met o.a. Ben Teeuwisse, Ad Kooyman, Ton Santen, Bert van der Heijden, Fons Pelser, Lou van Adrichem, Frans van der Liet, Piet van Outersterp, Berry Nooy, Ton de Haan, de gebroeders Schoordijk en Klinkhamer, enz.
Samengevat: altijd spannende wedstrijden! Hoogtepunten van het jaar waren de toen ook al plaats vindende Flamingo Juniores toernooien. A.C.C. was daarbij steeds van de partij.
De Amsterdamse Cricket Bond organiseerde voor de zaterdagmiddagen een competitie waaraan behalve teams van V.R.A., V.V.V., Cr.I.C. en A.C.C. z.g. kantoorelftallen meededen. Ik herinner me de teams Amsterda ( Amsterdamse Bank ), Robaver ( Rotterdamse Bank ), Deneba ( Nederlandse Bank ), Twentse Bank, Nehamij ( Nederlandse Handel Maatschappij ), K.N.S.M., Rood Zwart ( Gemeente Amsterdam ) en P.S.Z. ( Personeel Sociale Zaken ).
Bij A.C.C. werd het elftal het “Heerenteam” genoemd. Het stond geruime tijd onder leiding van Mr. Fred Sabelson ( tevens onze voorzitter ). Meestal kwam een aantal Heeren niet opdagen. Dan stonden altijd juniores klaar om in te vallen. En als dat niet lukte kon je vaak ook wel bij de tegenpartij invallen. Een bijzondere cricketcompetitie voor “amateurs” . De A.C.C.-wedstrijden werden meestal op uitvoerige en originele manier beschreven in de voortreffelijke “A.C.C.-pitch” ( redacteur Mr. Arnold Eysvogel ). De auteur onder de naam “Arend” was jarenlang medespeler Arie Waayer.
Ook voor de zondagen gold dat je als junior-speler dikwijls op het laatste moment een invallersplaats kon innemen. Als je wilde was het dus wel mogelijk om drie maal per week te cricketen!

Intussen was het eerste elftal van A.C.C. na een kampioenschap in de Overgangsklasse in 1939 gepromoveerd naar de hoogste cricketafdeling. In 1940 volgde opnieuw een kampioenschap, ditmaal van een in verband met de oorlogsomstandigheden georganiseerde “noodcompetitie”. Ik herinner me wedstrijden in dat jaar met topprestaties van de bowlers vader Piet Sanders ( spinnende legbreaks afgewisseld met pittige offbraeks ) en zoon Piet Sanders ( constante fastbowler op of net buiten de off stump – met minstens 4 man in de slips natuurlijk ). Dikwijls bowlden zij unchanged. Dat mocht toen nog. Mede daardoor waren de totalen aanzienlijk lager dan nu. Een overwinning “met innings” was toen ook nog regelmatig aan de orde. Andere tijden dus.
Een lange periode van topprestaties van het sterke A.C.C.1 was toen aan de gang. Minder sterke spelers als Ton Balk moesten het zoeken in het tweede of derde elftal. Dat gebeurde overigens met veel plezier. Ik speelde onder captains als Lou Woudstra Sr., Piet Sanders Sr., Dick Disselkoen, Piet Nauta, Dick Van Gemen en Jan Hendriks. Later volgde voor mij A.C.C.4 waar ik gedurende 15 jaar captain mocht zijn van het z.g. opleidingselftal. De formule daarvan was 3 of 4 ouderen met 7 of 8 jongens “in opleiding”. Tot de ouderen behoorden o.a. Harry Scheepstra, Pim Schatens, Karel Prior, Ton de Haan, Ernst Offerman en Max de Bruin Sr..

Om volledig te zijn over mijn cricketverleden moet ik nog melding maken van de wedstrijdenseries ( kort na de oorlog ) van teams van studenten van de verschillende universiteiten. Het Amsterdamse studententeam stond onder leiding van Harry Peschar. Ik mocht als jongerejaars de secretarisfunctie van het team vervullen. Ook speelde ik in die tijd wedstrijden in het touringteam “The Grubbers”. Voornamelijk leden van Kampong deden daar aan mee. Ik denk aan de broers De Waard ( 3x ), Van Esveld ( 2x ), Hardebol ( 2x ), Henk de Ruiter, Frank Kramer en Loet Clarenburg. Wij reisden in die tijd verschillende keren helemaal naar Tilburg, Breda, Nijmegen, Arnhem, Deventer en Enschede. Buitenlandse trips waren toen nog niet aan bod.
Op mijn 50ste stopte ik als actief cricketer. Daarvoor in de plaats: umpiren en kijken naar de prestaties van de zonen Roelof en Jan, dikwijls zorgvuldig geregistreerd door scoorster dochter Marleen.

Van groot belang voor een “loopbaan” als cricketer zijn natuurlijk degenen die het organisatorisch mogelijk maken.
Bij A.C.C. speelde op dat vlak vanaf de jaren ’30 lange tijd Willem Staats een belangrijke rol. Vooral in de oorlogsjaren -- geen invoer van materiaal uit Engeland - moest bijvoorbeeld veel worden gedaan aan reparatie van bats, legguards, handschoenen, enz. . Dat gebeurde in de wintermaanden in zijn etablissement op het Rembrandtplein, waar al het cricketmateriaal in een fraaie ruimte op één hoog met uitzicht op het toen rustige plein was opgeslagen. Wij werden als jongens ingeschakeld om hem daarbij te helpen. Wellicht in relatie met mijn ervaringen daarmee werd ik in 1948 als commissaris van materiaal in het bestuur van A.C.C. opgenomen. Dat duurde maar één jaar. Militaire dienst maakte er een einde aan.
Ook mocht ik in die tijd secretaris Eysvogel in het bij hem thuis – Valeriusstraat 6 – gevestigde advocatenkantoor helpen bij het noteren van de jaarprestaties van de elftallen. In een groot boek werd alles met de hand genoteerd. En daarna de gemiddelden uitrekenen!

Heel wat jaren later, het was inmiddels 1988, werd me gevraagd om penningmeester te worden van de K.N.C.B.. Dat had kennelijk te maken met het feit dat ik toen mijn werk in een aanverwant beroep net had afgerond. Het werd voor mij na een moeilijk begin met “lijken in de kast” een uiterst plezierige aangelegenheid in een bijzonder professioneel werkend bestuur onder leiding van Steven van Hoogstraten. Ook de contacten met de Financiële Commissie van de K.N.C.B. onder leiding van Harry Peschar heb ik erg positief gevonden.
Een belangrijk evenement in die jaren was het organiseren van het I.C.C.-toernooi in Nederland met veel landenteams. Dat liep, ondanks nog al wat trammelant met het I.C.C.-bestuur, uitstekend, vooral dankzij de “projectleider” van dat toernooi, Jan Wilts. Tijdens het slotdiner in de Pieterskerk in Leiden deed zich een probleempje voor. Doordat verschillende deelnemers met twee maaltijden aan de haal gingen bleken de laatste tafels het zonder te moeten stellen. Het kostte de nodige moeite om een aanvaarbare oplossing te vinden!
In 1993 kwam er een einde aan mijn penningmeesterschap. Door problemen met de opvolging werd ik in 1994 gevraagd opnieuw penningmeester te worden. Ik heb dat toen niet gedaan maar ik heb wel nog weer vijf jaar het financiële werk van het bestuur gedaan. Dat was dankzij de hulp van Alex de la Mar en Tecla Wilts, ondanks de toenemende bureaucratisering in de subsidieregelgeving door NOC/NSF en het desbetreffende ministerie, opnieuw een plezierige aangelegenheid.

Ton Balk, januari 2012

Uit de fotodoos van Ernst Offerman   (15.03.2012)

Toen ik Ernst vroeg of hij soms foto’s had bij het verhaal over de Offermannen in Limburg gingen Ernst en Emilie voor mij zoeken en er kwamen wat interessante zaken te voorschijn…….

51 jaar geleden……

21 juni 1960 op VOC ; 22 SGS-ers eren Jan Offerman die trots in het midden staat.
Op die dag bestond zijn record batten (240 not out) 25 jaar en was hij tevens 50 jaar actief cricketer.

Hiernaast de foto van die bijzondere dag.

Klik op de foto en deze wordt groot geopend waardoor alle details zichtbaar worden.

Door enige youngsters gecompleteerd speelde de oude garde de jaarlijkse onderlinge.

Staande van links naar rechts: H.v Everdingen, I.v Herwaarden, C.A. Lobry de Bruin,
J.D. Leyer, A.F.H. Lobry de Bruin, J de Jongh, J Offerman, C. Breuning, B. Bouman,
G. Andries, P. v.d. Wolf, A. Nolet, J.de Bruin, H.Th Chabot, F. Kramer, J.A.v Santwijk,
J de Boer, G. Kappelhoff, R.v Senus.

Zittend van links naar rechts P. Freni, J. Lantinga, L. Brounts, P. Meyer, A. Wempe

Met dank aan een vraag over Arie Terwiel, die rond die datum zijn 2000ste wicket zou hebben genomen en dat leverde en het wicket en de foto op.

Om de grote en complete bijdrage van Ernst Offerman met veel foto's te bekijken klik dan HIER.
Gerard van Vuuren heeft namen opgestuurd behorend bij de twee foto's die op de laatste pagina staan van de complete bijdrage:

eerste foto : kampioen van Nederland 1946
achterste rij van links naar rechts: D.v.d. Ende (umpire) L. Borrani, G. Visser, A. v.d. Ende, A. Melief en J. v.d. Schoor
voorste rij van links naar rechts : C.Tettelaar, A. Molenaar, A. Nolet, J. Offerman, H. Stolk en A. Scheepmaker

onderste foto: dezelfde spelers maar andere volgorde.

De namen zijn toegevoegd aan het document.

Geni Pino, een markant lid uit de zeventiger jaren”  (16.12.2011)

De oudere SGS-ers zullen zich, net als ik, deze speciale man nog wel herinneren. Altijd dominant aanwezig bij de SGS wedstrijden en altijd met een stralende lach en een goed humeur. Via Willy van Nierop kreeg ik de afscheidsspeech van de dochter van Eti Pala, bij het overlijden van Geni, in handen en meen dat die in onze rubriek “Verhalen uit de Oude Doos” past.

“Wij zijn reizigers op de oneindige rivier van het leven”.

Geni heeft een boeiend en vol leven geleid. Een aantal punten: sport, reizen, de lions, een jenevertje op zijn tijd en altijd humor. Hij heeft veel van zijn leven gemaakt en is vrijwel tot het laatst actief geweest. ‘I did it my way’ was op Geni in het bijzonder van toepassing. Een man met karakter die niet altijd gemakkelijk was voor zichzelf en soms ook niet voor zijn omgeving. Hij wist wat hij wilde en stond daarvoor.

Geni heb ik leren kennen toen hij nog met Pop getrouwd was. Zij heeft hem, veel te jong, verlaten. Het was een gelukkig huwelijk en hij is haar nooit vergeten.
Hij was de levensgezel van mijn moeder, een vriendin die hij al langer kende. Ze hadden eigenlijk een LAT relatie avant la lettre. Samen reisden ze veel, traden op, hij goochelend en zij zingend, ze gingen uit, en uit eten, deelden elkaars leven en hadden vooral veel plezier met elkaar.

Als ik aan Geni denk, denk ik aan een clown in de piste van het wereld circus. Reizend, zich overal ter wereld thuis voelend, met veel gevarieerd publiek. Zelf had hij geen kinderen maar kleine kinderen vonden hem leuk, vooral als hij spelden uit hun hoofd toverde of kaarten uit de mouw van zijn jas. Volwassenen waren graag in zijn omgeving vanwege zijn enorm gevoel voor humor en zijn optimistische levensinstelling.

De wereld om hem heen veranderde. Vrienden vielen weg, bekende plekjes veranderden, de mentaliteit van de mensen was niet meer zoals vroeger. Zelf zei hij vaak dat de wereld steeds minder de zijne was en dat hij er zich steeds minder in thuis voelde.

Het is jammer dat hij niet heeft kunnen genieten van zijn flat in Bilthoven. Hij voelde er zich nog lang niet thuis na jaren in Utrecht gewoond te hebben. Het gewenningsproces is echter abrupt onderbroken door zijn ziekbed en overlijden.“

Geni Pino speelde tussen 1960 en 1980 ruim 200 wedstrijden en was een echte all-rounder:
hij scoorde 3065 runs met als hoogste score 77*, bowlde bijna 600 overs en nam 107 wickets voor 1958 runs; als fielder hield hij 82 vangen vast.

Pino was een lid, dat ik niet snel kan vergeten.

Duco Ohm - 16.12.2011


Extra informatie over Geni Pino (18 maart 2016)

Ik werd door Peter van Santen benaderd die informatie vergaarde over Geni Pino voor de website van hun voetbalvereniging.

Vanmorgen kreeg ik de link doorgestuurd en ik meen dat het een goed artikel is voor onze De Oude Doos.
Ik heb toestemming gevraagd en gekregen om op onze site te publiceren waarvoor ik Peter bedankte.

Duco Ohm

Ga HIER naar het pdf-bestand met het leuke artikel.

40 jaar cricket in Limburg; 1930 – 1970 door Theo Offerman  (26.11.2011)

Pierre Offerman Sr., oud Hermes-D.V.S.-er, verhuisde rond 1925 naar Venlo. Hij kwam bij bezoeken aan Hotel Germania in contact met een vriendenclub van Venlose zakenlieden, bestuursleden en oud voetballers van de Venlose Voetbal Vereniging V.V.V., destijds 2e klasse K.N.V.B.

Door zijn enthousiasme wist hij hen te interesseren in cricket. Zo vertelde hij hoe Jan Offerman, zijn broer, de zessen door de ruiten sloeg en hoe hij met zijn broers Jan, Frans, Harry en Tonny hele dagen op het cricketveld van Hermes D.V.S. doorbracht. Na zijn vertrek uit Schiedam was hij in Utrecht bij U.V.V. en Kampong door blijven cricketen. Het resulteerde in ieder geval hierin dat men rond 1930 in Venlo met cricket begon op “De Kraal”, een complex waarvan eigenaar van der Weijden naast een paar sportvelden er ook een kippenkraal op na hield.

De terreinen waren verhuurd aan V.V.V. Er moest op het tweede veld van V.V.V. gecricket worden omdat midden op het eerste veld geen pitch gegraven mocht worden. Tot ongeveer 1935 werd op dat tweede veld gespeeld. Dit terrein was aan twee zijden omringd door rabarbervelden, zodat de bounderies uit die rabarbervelden gezocht moesten worden. (lost ball).

In die beginjaren kwam meerdere malen een touringteam van de Flamingo’s naar Venlo om in het Zuiden propaganda voor cricket te maken. Later volgden meer kamperende zomer-elftallen van de Oehoe’s uit Haarlem onder leiding van Drs. Kleefstra.

De Venlose Cricketclub speelde onder de naam V.C.C. in de 2e klasse Oost van de Nederlandse Cricketbond, ingedeeld in e4e afdeling met H.T.C.C., Eindhoven, Tilburg, C.C.A. Arnhem (met Dr. Van Erp Taalman Kip), Quick 2 uit Nijmegen, Cricketclub Nijmegen onder Pater Tonino van het St. Canisiuscollege, U.D. 2 uit Deventer en P.W. 2 uit Enschede.

In die eerste jaren waren de voornaamste spelers van V.C.C.: Pierre Offerman Sr. captain en bowler, Matthieu en Leo van Gasselt, Wim Klarenbeek bowler, Hoebie Tax voetballer V.V.V., Flip Tichelman wicketkeeper en dansleraar, Matthieu van Grinsven fastbowler en Theo Buskes die zo’n beetje de financier van de club was.

Vanaf ongeveer 1936 mocht op het hoofdveld van V.V.V. gecricket worden maar dat duurde niet lang, misschien twee jaar, want na 1938 kwam onder druk van de dreigende oorlogsomstandigheden, (Chamberlain naar Munchen en grenswacht mobilisatie) het cricket bij V.V.V. stil te liggen, het cricketveld lag n.l. direct aan de Duitse grens bij Kaldenkirchen.

Toch nog in 1938 werd het cricket weer opgenomen door de opkomende jeugd, die veelal hockey speelde bij de Venlose Katholieke Hockeyclub V.K.H., waarvan zoon Pierre Jr. secretaris was. De cricketmat en -kist werden opgehaald bi “De Kraal” en er werd een pitch gegraven op het hockeyveld van V.K.H. aan de Onderste Molen”. Het typische van dit veld was de vrij dichte ligging bij zandafgravingen en een behoorlijke zandheuvel aan een lange zijde. Dit intrigeerde onze gasten, omdat iedereen er een bal op dacht te kunnen slaan, hetgeen zelden of nooit lukte.

Een voordeel van dit terrein aan “De Onderste Molen” was dat er een mooi restaurant en zwembad bij lag, wat gezellig was bij ontvangst van gasten. (en voor de 3e innings!). Er bleef gespeeld worden onder naam Venlose Cricket club V.C.C.in de 2e klasse Oost van de N.C.B.. Evenals op “De Kraal” werd ook hier een oefenkooi opgebouwd uit verschillende dennenstammetjes met daartussen kippengaas.
Het verjongde cricketteam bestond hoofdzakelijk uit onze oude crack Pierre Offerman sr., captain en bowler, Theo en Hans Offerman eveneens break-bowlers en Jac Rijven, Hammie Donnee en Emile Linssen als behoorlijke fast-bowlers, Michel Reijntjes en als gelegenheidsspelers Paul, Pierre en Joop Offerman, de “staart ”werd meestal gevormd door één of meerdere hockeyers.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), kwam het cricket in Venlo op een laag pitje te staan, mede ook onder invloed van het feit dat Theo Offerman, secretaris van de Cricketclub. In 1941 zijn studie Frans aan de Universiteit van Amsterdam ging vervolgen.

Theo zelf had in Amsterdam het geluk dat hij via de Heer Scheepstra, die hij in Venlo bij een wedstrijd
tegen de Flamingo’s had ontmoet, bij A.C.C. aan de Zuidelijke Wandelweg in het derde team kon spelen. Dit eindigde in 1943 toen hij als student door de Grüne Polizei werd opgepakt en naar het concentratiekamp in Vught werd overgebracht. Inmiddels lag het cricket in Limburg geheel stil.

Rond 1950 staken enige oud hockey-cricketers de koppen weer bij elkaar, waaronder Emile Linssen,
wiens broer secretaris was van de andere hockeyclub in Venlo, de Venlose Hockey Club V.H.C.
Deze boekte in die jaren grote successen in de 1e klasse van de Nederlandse Hockeybond met de gebroeders Willy, Hans en Piet Nefkens, en werden zelfs kampioen van Nederland.

De leiding van V.H.C. voelde er veel voor het prestigieuze cricket onder haar vaandel te krijgen, en zo bloeide het cricket voor de derde maal op in Venlo, maar nu aan de andere kant van de stad op de Heringerberh, ook aan de Duitse grens. Bij V.H.C. hadden wij het geluk dat een vaste pitch aangelegd kon worden tussen twee hockeyvelden. Gedurende een jaar of twee speelden wij de cricketcompetitie wederom in de 2e klasse Oost.

In 1955 kreeg Theo Offerman een betrekking bij de Studiecommissie van de Nederlandse Antillen in den Haag. Wel wipte hij af en toe even over om een cricketwedstrijd met V.C.C. mee te spelen, maar toen Theo in 1957 via Jan Heiligers bij de Roggewoning in Wassenaar terecht kwam, hield dit ook op en stierf het cricket in Venlo langzaam uit.

Tot 1961 speelde Theo bij de Roggewoning . In dat jaar leerde hij in Maastricht een meisje Ange Baeten kennen, waarmee hij trouwde en in Heerlen ging wonen. In 1963 werd hij Directeur van de Stichting Studiefonds Limburg in Maastricht.
In 1967 las hij op zekere dag in het Limburgs Dagblad, dat de Heerlense Hockey Club een Cricketafdeling ging oprichten onder instigatie van Engelse cricketers die bij Afcent in Brunssum gelegerd waren.

Theo nam onmiddellijk contact op want het oude cricketbloed roerde zich weer. Het bleek dat het initiatief voor cricket bij de Heerlense Hockey Club was uitgegaan van de Heer Duijf, die Theo regelmatig ontmoet had bij de Arnhemse Cricketclub C.C.A. onder Dr. Van Erp Taalman Kip, die nu als tandarts in Heerlen gevestigd was.

Duijf was een vinnige off-break bowler. Met twee enthousiaste Engelse cricketers van Afcent, waarvan er één een goede fast-bowler was, Theo als leg-breakbowler en een staart van hockeyers was spoedig een cricketafdeling gevormd. Memorabel uit de Heerlense tijd was een wedstrijd tegen een volledig Engels Afcent-elftal uit Brussel. Toen Afcent uit Brussum vertrok was het helaas gauw met cricket in Heerlen en in Limburg gedaan; het was toen ongeveer 1970.

Het is nog interessant te vermelden dat wijzelf bij het cricket in Limburg veel genoegen hebben beleefd net het door oud Hermescrack jan Offerman in 1960 geschreven werkje “Productiever en aantrekkelijker Cricket, met runs in korte tijd, 50 jaar actief cricket 1910-1960”, met aanvullingen van Manus Stolk en Wally van Weelde.
Verder is ook vermeldenswaard dat oom Jan Offerman vanuit Den Haag in 1947 een cricketmatch organiseerde tussen U.V.V. Utrecht en het Offerman-elftal, waarin wij overigens twee niet-Offermannen van V.C.C. Venlo hadden binnengesmokkeld en waarin als Hermes veteranen meespeelden: Oom Jan als captain, Oom Frans, Oom Harry, Oom Tonny en vader Pierre.

Niettegenstaande de inzet van een crack als Jan Offerman bleef de score bedroevend lag. Wij zaten voor naar ik meen 40 armoedige runs aan de kant. Dit nam niet weg dat Oom Jan over de wedstrijd tegen U.V.V. toch via een der Hilversumse omroepen een radio verslag wist te regelen.

Theo Offerman, Maastricht 1997 (26.11.2011)

Naschrift van Leo Heinsbroek:
De hierboven genoemde Manus Stolk, die ik wel eens in onze parochiekerk in Schiedam ontmoette, is vorig jaar overleden, na enkele jaren als Alzheimer-patiënt verpleegd te zijn geweest.